Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AO1331 ECLI:NL:HR:2004:AO1331 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO1331 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AO1331
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Verzoekers tot cassatie - verder te noemen: [verzoekers] - hebben zich met afzonderlijke verzoekschriften gewend tot de rechtbank te Utrecht en verzocht de toepassing over de schuldsaneringsregeling uit te spreken. De verzoekschriften zijn behandeld ter terechtzitting van 25 februari 2003. De Rechtbank heeft bij twee vonnissen van 26 februari 2003 de verzoeken afgewezen. Tegen deze vonnissen hebben [verzoekers] met twee op 5 maart 2003 ingediende verzoekschriften hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Het hof heeft deze twee verzoeken gevoegd behandeld. Bij een arrest van 10 april 2003 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO1331 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

6 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/047HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. [Verzoeker 1], en 2. [Verzoekster 2], beiden wonende te [woonplaats], VERZOEKERS tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. R.G.E. de Vries, thans mr. R.A. van der Hansz.

1. Het geding in feitelijke instanties Verzoekers tot cassatie - verder te noemen: [verzoekers] - hebben zich met afzonderlijke verzoekschriften gewend tot de rechtbank te Utrecht en verzocht de toepassing over de schuldsaneringsregeling uit te spreken. De verzoekschriften zijn behandeld ter terechtzitting van 25 februari 2003. De Rechtbank heeft bij twee vonnissen van 26 februari 2003 de verzoeken afgewezen. Tegen deze vonnissen hebben [verzoekers] met twee op 5 maart 2003 ingediende verzoekschriften hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Het hof heeft deze twee verzoeken gevoegd behandeld. Bij een arrest van 10 april 2003 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek. De advocaat van verzoekers heeft bij brief van 12 december 2003 op die conclusie gereageerd. Bij nadere conclusie van 19 december 2003 heeft de Advocaat-Generaal geconcludeerd tot ontvankelijkverklaring van het verzoek tot cassatie en tot verwerping van dat verzoek.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 6 februari 2004.