Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2003:AG0170 ECLI:NL:HR:2003:AG0170 AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AG0170 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2003:AG0170
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 7 december 2000 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de moeder met verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - op 24 maart 1994 geboren minderjarige [dochter] vast te stellen op ƒ 300,-- per maand. De vader heeft geen verweerschrift ingediend. De Rechtbank heeft bij beschikking van 21 februari 2001 met ingang van 7 december 2002 het verzoek toegewezen. Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Bij beschikking van 11 juli 2002 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank bekrachtigd. De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

Legislator headnote

AI generated

art. 69 Rv; ECLI:NL:HR:2003:AG0170 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Keywords

AI generated
art. 69 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 69 Rv
Ter rolzitting van 1 november 2002 heeft de Hoge Raad op de voet van art. 69 Rv.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

13 juni 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/092HR MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J.G. Pherai, t e g e n [De moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.P. de Witte.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 7 december 2000 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de moeder met verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - op 24 maart 1994 geboren minderjarige [dochter] vast te stellen op ƒ 300,-- per maand. De vader heeft geen verweerschrift ingediend. De Rechtbank heeft bij beschikking van 21 februari 2001 met ingang van 7 december 2002 het verzoek toegewezen. Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Bij beschikking van 11 juli 2002 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank bekrachtigd. De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader bij dagvaarding, uitgebracht op 11 oktober 2002, beroep in cassatie ingesteld. De moeder heeft vervolgens geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de vader, althans tot verwijzing van de zaak naar de verzoekschriftprocedure van de Hoge Raad. Ter rolzitting van 1 november 2002 heeft de Hoge Raad op de voet van art. 69 Rv. beslist dat de zaak voor 15 november 2002 als verzoekschrift wordt aangeboden en daarna wordt voortgezet volgens de regels van de verzoekschriftprocedure. Het verzoekschrift tot cassatie is vervolgens op 14 november 2002 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen. Dit verzoekschrift tot cassatie is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De moeder heeft verzocht de middelen ongegrond te verklaren. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 13 juni 2003.