Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2003:AL3327 ECLI:NL:HR:2003:AL3327 AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AL3327 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2003:AL3327
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden uitspraak De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Frankrijk toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van de in de bestreden uitspraak omschreven feiten. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Legislator headnote

AI generated

art. 47 Sr; ECLI:NL:HR:2003:AL3327 · Hoge Raad: 14 oktober 2003 Strafkamer nr. 01697/03 U SCR/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 10 juni 2003, nummer RK 03/764, op een verzoek van de Republiek Frankrijk tot uitlevering van: [de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Schie" te Rotterdam.

Keywords

AI generated
art. 47 Sr

Cited Legislation

AI generated
art. 47 Sr
10 van die wet en art. 47 Sr, heeft vermeld als hier toepasselijke wetsbepalingen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

14 oktober 2003 Strafkamer nr. 01697/03 U SCR/ABG Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 10 juni 2003, nummer RK 03/764, op een verzoek van de Republiek Frankrijk tot uitlevering van: [de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats], ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Schie" te Rotterdam.

1. De bestreden uitspraak De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Frankrijk toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van de in de bestreden uitspraak omschreven feiten.

2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel 3.1. Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank de feiten waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan, onjuist heeft gekwalificeerd. 3.2. Art. 28, derde lid, UW schrijft niet voor dat ingeval van toelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering in de bestreden uitspraak de kwalificaties van de feiten naar Nederlands recht worden opgenomen, maar slechts dat de toepasselijke wetbepalingen dienen te worden vermeld. Dat zijn de bepalingen die toepasselijk zijn naar de stand van het recht ten tijde van de beslissing op het uitleveringsverzoek. 3.3. Uit het in de toelichting op het middel weergegeven gedeelte van de bestreden uitspraak volgt dat de Rechtbank te dezen met juistheid art. 2, onder A, Opiumwet - zoals deze bepaling luidt na de inwerkingtreding van de Wet van 13 juli 2002, Stb. 2002, 520 op 17 maart 2003 - in verbinding met art. 10 van die wet en art. 47 Sr, heeft vermeld als hier toepasselijke wetsbepalingen. Het middel, waarin aan die wetswijziging wordt voorbijgezien, is dus ondeugdelijk.

4. Slotsom Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.

5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 14 oktober 2003.