Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2003:AN7282 ECLI:NL:HR:2003:AN7282 AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AN7282 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2003:AN7282
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden beschikking De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van het in bovenvermelde beschikking omschreven geldbedrag. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, art. 552a Sv; ECLI:NL:HR:2003:AN7282 · Hoge Raad: 9 december 2003 Strafkamer nr. 00657/03 B SCR/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Haarlem van 8 november 2002, nummer RK 02/576, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klager], geboren op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].

Keywords

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering art. 552a Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering
Het betreft hier een beklag als bedoeld in art. 552a Sv, strekkende tot teruggave aan de klager van een onder een derde in beslag genomen voorwerp.
art. 552a Sv
Het betreft hier een beklag als bedoeld in art. 552a Sv, strekkende tot teruggave aan de klager van een onder een derde in beslag genomen voorwerp.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

9 december 2003 Strafkamer nr. 00657/03 B SCR/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Haarlem van 8 november 2002, nummer RK 02/576, op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klager], geboren op [geboortedatum] 1966, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van het in bovenvermelde beschikking omschreven geldbedrag.

2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel 3.1. Het middel behelst de klacht dat de Rechtbank de klager ten onrechte niet in staat heeft gesteld te reageren of te antwoorden op het standpunt van de Officier van Justitie. 3.2. Het betreft hier een beklag als bedoeld in art. 552a Sv, strekkende tot teruggave aan de klager van een onder een derde in beslag genomen voorwerp. Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in de raadkamer van de Rechtbank heeft de Officier van Justitie, nadat de klager en diens raadsman het woord hadden gevoerd, zich op het standpunt gesteld dat het beslag diende te worden gehandhaafd. 3.3. Het middel berust op de opvatting dat beginselen van een behoorlijke procesorde meebrengen dat in een geval als het onderhavige, waarin de officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beklag, de klager dan wel zijn raadsman in de gelegenheid moeten worden gesteld daarop te reageren en dat bij gebreke daarvan het onderzoek aan nietigheid lijdt. Die opvatting is onjuist, zodat het middel faalt.

4. Slotsom Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2003.