Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2003:AF9463 ECLI:NL:HR:2003:AF9463 AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AF9463 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2003:AF9463
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden beschikking Het Hof heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 14 december 2001. Geding in cassatie 2.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep. 2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2003:AF9463 · Hoge Raad: 8 juli 2003 Strafkamer nr. 02249/02 B SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2002, nummer 10/091107-01, op een wrakingsverzoek, op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].

Keywords

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

8 juli 2003 Strafkamer nr. 02249/02 B SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 februari 2002, nummer 10/091107-01, op een wrakingsverzoek, op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden beschikking Het Hof heeft de klaagster niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 14 december 2001.

2. Geding in cassatie 2.1. Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. W.H. van Zundert, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep. 2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 juli 2003.