ECLI:NL:HR:2004:AO3242 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedDe bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Maastricht van 1 juli 2002 - de verdachte ter zake van 1 primair "medeplegen van doodslag, meermalen gepleegd", 2 primair " medeplegen van poging tot doodslag" en 3. "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot acht jaren gevangenisstraf, alsmede ten aanzien van feit 1 primair tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zeven jaren, ten aanzien van feit 2 primair tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren en ten aanzien van feit 3 tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar, met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2004:AO3242 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
30 maart 2004 Strafkamer nr. 02179/03 AGJ/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 17 februari 2003, nummer 20/001954-02, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonende te [woonplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring te Roermond.
1. De bestreden uitspraak Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Maastricht van 1 juli 2002 - de verdachte ter zake van 1 primair "medeplegen van doodslag, meermalen gepleegd", 2 primair " medeplegen van poging tot doodslag" en 3. "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot acht jaren gevangenisstraf, alsmede ten aanzien van feit 1 primair tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zeven jaren, ten aanzien van feit 2 primair tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren en ten aanzien van feit 3 tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar, met verbeurdverklaring zoals in het arrest omschreven.
2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 30 maart 2004.