Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AO1990 ECLI:NL:HR:2004:AO1990 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO1990 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AO1990
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 26 juli 2002 ter griffie van de rechtbank te Utrecht ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van deze rechtbank van 16 mei 2001 te wijzigen en de omgangsregeling tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - en de uit een relatie van partijen op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] geboren minderjarige [de zoon] te beëindigen. De vader heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 11 september 2002 beslist dat de bij beschikking van deze rechtbank van 16 mei 2001 vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige wordt beëindigd. Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij beschikking van 27 maart 2003 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO1990 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

19 maart 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/074HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [De moeder], verblijfhoudende te Nederland, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 26 juli 2002 ter griffie van de rechtbank te Utrecht ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van deze rechtbank van 16 mei 2001 te wijzigen en de omgangsregeling tussen verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - en de uit een relatie van partijen op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] geboren minderjarige [de zoon] te beëindigen. De vader heeft het verzoek bestreden. De rechtbank heeft bij beschikking van 11 september 2002 beslist dat de bij beschikking van deze rechtbank van 16 mei 2001 vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige wordt beëindigd. Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij beschikking van 27 maart 2003 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De moeder heeft verzocht de vader niet-ontvankelijk te verklaren, althans het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 19 maart 2004.