Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2003:AF6594 ECLI:NL:HR:2003:AF6594 AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AF6594 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2003:AF6594
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De bestreden beschikking De Rechtbank heeft het beklag ten dele gegrond verklaard en aan de bewaarder een last gegeven tot teruggave aan [klaagster] van het onder haar inbeslaggenomen CD-rom. Voorts heeft de rechtbank het beklag voor het overige ongegrond verklaard. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, art. 552a Sv; ECLI:NL:HR:2003:AF6594 · Hoge Raad: 3 juni 2003 Strafkamer nr. 02517/02 B EW/DAT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 19 september 2002, nummer RK 02/1092, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klaagster] , gevestigd te [vestigingsplaats].

Keywords

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering art. 552a Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering
Het op de voet van art. 552a Sv ingediende klaagschrift houdende beklag over de inbeslagneming van een CD-rom, is door de Rechtbank gegrond verklaard voorzover het betreft het verzoek om opheffing van het beslag.
art. 552a Sv
Het op de voet van art. 552a Sv ingediende klaagschrift houdende beklag over de inbeslagneming van een CD-rom, is door de Rechtbank gegrond verklaard voorzover het betreft het verzoek om opheffing van het beslag.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

3 juni 2003 Strafkamer nr. 02517/02 B EW/DAT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 19 september 2002, nummer RK 02/1092, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [klaagster] , gevestigd te [vestigingsplaats].

1. De bestreden beschikking De Rechtbank heeft het beklag ten dele gegrond verklaard en aan de bewaarder een last gegeven tot teruggave aan [klaagster] van het onder haar inbeslaggenomen CD-rom. Voorts heeft de rechtbank het beklag voor het overige ongegrond verklaard.

2. Geding in cassatie Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft mr. D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep 3.1. Het op de voet van art. 552a Sv ingediende klaagschrift houdende beklag over de inbeslagneming van een CD-rom, is door de Rechtbank gegrond verklaard voorzover het betreft het verzoek om opheffing van het beslag. Daarbij heeft de Rechtbank de teruggave gelast van de CD-rom aan de klaagster. Dat betekent dat de klaagster geen belang meer heeft bij haar beroep tegen de beschikking van de Rechtbank, zodat zij daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard. 3.2. De omstandigheid dat het klaagschrift behalve een verzoek om teruggave van de inbeslaggenomen CD-rom, tevens een verzoek bevat om te gelasten dat eventuele uitdraaien of kopieën van de CD-rom worden vernietigd en dat gegevens die zijn vergaard met behulp van de CD-rom niet worden gebruikt, leidt niet tot een ander oordeel, aangezien noch art. 552a noch enige andere bepaling in het Wetboek van Strafvordering voorziet in de mogelijkheid na de teruggave in een procedure als de onderhavige in rechte te doen vaststellen dat de inbeslagneming dan wel het gebruik van het inbeslaggenomene onrechtmatig was (vgl. HR 4 oktober 1988, NJ 1989, 422 en HR 9 januari 1990, NJ 1990, 369).

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de klaagster niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2003.