Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AO2301 ECLI:NL:HR:2004:AO2301 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO2301 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AO2301
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 16 september 2002 ter griffie van de rechtbank, sector kanton, te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - zich gewend tot de kantonrechter aldaar en verzocht een mentorschap in te stellen ten behoeve van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - met benoeming van [verweerster] tot mentor. [Verzoekster] heeft het verzoek bestreden. De kantonrechter heeft bij beschikking van 30 september 2002 een mentorschap ten behoeve van [verzoekster] ingesteld en [verweerster] tot mentor benoemd. Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij beschikking van 29 april 2003 heeft het hof voormelde beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO2301 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 april 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/085HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. F.A.M. van Bree.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 16 september 2002 ter griffie van de rechtbank, sector kanton, te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - zich gewend tot de kantonrechter aldaar en verzocht een mentorschap in te stellen ten behoeve van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - met benoeming van [verweerster] tot mentor. [Verzoekster] heeft het verzoek bestreden. De kantonrechter heeft bij beschikking van 30 september 2002 een mentorschap ten behoeve van [verzoekster] ingesteld en [verweerster] tot mentor benoemd. Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij beschikking van 29 april 2003 heeft het hof voormelde beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren D.H. Beukenhorst, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2004.