Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AO1211 ECLI:NL:HR:2004:AO1211 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO1211 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AO1211
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: ITDC - heeft bij exploot van 14 juni 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: ING - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd: I. primair de leveringsakte d.d. 21 januari 1999 te vernietigen, waarbij ING als executerende eerste hypotheekhouder het recht van erfpacht verkreeg van de onroerende zaak en de zich daarop bevindende opstallen, staande en geleden aan de [a-straat 1] te [plaats], voor de prijs van ƒ 3.000.000,--, met vergoeding aan ITDC van de door haar geleden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, kosten rechtens, en II. subsidiair ING te veroordelen aan ITDC te voldoen een schadebedrag van ƒ 2.300.000,--, verhoogd met de wettelijke rente en de aan de zijde van ITDC gevallen proceskosten, althans een bedrag dat de rechtbank in de gegeven omstandigheden redelijk zal voorkomen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AO1211 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

27 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/268HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: INDONESIAN TRADE & DISTRIBUTION CENTRE B.V., gevestigd te Rotterdam, EISERES tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. R.G.E. de Vries, thans mr. J.G. Pherai, t e g e n ING VASTGOED FINANCIERING N.V., gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.

1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: ITDC - heeft bij exploot van 14 juni 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: ING - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd: I. primair de leveringsakte d.d. 21 januari 1999 te vernietigen, waarbij ING als executerende eerste hypotheekhouder het recht van erfpacht verkreeg van de onroerende zaak en de zich daarop bevindende opstallen, staande en geleden aan de [a-straat 1] te [plaats], voor de prijs van ƒ 3.000.000,--, met vergoeding aan ITDC van de door haar geleden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, kosten rechtens, en II. subsidiair ING te veroordelen aan ITDC te voldoen een schadebedrag van ƒ 2.300.000,--, verhoogd met de wettelijke rente en de aan de zijde van ITDC gevallen proceskosten, althans een bedrag dat de rechtbank in de gegeven omstandigheden redelijk zal voorkomen.

ING heeft de vordering bestreden. De rechtbank heeft bij vonnis van 20 september 2000 de vordering afgewezen. Tegen dit vonnis heeft ITDC hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij arrest van 31 mei 2002 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het hof heeft ITDC beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. ING heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt ITDC in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ING begroot op € 301,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 27 februari 2004.