Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AO2624 ECLI:NL:HR:2004:AO2624 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO2624 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AO2624
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden uitspraak Na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 17 september 2002, heeft het Hof in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht van 22 juli 1999 - de verdachte ter zake van (zaak A subsidiair) "zware mishandeling met voorbedachten rade" en (zaak B) "poging tot doodslag" veroordeeld tot 23 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO2624 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 maart 2004 Strafkamer nr. 01362/03 AGJ/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 april 2003, nummer 22/000295-03, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak Na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad bij arrest van 17 september 2002, heeft het Hof in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht van 22 juli 1999 - de verdachte ter zake van (zaak A subsidiair) "zware mishandeling met voorbedachten rade" en (zaak B) "poging tot doodslag" veroordeeld tot 23 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

2. Geding in cassatie 2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Groen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. 2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal.

3. Beoordeling van de middelen De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 23 maart 2004.