Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2004:AN7884 ECLI:NL:HR:2004:AN7884 AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AN7884 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2004:AN7884
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 7 juni 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Hertogenbosch, sector kanton, ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: Philips - zich gewend tot de kantonrechter te Eindhoven en verzocht de tussen Philips en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - bestaande arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, primair op grond van een dringende reden, subsidiair op grond van veranderde omstandigheden en zonder toekenning van enige vergoeding. [Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2004:AN7884 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

23 januari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/023HR JMH/MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], België, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. B.D.W. Martens, t e g e n PHILIPS LIGHTNING B.V., gevestigd te Eindhoven, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. Y. van Gemerden.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 7 juni 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Hertogenbosch, sector kanton, ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: Philips - zich gewend tot de kantonrechter te Eindhoven en verzocht de tussen Philips en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - bestaande arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, primair op grond van een dringende reden, subsidiair op grond van veranderde omstandigheden en zonder toekenning van enige vergoeding. [Verzoeker] heeft het verzoek bestreden.

De kantonrechter heeft bij beschikking van 17 juli 2002 de verzochte ontbinding per 1 augustus 2002 uitgesproken met toekenning aan [verzoeker] ten laste van Philips van een vergoeding ten bedrage van € 50.000,-- bruto en met veroordeling van Philips tot betaling van dat bedrag, en het meer of anders verzochte afgewezen. Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij beschikking van 13 november 2002 heeft het hof het beroep verworpen. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. Philips heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 21 november 2003 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Philips begroot op € 267,69 aan verschotten en € 1.135,-- voor salaris. Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 januari 2004.