Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2003:AF5250 ECLI:NL:HR:2003:AF5250 AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AF5250 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2003:AF5250
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 17 juni 1991 - de aanvrager ter zake van "wederspannigheid" veroordeeld tot een geldboete van zevenhonderdvijftig gulden, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vijftien dagen hechtenis.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AF5250 · Hoge Raad: Beoordeling van de aanvrage Bij beschikkingen van de Hoge Raad van 17 januari 1995, nr. 4860 Herz. en 7 oktober 1997, nr. 5076 Herz., zijn eerdere aanvragen tot herziening van het arrest van het Hof niet-ontvankelijk verklaard. Voorzover de aanvrage steunt op gronden die in deze beslissingen ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij niet worden ontvangen. Voor het overige kan hetgeen in de aanvrage is aangevoerd niet worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden welke een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat zij ook in zoverre niet kan worden ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

31 januari 2006 Strafkamer nr. 02458/05 H IC Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 februari 1993, nummer 22/000901-92, ingediend door: [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 17 juni 1991 - de aanvrager ter zake van "wederspannigheid" veroordeeld tot een geldboete van zevenhonderdvijftig gulden, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door vijftien dagen hechtenis.

2. De aanvrage tot herziening De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage Bij beschikkingen van de Hoge Raad van 17 januari 1995, nr. 4860 Herz. en 7 oktober 1997, nr. 5076 Herz., zijn eerdere aanvragen tot herziening van het arrest van het Hof niet-ontvankelijk verklaard. Voorzover de aanvrage steunt op gronden die in deze beslissingen ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij niet worden ontvangen. Voor het overige kan hetgeen in de aanvrage is aangevoerd niet worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden welke een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat zij ook in zoverre niet kan worden ontvangen.

4. Beslissing De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier M.T.E. van Huut, en uitgesproken op 31 januari 2006.