Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AO1340 ECLI:NL:HR:2004:AO1340 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO1340 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AO1340
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 15 juli 2003 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster in cassatie - verder te noemen: Payroll - zich gewend tot die rechtbank en verzocht verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - in staat van faillissement te verklaren. [Verweerder] heeft het verzoek bestreden. De Rechtbank heeft bij vonnis van 2 september 2003 [verweerder] in staat van faillissement verklaard. Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 14 oktober 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd, het inleidend verzoek alsnog afgewezen en Payroll in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] in beide instanties veroordeeld. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO1340 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

6 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/127HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DIRECTORS CAST & CREW PAYROLL SERVICES B.V., gevestigd te Amsterdam, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, t e g e n [Verweerder], voorheen handelende onder de naam Hectic Illusions, laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 15 juli 2003 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster in cassatie - verder te noemen: Payroll - zich gewend tot die rechtbank en verzocht verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - in staat van faillissement te verklaren. [Verweerder] heeft het verzoek bestreden. De Rechtbank heeft bij vonnis van 2 september 2003 [verweerder] in staat van faillissement verklaard. Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 14 oktober 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd, het inleidend verzoek alsnog afgewezen en Payroll in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] in beide instanties veroordeeld. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft Payroll beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder] heeft een verweerschrift ingediend; daarbij heeft hij verzocht het beroep te verwerpen en Payroll te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt Payroll in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.135,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice- president R. Herrmann als voorzitter en de raads- heren O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 6 februari 2004.