ECLI:NL:HR:2003:AF7683 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHet geding in feitelijke instanties Op 6 oktober 1999 zijn definitieve schuldsaneringsregelingen van toepassing verklaard ten aanzien van [betrokkene 1] en [betrokkene 2], beiden wonende te [woonplaats]. Bij beschikkingen van de Rechtbank te Utrecht van 27 augustus 2001 en 31 oktober 2001 zijn op voordracht van de rechter-commissaris aldaar bewindvoerders ontslagen en bij laatstvermelde beschikking is verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - als opvolgend bewindvoerder in de onderhavige schuldsaneringsregelingen benoemd. Na een voordracht tot ontslag door de rechter-commissaris heeft de Rechtbank de rechter-commissaris en [verzoeker] op 7 januari 2003 gehoord en bij beschikking van 8 januari 2003 [verzoeker] ontslagen als bewindvoerder in de onderhavige schuldsaneringsregelingen. De beschikking van de Rechtbank van 8 januari 2003 is aan deze beschikking gehecht.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2003:AF7683 · Hoge Raad: Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Full text
27 juni 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/005HR MD Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoeker], kantoorhoudende te [plaats A], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. M. Boender-Radder.
1. Het geding in feitelijke instanties Op 6 oktober 1999 zijn definitieve schuldsaneringsregelingen van toepassing verklaard ten aanzien van [betrokkene 1] en [betrokkene 2], beiden wonende te [woonplaats]. Bij beschikkingen van de Rechtbank te Utrecht van 27 augustus 2001 en 31 oktober 2001 zijn op voordracht van de rechter-commissaris aldaar bewindvoerders ontslagen en bij laatstvermelde beschikking is verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - als opvolgend bewindvoerder in de onderhavige schuldsaneringsregelingen benoemd. Na een voordracht tot ontslag door de rechter-commissaris heeft de Rechtbank de rechter-commissaris en [verzoeker] op 7 januari 2003 gehoord en bij beschikking van 8 januari 2003 [verzoeker] ontslagen als bewindvoerder in de onderhavige schuldsaneringsregelingen. De beschikking van de Rechtbank van 8 januari 2003 is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 juni 2003.