Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2003:AF6214 ECLI:NL:HR:2003:AF6214 AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AF6214 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2003:AF6214
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding in feitelijke instanties Met een op 28 oktober 1999 ter griffie van de Rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de beschikking van de Rechtbank te Breda van 6 januari 1994, waarbij de door verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - ten behoeve van de drie kinderen van partijen, [kind 2], geboren te [geboorteplaats] op 5 januari 1983, [kind 3], geboren te [geboorteplaats] op 6 februari 1984, en [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op 1 april 1986, te betalen bijdrage in de kosten van hun verzorging en opvoeding op nihil werd vastgesteld, te wijzigen en deze bijdrage met ingang van 1 november 1999 te bepalen op ƒ 300,-- per kind per maand.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AF6214 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

6 juni 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/038HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [de man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, t e g e n [de vrouw], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van de minderjarige: [kind 1], en als schriftelijk gevolmachtigde van de meerderjarigen: [kind 2], en [kind 3], allen wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.I. van Vlijmen.

1. Het geding in feitelijke instanties Met een op 28 oktober 1999 ter griffie van de Rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de beschikking van de Rechtbank te Breda van 6 januari 1994, waarbij de door verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - ten behoeve van de drie kinderen van partijen, [kind 2], geboren te [geboorteplaats] op 5 januari 1983, [kind 3], geboren te [geboorteplaats] op 6 februari 1984, en [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op 1 april 1986, te betalen bijdrage in de kosten van hun verzorging en opvoeding op nihil werd vastgesteld, te wijzigen en deze bijdrage met ingang van 1 november 1999 te bepalen op ƒ 300,-- per kind per maand.

Nadat de man tegen dit verzoek geen verweer had gevoerd, heeft de Rechtbank bij beschikking van 29 augustus 2000 het verzoek van de vrouw toegewezen. Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem. Bij beschikking van 19 februari 2002 heeft het Hof de beschikking van de Rechtbank te Arnhem van 29 augustus 2000 bekrachtigd. De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 6 juni 2003.