Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2003:AF5102 ECLI:NL:HR:2003:AF5102 AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AF5102 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2003:AF5102
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

De loop van het geding in voorgaande instanties Voor de loop van het geding in voorgaande instanties tussen thans verweerder in cassatie - verder te noemen: de neef - en thans verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking van 11 februari 2000, nr. R 99/018, NJ 2000, 259. Bij deze beschikking heeft de Hoge Raad in het principaal beroep de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 november 1998 vernietigd en de beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 28 januari 1998 bekrachtigd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2003:AF5102 · Hoge Raad: Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

25 april 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/074HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoekster], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. F.A.M. van Bree, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

1. De loop van het geding in voorgaande instanties Voor de loop van het geding in voorgaande instanties tussen thans verweerder in cassatie - verder te noemen: de neef - en thans verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - verwijst de Hoge Raad naar zijn beschikking van 11 februari 2000, nr. R 99/018, NJ 2000, 259. Bij deze beschikking heeft de Hoge Raad in het principaal beroep de beschikking van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 november 1998 vernietigd en de beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 28 januari 1998 bekrachtigd.

Vervolgens heeft de Rechtbank te Amsterdam bij tussenbeschikking van 28 juni 2000 de neef tot bewijs-levering toegelaten. Na enquête en contra-enquête heeft de Rechtbank bij eindbeschikking van 17 oktober 2001 het op 26 maart 1992 te Amsterdam voltrokken huwelijk tussen [betrokkene 1] en [verzoekster] nietig verklaard. Tegen deze eindbeschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Bij beschikking van 20 juni 2002 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd. De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De neef heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 25 april 2003.