Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHSHE:2024:263 ECLI:NL:GHSHE:2024:263 AI generated

ECLI:NL:GHSHE:2024:263 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Case Number ECLI:NL:GHSHE:2024:263
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Parketnummer : 20-000377-22 Uitspraak : 26 januari 2024 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 1 februari 2022 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-125447-21 tegen: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis is het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 329,75 en is aan betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van datzelfde bedrag aan de Staat ter ontneming.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:GHSHE:2024:263 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch: Deze omstandigheden maken samen dat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel voor het geheel aan de betrokkene toerekenen en dat de betrokkene en de medebetrokkene hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting. Op te leggen betalingsverplichting Het hof zal aan de betrokkene hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling van na te melden bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Gijzeling Met ingang van 1 januari 2020 heeft het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kracht van wet gekregen.

Keywords

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
Gijzeling Met ingang van 1 januari 2020 heeft het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kracht van wet gekregen.
artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering
Het hof zal daarom bij het opleggen van de ontnemingsmaatregel tevens de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering in de onderhavige zaak ten hoogste kan worden gevorderd indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:GHDHA:2018:169
27 juni 2018,ECLI:NL:GHDHA:2018:169 en Gerechtshof Den Haag d.d.
ECLI:NL:GHDHA:2018:1710
Rolnummer: 22-001040-17 Parketnummer: 10-750022-14 Datum uitspraak: 11 juli 2018 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortejaar] 1965, thans gedetineerd in de [PI]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 16 januari 2018, 13 juni 2018 en 11 juli 2018. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij en het inbeslaggenomen voorwerp als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Ook is de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd – zoals in eerste aanleg gewijzigd - dat: 1: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 juli 2013 tot en met 5 oktober 2013 te Boleslawiec, althans in Polen en/of te Rotterdam en/of te Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) [slachtoffer 1] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land (te weten Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling; en/of Hij, in of omstreeks de periode van 5 oktober 2013 tot en met 16 september 2014 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland en/of te Boleslawiec althans in Polen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 1], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 1] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 1] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - een reeds in Nederland werkende prostituee haar laten bellen om een goed woordje voor hem te doen en/of - ( telefonisch) contacten onderhouden met mededaders en/of klanten en/of van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten gemaakt, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 1] hebben verricht en/of bepaald dat [slachtoffer 1] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn voor het maken van afspraken en/of - die [slachtoffer 1] onder gebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen in dezelfde kamer als waar zij moest werken en/of - die [slachtoffer 1] onder toezicht/controle (laten houden en/of gehouden en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 1] en/of advertenties geplaatst op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 1] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of haar verplicht tot het verrichten van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom, dan wel haar verplicht tot het adverteren met de mogelijkheid van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 1] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 1] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 1] als prostituee en/of die [slachtoffer 1] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 1] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of - ( het) door die [slachtoffer 1] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 1] aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 1] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - gedreigd de vrienden en familie van die [slachtoffer 1] op de hoogte te stellen dat zij in de prostitutie werkt en/of - gedreigd de autoriteiten in Polen op de hoogte te stellen dat [slachtoffer 1] als prostituee werkte zodat haar kind afgepakt wordt en/of - deze dreiging waar gemaakt, door contact op te nemen met de autoriteiten in Polen en/of in de omgangszitting van een ander slachtoffer ([slachtoffer 2]) daadwerkelijk te verklaren en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte te verrichten en/of te ondergaan en/of - misbruik gemaakt van de benarde positie waarin zij zich bevond en/of - die [slachtoffer 1] (aldus) in (een) positie/ situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang; 2: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2013 tot en met 5 juli 2013 te Grudziadz, althans in Polen en/of te Rotterdam en/of te Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) [slachtoffer 2] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land (te weten Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling; en/of Hij, in of omstreeks de periode van 5 juli 2013 tot en met 17 december 2013 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland en/of te Grudziadz althans in Polen,tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 2], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 2] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een)andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 2] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 2]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - een reeds in Nederland werkende prostituee haar laten bellen om een goed woordje voor hem te doen en/of - ( telefonisch) contacten onderhouden met mededaders en/of klanten en/of van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten gemaakt, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 2] hebben verricht en/of bepaald dat die [slachtoffer 2] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn voor het maken van afspraken en/of - die [slachtoffer 2] onder gebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen in dezelfde kamer als waar zij moest werken en/of - het (daarbij) onder toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer 2] en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 2] gemaakt en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 2] en/of advertenties plaatsen op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 2] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of verplichten tot anale seks en/ het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom en/of het verplichten te adverteren met de mogelijkheid van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 2] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 2] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 2] als prostituee en/of die [slachtoffer 2] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 2] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of - ( het) door die [slachtoffer 2] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 2] aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 2] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - gedreigd de vrienden en familie van die [slachtoffer 2] op de hoogte te stellen dat zij in de prostitutie werkt en/of - gedreigd de autoriteiten in Polen op de hoogte te stellen dat [slachtoffer 2] als prostituee werkt zodat haar kind afgepakt wordt en/of - deze dreiging waar gemaakt, door contact op te nemen met de autoriteiten in Polen en/of tijdens de behandeling van de omgangsregeling/ gezagszitting in Polen te verklaren over haar werkzaamheden en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte te verrichten en/of te ondergaan en/of - een auto op haar naam laten stellen en haar daarmee nieuwe betalingsverplichtingen laten aangaan en/of - misbruik gemaakt van de financieel benarde positie waarin die [slachtoffer 2] verkeerde en/of - die [slachtoffer 2] (aldus) in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang; 3: hij, in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 16 september 2014 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 3], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 3] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 3] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/is verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - ( telefonisch) contacten onderhouden met mededaders en/of klanten en/of maken van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 3] hebben verricht en/of bepaald dat die [slachtoffer 3] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn - die [slachtoffer 3] ondergebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen en werken in dezelfde kamer - het (daarbij) onder toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer 3] en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 3] gemaakt en/of laten maken en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 3] en/of advertenties laten plaatsen op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 3] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of verplichten tot (aanbieden) van anale seks en het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom en/of te bepalen dat zij moest adverteren met de mogelijkheid tot anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 3] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 3] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 3] als prostituee en/of die die [slachtoffer 3] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die die [slachtoffer 3] (als prostituee) ingeperkt of laten inperken en/of - ( het) door die die [slachtoffer 3] (met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die die [slachtoffer 3] (aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 3] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - misbruik gemaakt van de benarde financiële positie waarin voornoemde [slachtoffer 3] verkeerde en/of - die [slachtoffer 3] aldus in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden, met aftrek van de tijd in verzekering, in voorlopige hechtenis en in overleveringsdetentie doorgebracht, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Medeplegen De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde medeplegen. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Op grond van de in het dossier vervatte bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof het volgende vast. [medeverdachte 2], een Nederlandse vriendin van de verdachte, zorgde voor de telefonische contacten met de klanten voor de Poolse vrouwen die geen Engels spraken. Zij nam de telefoon aan en maakte dan voor de vrouwen afspraken met klanten die van de seksuele diensten van de vrouwen gebruik wilden maken. Daarna stuurde zij altijd eerst een sms-bericht met de gemaakte afspraak naar de verdachte en vervolgens een sms-bericht ter bevestiging aan de Poolse vrouw. Zij onderhield ook contact met de verdachte over de stand van zaken van gemaakte afspraken met klanten en de wijze van bejegening van klagende klanten en zij gaf voorts informatie aan (potentiële) klanten. Zij hielp ook met het plaatsen van advertenties en het vertalen van teksten bedoeld voor de website [www]. De verdachte maakte tevens gebruik van de computer van [medeverdachte 2] om rekeningen te kunnen betalen. Tot slot maakte zij een afspraak met een makelaar voor het bezichtigen van gebouwen, teneinde meer huizen te regelen van waaruit prostitutiewerkzaamheden konden plaatsvinden. Gelet op de bovengenoemde vastgestelde feiten en omstandigheden heeft de verdachte ten aanzien van de bewezenverklaarde gedragingen dusdanig bewust en nauw samengewerkt met [medeverdachte 2] dat naar ’s hofs oordeel sprake is van medeplegen als bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof verwerpt het verweer. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 juli 2013 tot en met 5 oktober 2013 te Boleslawiec, althans in Polen en/of te Rotterdam en/of te Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) [slachtoffer 1] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land (te weten Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling; en/of H hij, in of omstreeks de periode van 5 oktober 2013 tot en met 16 september 2014 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland en/of te Boleslawiec althans in Polen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 1], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 1] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 1] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - een reeds in Nederland werkende prostituee haar laten bellen om een goed woordje voor hem te doen en/of - (telefonisch) contacten onderhouden met mededaders en/of klanten en/of van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 1] hebben verricht en/of bepaald dat [slachtoffer 1] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn voor het maken van afspraken en/of - die [slachtoffer 1] ondergebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen in dezelfde kamer als waar zij moest werken en/of - die [slachtoffer 1] onder toezicht/controle (laten) houden en/of gehouden en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 1] laten maken/ gemaakt zijn en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 1] en/of advertenties geplaatst op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 1] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of haar verplicht tot het verrichten van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom, dan wel haar verplicht tot het adverteren met de mogelijkheid van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 1] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 1] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 1] als prostituee en/of die [slachtoffer 1] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 1] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of - (het) door die [slachtoffer 1] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 1] aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 1] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - gedreigd de vrienden en familie van die [slachtoffer 1] op de hoogte te stellen dat zij in de prostitutie werkt en/of - gedreigd de autoriteiten in Polen op de hoogte te stellen dat [slachtoffer 1] als prostituee werkte zodat haar kind afgepakt wordt en/of - deze dreiging waar gemaakt, door contact op te nemen met de autoriteiten in Polen en/of in de omgangszitting van een ander slachtoffer ([slachtoffer 2]) daadwerkelijk te verklaren en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte te verrichten en/of te ondergaan en/of - misbruik gemaakt van de benarde positie waarin zij zich bevond en/of - die [slachtoffer 1] (aldus) in (een) positie/ situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang; 2: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2013 tot en met 5 juli 2013 te Grudziadz, althans in Polen en/of te Rotterdam en/of te Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) [slachtoffer 2] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land (te weten Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling; en/of H hij, in of omstreeks de periode van 5 juli 2013 tot en met 17 december 2013 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland en/of te Grudziadz althans in Polen,tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 2], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 2] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 2] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 2]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - een reeds in Nederland werkende prostituee haar laten bellen om een goed woordje voor hem te doen en/of - ( telefonisch) contacten onderhouden met elkaar en/of klanten en/of van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten gemaakt, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 2] hebben verricht en/of bepaald dat die [slachtoffer 2] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn voor het maken van afspraken en/of - die [slachtoffer 2] onder gebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen in dezelfde kamer als waar zij moest werken en/of - het (daarbij) onder toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer 2] en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 2] laten maken/gemaakt en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 2] en/of advertenties plaatsen geplaatst op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 2] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of verplichten tot anale seks en/ het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom en/of het verplichten te adverteren met de mogelijkheid van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 2] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 2] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 2] als prostituee en/of die [slachtoffer 2] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 2] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of - (het) door die [slachtoffer 2] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 2] aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 2] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - gedreigd de vrienden en familie van die [slachtoffer 2] op de hoogte te stellen dat zij in de prostitutie werkt en/of - gedreigd de autoriteiten in Polen op de hoogte te stellen dat [slachtoffer 2] als prostituee werkt zodat haar kind afgepakt wordt en/of - deze dreiging waar gemaakt, door contact op te nemen met de autoriteiten in Polen en/of tijdens de behandeling van de omgangsregeling/ gezagszitting in Polen te verklaren over haar werkzaamheden en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte te verrichten en/of te ondergaan en/of - een auto op haar naam laten stellen en haar daarmee nieuwe betalingsverplichtingen laten aangaan en/of - misbruik gemaakt van de financieel benarde positie waarin die [slachtoffer 2] verkeerde en/of - die [slachtoffer 2] (aldus) in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang; 3: hij, in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 16 september 2014 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 3], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 3] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 3] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s[slachtoffer 3]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/ishebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - ( telefonisch) contacten onderhouden met mededaderselkaar en/of klanten en/of maken van één of meer afspra(a)k(en) gemaakt met personen/klanten, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 3] hebben verricht en/of bepaald dat die [slachtoffer 3] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn - die [slachtoffer 3] ondergebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen en werken in dezelfde kamer en/of - het (daarbij) die [slachtoffer 3] onder toezicht/controle (laten) gehouden van die [slachtoffer 3] en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 3] gemaakt en/of laten maken en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 3] en/of advertenties laten plaatsen op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 3] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of verplichten tot (aanbieden) van anale seks en het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom en/of te bepalen dat zij moest adverteren met de mogelijkheid tot anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 3] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 3] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 3] als prostituee en/of die die [slachtoffer 3] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die die [slachtoffer 3] (als prostituee) ingeperkt of laten inperken en/of - (het) door die die [slachtoffer 3] (met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die die [slachtoffer 3] (aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 3] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - misbruik gemaakt van de benarde financiële positie waarin voornoemde [slachtoffer 3] verkeerde en/of - die [slachtoffer 3] aldus in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte uitgaande dwang. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op: Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met een ander meermalen schuldig gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot seksuele uitbuiting van een drietal vrouwen. Bij het bepalen van de straf voor mensenhandel gaat het hof uit van de strafdoeleinden, te weten de vergelding, speciale en generale preventie. In verband met die strafdoeleinden acht het hof voor strafoplegging in mensenhandel met betrekking tot seksuele uitbuiting, in het algemeen de volgende omstandigheden van belang: - de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting; - het aantal slachtoffers dat is uitgebuit; - de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband; - de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutie-werkzaamheden te doen; - de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer; - het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden; - de werkzaamheden die verricht moesten worden; - de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom); - de hoeveelheid geld die werd afgedragen; - het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen; - overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen; - de rol van de verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend); - de houding van de verdachte (of hij inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn gedrag); - relevante recidive. In het onderhavige geval heeft de verdachte samen met een medeverdachte gedurende een periode variërend van een paar maanden tot ruim een jaar drie Poolse vrouwen seksueel uitgebuit. De verdachte maakte daarbij misbruik van de kwetsbare positie van deze drie vrouwen. De slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werden vanuit Polen, waar zij serieuze schulden hadden, bewogen om naar Nederland te komen om geld in de prostitutie te gaan verdienen en grote delen van hun inkomsten uit die werkzaamheden aan de verdachte af te staan. Het slachtoffer [slachtoffer 3] werd door de verdachte bij een champignonkwekerij in Nederland opgehaald waar geen werk meer voor haar was waardoor zij financieel aan de grond zat. De verdachte heeft haar ook bewogen om prostitutiewerkzaamheden te verrichten en haar verdiensten voor een groot deel, vaak voor meer dan de helft, af te staan aan de verdachte. De slachtoffers spraken de Nederlandse taal niet, ze waren in Nederland niet bekend en hadden daar weinig sociale contacten met anderen. De verdachte oefende toezicht en controle over de vrouwen uit met betrekking tot hun werkzaamheden als prostituee. Zij moesten zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag voor de verdachte beschikbaar zijn om als zodanig te werken. De seksuele contacten met klanten vonden plaats in de kamers waar zij woonden en op het bed waar zij zelf of één van de andere vrouwen ’s nachts sliepen. De verdachte hield weinig rekening met de fysieke en psychische gezondheid van aangeefsters. Hij heeft daarbij gedreigd de vrienden en familieleden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in Polen op de hoogte te stellen van hun werkzaamheden in de prostitutie. Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 2] heeft de verdachte het niet bij een dreigement gelaten. Hij heeft ter zitting tijdens de inhoudelijke behandeling van de omgangsregeling van de dochter van [slachtoffer 2] voor de rechter in Polen verklaard dat [slachtoffer 2] werkzaam was in de prostitutie in Nederland. Mensenhandel is een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de (meestal financiële) belangen van de uitbuiter. In dit geval heeft de verdachte daarnaast ook zelf van de seksuele diensten van de slachtoffers gebruik gemaakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijk handelen gedurende lange tijd de psychische gevolgen hiervan (kunnen) ondervinden. De impact die het gebeurde op de vrouwen heeft gehad blijkt niet alleen uit hun verklaringen afgelegd bij de politie en/of rechter-commissaris, maar ook uit de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]. In haar verklaring d.d. 14 december 2017 is te lezen dat het optreden van de verdachte stress, angst en onzekerheid in het leven van [slachtoffer 2] heeft gebracht. Haar vertrouwen in de medemens is ernstig geschaad. Zij slaapt slecht en heeft veel last van nachtmerries. Voorts is bij [slachtoffer 2] sprake van stemmingswisselingen en depressies. De verdachte zelf heeft ter terechtzitting in hoger beroep op geen enkele wijze blijk gegeven van inzicht in het kwalijke van zijn gedrag. Het hof heeft kennis genomen van een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 mei 2018, waaruit blijkt dat hij afgezien van deze zaak niet met politie of justitie in aanraking is gekomen. De verdachte heeft verklaard dat dat ook geldt voor België, waar hij woont, en andere landen. Verder heeft het hof in het bijzonder bij de strafmaat betrokken dat de slachtoffers hele lange dagen moesten maken en zeven dagen per week beschikbaar moesten zijn. Zij moesten zelfs bij ziekte en/of ongesteldheid in opdracht van de verdachte in de prostitutie werken. Ook de voortdurende controle op de vrouwen weegt voor het hof zwaar. De vrouwen werden door deze controle ernstig in hun keuze- en bewegingsvrijheid beperkt. Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu de termijn in eerste aanleg is aangevangen op 16 september 2014 en het vonnis is gewezen op 6 februari 2017, hetgeen niet binnen de daarvoor gestelde termijn van twee jaren is. Het hof is echter van oordeel dat die overschrijding wordt gecompenseerd door een voortvarende behandeling in hoger beroep. De zaak is immers binnen acht maanden na ontvangst van het dossier door het hof op zitting geplaatst. Het hof heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat de zaak van de verdachte in appel binnen zeventien maanden na het instellen van het hoger beroep, is afgedaan en dat de hele procedure in twee feitelijke instanties minder dan 4 jaar in beslag heeft genomen. Het hof verbindt derhalve geen consequenties aan de hierboven genoemde overschrijding van de redelijk termijn. Voorts overweegt het hof dat de in eerste aanleg opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de door het hof in ogenschouw genomen omstandigheden, in het bijzonder de ernst van de bewezenverklaarde uitbuiting. Het hof is derhalve - alles afwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2] In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde tot een bedrag van € 43.600,-. Deze vordering is in hoger beroep door mr. M.M. Volwerk, gemachtigde van de benadeelde partij, aangepast tot een totaalbedrag van € 35.837,35, waarvan € 23.837,35 aan materiële schade en € 12.000,- aan immateriële schade. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij. Zij refereert zich voor wat betreft de hoogte van de materiële schade aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van de immateriële schade verzoekt de advocaat-generaal een bedrag van € 5.000,- aan de benadeelde partij toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist. Materiële schade Voor wat betreft de materiële schade stelt het hof voorop dat het bewezen acht dat de verdachte voordeel heeft getrokken uit uitbuiting van de benadeelde partij [slachtoffer 2]. Ten aanzien van de materiële schade overweegt het hof dat, nu een deugdelijke financiële administratie ontbreekt en de verklaring van [slachtoffer 2] over de hoeveelheid afgedragen geld een ruwe schatting betreft, het hof de omzet zelf moet schatten en derhalve ook een schatting moet maken van het schadebedrag. Het hof komt daardoor uit op een lager bedrag dan gevorderd. Het dossier biedt concrete aanknopingspunten voor het aantal door de benadeelde partij gewerkte dagen tijdens de bewezenverklaarde periode. Uit de verklaring van [slachtoffer 2] d.d. 22 januari 2014 (p. 64 e.v.) leidt het hof af dat de uitbuiting een aanvang heeft genomen op 5 juli 2013 en is geëindigd op 17 december 2013. Het hof zal uitgaan van een periode van 164 dagen, waarin de aangeefster inkomsten aan de verdachte heeft moeten afdragen. Het hof is daarbij uitgegaan van de bewezenverklaarde periode (5 juli 2013 – 17 december 2013) en de verklaring van [slachtoffer 2], inhoudende dat zij vanaf begin juli 2013 tot 17 december 2013, zeven dagen per week heeft gewerkt. Voor de gemiddelde omzet wordt een in de rechtspraak inmiddels gangbaar forfaitair bedrag van € 200,- per dag gerekend. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om daarvan af te wijken. Het hof neemt evenals de benadeelde partij een bedrag van gemiddeld € 1.000,- aan huurkosten per maand als uitgangspunt, nu er aanknopingspunten zijn dat deze kosten uit de omzet werden betaald. Het voorgaande leidt tot het volgende: 164 dagen x € 200,- = € 32.800,- 5 maanden x € 1.000,- = € 5.000,- -/- ---------- Totaal bedrag materiële schade = € 27.800,- Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 9.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 36.800,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]. Beslag De advocaat-generaal heef gevorderd dat het op de beslaglijst genoemde voorwerp verbeurd zal worden verklaard. Het hof zal de personenauto die onder de verdachte in beslag is genomen (een BMW met het kenteken [kentekennummer]) verbeurd verklaren, nu het een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan. De verdachte heeft immers verklaard dat hij de slachtoffers naar hun afspraken bracht met de inbeslaggenomen personenauto. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 24c, 33, 33a, 36f, 47, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 36.800,00 (zesendertigduizend achthonderd euro) bestaande uit € 27.800,00 (zevenentwintigduizend achthonderd euro) materiële schade en € 9.000,00 (negenduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 36.800,00 (zesendertigduizend achthonderd euro) bestaande uit € 27.800,00 (zevenentwintigduizend achthonderd euro) materiële schade en € 9.000,00 (negenduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 219 (tweehonderdnegentien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 17 december 2013. Verklaart verbeurd de personenauto van het merk BMW met het kenteken [kentekennummer]. Dit arrest is gewezen door mr. M.I. Veldt-Foglia, mr. A.J.M. Kaptein en mr. R.J. de Bruijn, in bijzijn van de griffier mr. C.M.A. Ellens-Veenhof. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juli 2018. Mr. A.J.M. Kaptein is buiten staan dit arrest te ondertekenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Parketnummer : 20-000377-22 Uitspraak : 26 januari 2024 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 1 februari 2022 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak met parketnummer 01-125447-21 tegen: [betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, wonende te [adres] . Hoger beroep Bij vonnis is het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 329,75 en is aan betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling van datzelfde bedrag aan de Staat ter ontneming.

De officier van justitie heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het wederrechtelijk verkregen voordeel zal vaststellen op een bedrag van € 3.878,34 en aan de betrokkene de verplichting tot betaling aan de Staat zal opleggen voor datzelfde bedrag.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het vonnis van de rechtbank. Vonnis waarvan beroep Het vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich daarmee niet kan verenigen. De bewijsmiddelen Het hof ontleent aan de inhoud van de hierna te vermelden wettige bewijsmiddelen het oordeel, dat de betrokkene samen met de medebetrokkene door middel van het begaan van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. Het hof ontleent aan de inhoud daarvan tevens de schatting van de omvang van bedoeld voordeel. Grondslag van het wederrechtelijk verkregen voordeel De veroordeling Betrokkene is bij arrest van 26 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 20-000376-22 veroordeeld ter zake van ‘mensenhandel, terwijl de in artikel 273f, eerste lid onder 1º, 4º, 6 º en 9º van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd door twee of meer verenigde personen, gepleegd in de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 mei 2020 ten aanzien van [slachtoffer 1] (feit 1) en in de periode van 1 januari 2021 tot en met 25 juni 2021 ten aanzien van [slachtoffer 2] (feit 2).

De wettelijke grondslag Ingevolge het bepaalde in artikel 36e tweede lid van het Wetboek van Strafrecht moet worden onderzocht of de betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van de strafbare feiten waarvoor de betrokkene is veroordeeld. Algemeen Het hof baseert zich bij de berekening van het uit deze feiten wederrechtelijk verkregen voordeel op de berekening opgenomen in het door de politie opgemaakte Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, tweede lid van Wetboek van Strafrecht van 13 augustus 2021, evenals de bijbehorende bewijsmiddelen waarnaar verwezen wordt in dit rapport, en de eventuele aanvullingen daarop.

Uit de bewezenverklaringen van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten in de strafzaak blijkt dat de betrokkene en de medebetrokkene van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] opbrengsten hebben ontvangen afkomstig uit hun werkzaamheden als prostituee en andere arbeid of diensten van seksuele aard, en uit de overige inkomsten van [slachtoffer 2] (waaronder Wajong uitkering en DUO financiering). Feit 1: [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze van februari 2020 tot juni 2020 in de prostitutie heeft moeten werken. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze iedere dag heeft moeten werken en dat de klanten zowel contant als via een tikkie betaalden.

In periode van 1 april 2020 tot en met 30 mei 2020 is op de bankrekening van [slachtoffer 1] met nummer [rekeningnummer 1] , 35 keer een tikkie bijgeschreven met een totaalbedrag van € 1.985,00. Het hof stelt vast dat [slachtoffer 1] wisselend heeft verklaard over het aantal klanten dat zij in die periode heeft gehad. Bovendien heeft zij zich, zo volgt uit haar verklaring, in de beginperiode niet geprostitueerd maar andere arbeid of diensten van seksuele aard verricht, die 50 tot 100 euro per week opleverden (het sturen van seksberichten naar mannen), terwijl zij in de laatste maand, het hof begrijpt in mei 2020, met het zich prostitueren hooguit 200 euro zou hebben verdiend.

Het hof zal, uitgaande van die verklaringen van [slachtoffer 1] , de verdiensten over maand februari 2020 vaststellen op 4 weken x € 75= € 300,00 en over de maand mei 2020 op een bedrag van € 200,00. Nu kennelijk het grootste deel van de verdiensten uit prostitutie in de periode van maart en april 2020, zijnde 61 dagen, contant is betaald, en hiervan geen boekhouding is bijgehouden, en de verdiensten per dag bij gebreke hiervan niet berekend kunnen worden aan de hand van het aantal klanten en verdiensten per klant, zal het hof bij de vaststelling van de verdiensten uit prostitutiewerkzaamheden in die periode uitgaan van een in de rechtspraak inmiddels vaker gehanteerd forfaitair bedrag van € 200,00 per dag.

In dit bedrag zitten dan zowel de contante betalingen als betalingen die in de bewezenverklaarde periode via een tikkie zijn gedaan. De verdiensten uit verrichte diensten of arbeid van seksuele aard bedragen aldus over de maand februari 2020 € 300,00, over de maanden maart en april 2020, zijnde 61 dagen x € 200,- per dag = € 12.200,00, en over de maand mei 2020 € 200,00, derhalve in totaal € 12.700,00. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze haar verdiensten aan de betrokkene en de medebetrokkene moest afstaan en dat ze per week € 10,00 kreeg om van te eten.

Daarom zullen de opbrengsten uit de verrichte diensten of arbeid in de periode van 1 februari 2020 tot en met 31 mei 2020, zijnde 17,3 weken worden verminderd met € 10,00 x 17,3 weken = € 173,00. Het totaal aan verdiensten uit arbeid of diensten van seksuele aard in de bewezenverklaarde periode is aldus € 12.700,00 minus € 173,00 = € 12.527,00. Feit 2: [slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze in de periode van 1 januari 2021 tot en met 25 juni 2021 tegen betaling heeft moeten chatten (erotisch) en voor de webcam (seksuele) handelingen heeft moeten verrichten.

In het begin zouden de verdiensten van [slachtoffer 2] op haar rekening zijn gestort, maar nadat de bewindvoerder van [slachtoffer 2] haar daarop heeft aangesproken, werd het geld van de verdiensten van [slachtoffer 2] op de rekeningen van de betrokkene en de medebetrokkene gestort. [slachtoffer 2] heeft daarbij gewerkt voor de site van [bedrijf 1] en de site van [bedrijf 2] . [bedrijf 1] . [bedrijf 1] is het bedrijf dat (erotische) chatoperators faciliteert door bijvoorbeeld vanuit huis (erotische) chatberichten te sturen naar betalende klanten.

Op de [bank 1] -bankrekening van [slachtoffer 2] met nummer [rekeningnummer 2] zijn in de periode van 18 januari 2021 tot en met 30 maart 2021 een elftal betalingen verricht door het bedrijf [bedrijf 1] met een totale bijschrijving van € 1.535,34. [bedrijf 2] De betalingen voor de verrichte diensten (webcamseks) voor [bedrijf 2] zijn betaald door het bedrijf [bedrijf 3] Op de [bank 1] -rekening van [slachtoffer 2] met nummer [rekeningnummer 2] zijn in de periode van 23 maart 2021 tot en met 20 april 2021 door [bedrijf 3] , 6 betalingen verricht met een totale bijschrijving van € 1.366,05.

Op de [bank 2] -rekening van [slachtoffer 2] met nummer [rekeningnummer 3] , zijn op 26 april 2021 en op 4 mei 2021 door [bedrijf 3] betalingen verricht tot een totaalbedrag van € 335,-. Uit een e-mailbericht van de betrokkene van 30 april 2021 aan [bedrijf 2] blijkt dat zij heeft verzocht het telefoonnummer van het account van betrokkene bij [bedrijf 2] met [accountnummer] om te zetten naar het telefoonnummer van [slachtoffer 2] , [telefoonnummer] . Uit het rekeningoverzicht van de [bank 2] -rekening van de betrokkene blijkt dat in de periode van 11 mei 2021 tot en met 25 mei 2021, dus nadat het account van de betrokkene is omgezet naar het telefoonnummer van [slachtoffer 2] , een bedrag van in totaal € 1.153,58 door [bedrijf 3] ( [bedrijf 2] ) aan de betrokkene is overgemaakt, telkens met de omschrijving van het account [accountnummer] : - Op 11 mei 2021 voor de periode 3 mei 2021 tot en met 9 mei 2021 een bedrag van € 351,81; op 18 mei 2021 voor de periode 10 mei 2021 tot en met 16 mei 2021 een bedrag van € 453,01; en op 25 mei 2021 voor de periode 17 mei 2021 tot en met 23 mei 2021 een bedrag van € 348,76.

Het hof gaat er derhalve van uit dat deze na 30 april 2021 op de [bank 2] -rekening van betrokkene gedane betalingen door [bedrijf 3] de verdiensten zijn geweest van [slachtoffer 2] uit arbeid of diensten van seksuele aard. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze al haar verdiensten heeft moeten afstaan aan de betrokkene en de medebetrokkene. Uit de agenda valt echter af te leiden dat [slachtoffer 2] om de week voor € 10,- mocht uitzoeken. Het hof zal in het voordeel van de betrokkene en de medebetrokkene over de verdiensten een bedrag van € 10,00 per week in mindering brengen, zijnde 25 weken x € 10,00 = € 250,00.

Afstaan overige inkomsten [slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze in de periode van 1 januari 2021 tot en met 25 juni 2021 al haar overige inkomsten (waaronder de Wajong-uitkering en DUO financiering) heeft moeten afstaan aan de betrokkene en de medebetrokkene. Uit het dossier volgt dat op de [bank 1] -rekening van [slachtoffer 2] met nummer [rekeningnummer 2] in de periode van 15 januari 2021 tot en met 27 april 2021 60 transacties hebben plaatsgevonden tussen de bankrekening van [medebetrokkene] met nummer [rekeningnummer 4] . In totaal is een bedrag van € 1.624,51 van de rekening van [slachtoffer 2] op de rekening van de medebetrokkene bijgeschreven.

Omgekeerd is door de medebetrokkene van haar [bank 3] -rekening een bedrag van € 113,13 overgemaakt op de [bank 1] -rekening van [slachtoffer 2] . In totaal heeft [slachtoffer 2] een bedrag van € 1.511,38 meer overgemaakt naar de rekening van de medebetrokkene. Voorts hebben van de [bank 1] -bankrekening van [slachtoffer 2] in de periode van 29 januari 2021 tot en met 5 mei 2021 tien transacties plaatsgevonden naar de bankrekening van de betrokkene met nummer [rekeningnummer 5] met een totaalbedrag van € 716,36. Op 18 januari 2021 is door [slachtoffer 2] van haar [bank 1] -rekening een tikkie betaald van € 50,00 op de [bank 2] -rekening van de betrokkene.

In totaal heeft [slachtoffer 2] een totaalbedrag van € 766,36 overgemaakt naar de rekening van de betrokkene. In de periode van 4 januari 2021 tot en met 12 juni 2021 werden er vanaf de [bank 1] -rekening van [slachtoffer 2] 29 keer contante geldopnamen gedaan met een totaalbedrag van € 3.550,-. [slachtoffer 2] heeft hierover verklaard dat de betrokkene en de medebetrokkene de beschikking hadden over haar pinpas en bankrekening. Het hof acht het aannemelijk dat deze contante opnamen ten gunste van de betrokkene en de medebetrokkene zijn gekomen.

Totale opbrengst [slachtoffer 2] Uit het vorenstaande blijkt dat door de betrokkene en de medebetrokkene van de [bank 1] -rekening van [slachtoffer 2] een bedrag van € 3.550,00 contant is opgenomen en een totaalbedrag van € 2.277,74 (€ 1.511,38 plus € 766,36) naar de bankrekeningen van de betrokkene en de medebetrokkene zijn overgemaakt, zijnde in totaal € 5.827,74. Daarnaast zijn vanaf 30 april 2021 de verdiensten van [slachtoffer 2] bij [bedrijf 2] ten bedrage van € 1.153,58 betaald op de [bank 2] -rekening van de betrokkene. De op de [bank 1] -rekening van [slachtoffer 2] betaalde gelden uit haar arbeid of diensten van seksuele aard van in totaal € 2.901,39 (€ 1.535,34 ( [bedrijf 1] ) plus € 1.366,05 ( [bedrijf 2] ) worden niet in de berekening betrokken nu deze gelden immers zijn opgenomen door of overschreven op de bankrekeningen van de betrokkene en de medebetrokkene.

De verdiensten uit arbeid of diensten van seksuele aard van in totaal € 335,00 die betaald zijn op de [bank 2] -rekening van [slachtoffer 2] worden niet in de berekening betrokken nu niet is gebleken dat deze gelden ter beschikking zijn gekomen aan de betrokkene en/of de medebetrokkene. Het totaal wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van [slachtoffer 2] bedraagt aldus € 5.827,74 plus € 1.153,58 minus € 250,00 = € 6.731,32. Vaststelling geschat wederrechtelijk verkregen voordeel Het voorgaande leidt er per saldo toe dat het hof het bedrag dat de betrokkene en de medebetrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel genoten schat op:

Wederrechtelijk verkregen voordeel [slachtoffer 1] € 12.527,00. Wederrechtelijk verkregen voordeel [slachtoffer 2] € 6.731,32. Totaal wederrechtelijk verkregen voordeel: € 19.258,32 Het hof zal dit bedrag afronden op € 19.258,00. Het hof ziet anders dan de rechtbank geen aanleiding om bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel is geschat de aan de benadeelde partijen toegekende vorderingen en de verplichting tot betaling aan de Staat voor de som geld ten behoeve van slachtoffers in mindering te brengen, nu die nog niet zijn voldaan.

Toerekening aan de betrokkene en medebetrokkene Indien het dossier en het verhandelde ter terechtzitting zodanige duidelijke aanwijzingen bevatten dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat twee of meer, bekende of onbekende daders gezamenlijk de beschikking hebben of gedurende zekere tijd de beschikking hebben gehad over de gehele opbrengst van het strafbare feit of de strafbare feiten en de betrokkene als een van die daders geen, dat vermoeden ontzenuwende, gegevens daaromtrent verschaft kan de rechter het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel voor het geheel aan de betrokkene toerekenen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat dat [betrokkene] en [medebetrokkene] gezamenlijk de beschikking hebben gehad over de gehele wederrechtelijke opbrengst. Daarbij acht het hof het volgende van belang. De betrokkene en de medebetrokkene hebben de – voor het berekende wederrechtelijk verkregen voordeel relevante – strafbare feiten tezamen en in vereniging begaan. Ten aanzien van de inkomsten uit de verdiensten van [slachtoffer 1] overweegt het hof nog als volgt. Het door [slachtoffer 1] verdiende contant geld moest worden afgestaan aan de medebetrokkene.

De medebetrokkene legde het geld vervolgens in een kluis waarover de betrokkene en de medebetrokkene de beschikking hadden. Daarnaast werd het afgestane geld door beiden uitgegeven om onder andere in hun levensonderhoud te voorzien. Ten aanzien van de inkomsten uit de verdiensten van [slachtoffer 2] overweegt het hof als volgt. Uit de bewijsmiddelen is gebleken dat [slachtoffer 2] haar verdiende geld moest afstaan. Zo werden door de betrokkene en de medebetrokkene van de [bank 1] -rekening van [slachtoffer 2] contant gelden opgenomen met de pinpas (en pincode) van [slachtoffer 2] die in het bezit was van zowel de betrokkene als de medebetrokkene.

Verder is er van de [bank 1] -rekening van [slachtoffer 2] geld overschreven naar de bankrekeningen van de betrokkene en de medebetrokkene. Hierover heeft [slachtoffer 2] ook verklaard dat zowel de betrokkene als de medebetrokkene de beschikking hebben gehad over haar digitaal bankieren. Dat dit de intentie is geweest van de betrokkene en de medebetrokkene blijkt ook wel nu de betrokkene zich bij een medewerker van de [bank 1] -bank, de bank van [slachtoffer 2] , zich in het telefoongesprek heeft voorgedaan als [slachtoffer 2] om te proberen gegevens aan te passen.

Dat er een deel van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de rekening van de betrokkene en op die van de medebetrokkene is overgemaakt, maakt naar het oordeel van het hof niet dat ze niet gezamenlijk hebben kunnen beschikken over dit voordeel. Dit geldt temeer nu de betrokkene en de medebetrokkene in de periode van 1 januari 2021 tot en met 25 juni 2021 samen in de woning van de betrokkene woonden en een gemeenschappelijke (financiële) huishouding deelden. Door de verdediging zijn geen ontzenuwende gegevens verschaft die het vermoeden dat de betrokkene en de medebetrokkene gezamenlijk de beschikking hadden over het wederrechtelijk verkregen voordeel ontkrachten.

Deze omstandigheden maken samen dat het hof het wederrechtelijk verkregen voordeel als gemeenschappelijk voordeel voor het geheel aan de betrokkene toerekenen en dat de betrokkene en de medebetrokkene hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gezamenlijke betalingsverplichting. Op te leggen betalingsverplichting Het hof zal aan de betrokkene hoofdelijk de verplichting opleggen tot betaling van na te melden bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Gijzeling Met ingang van 1 januari 2020 heeft het nieuwe elfde lid van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kracht van wet gekregen.

Het hof zal daarom bij het opleggen van de ontnemingsmaatregel tevens de duur van de gijzeling bepalen die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering in de onderhavige zaak ten hoogste kan worden gevorderd indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt. Het hof hanteert, overeenkomstig de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde uitgangspunten, bij de berekening van de duur van deze gijzeling voor elke volle € 50,00 van de betalingsverplichting één dag. De maximale duur van de gijzeling bedraagt ingevolge artikel 36e, elfde lid, van het Wetboek van Strafrecht drie jaren.

Gelet op de hoogte van de op te leggen betalingsverplichting zal het hof mitsdien de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd hierna bepalen op 385 dagen. Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens gold dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens geldt. BESLISSING Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 19.258,00 (negentienduizend tweehonderdachtenvijftig euro); legt de betrokkene de hoofdelijke verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 19.258,00 (negentienduizend tweehonderdachtenvijftig euro); bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 385 dagen; bepaalt dat de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel komt te vervallen indien en voor zover de mededader van betrokkene heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat.

Aldus gewezen door: mr. A.C. Bosch, voorzitter, mr. S. Riemens en mr. A.E.J. Satink, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier, en op 26 januari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. A.E.J. Satink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de Team Migratiecriminaliteit en mensenhandel Oost-Brabant, met proces-verbaalnummer OBRCC20004-140, onderzoek Bamako, gesloten d.d. 29 juli 2021, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-580, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie met daarin gerelateerde bijlagen. rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict ex art. 36e 2e lid Wetboek van Strafrecht van het Team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel Oost-Brabant, met proces-verbaalnummer OBRCC20004-188, onderzoek Bamako, gesloten d.d. 13 augustus 2021, met doorgenummerde dossierpagina’s 1-54, opgemaakt door verbalisant [verbalisant] , in samenhang bezien met het in voetnoot 1 opgenomen algemeen dossier van de politie.

Het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 26 juli 2021, voor zover inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant] , pagina’s 343 – 354 van het politiedossier. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 14 september 2020, voor zover inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1] , pagina’s 113 en 117 van het politiedossier. Gerechtshof Den Haag d.d. 27 juni 2018,ECLI:NL:GHDHA:2018:169 en Gerechtshof Den Haag d.d. 11 juli 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1710. Rapport wederrechtelijk verkregen voor d.d. 13 augustus 2021, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , pagina 50.

Rapport wederrechtelijk verkregen voor d.d. 13 augustus 2021, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , pagina 50. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juli 2021, pagina 388 – 389 van het politiedossier. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 juni 2021, pagina 328 – 333, van het politiedossier. Rapport wederrechtelijk verkregen voor d.d. 13 augustus 2021, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , pagina 51. Rapport wederrechtelijk verkregen voor d.d. 13 augustus 2021, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , pagina 52.

Rapport wederrechtelijk verkregen voor d.d. 13 augustus 2021, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant] , pagina 52. Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris d.d. 22 december 2021, inhoudende de afgelegde verklaring van [slachtoffer 2] . Tapgesprek 1123, inhoudende het telefoongesprek van 10 juni 2021 tussen medebetrokkene [betrokkene] en een medewerker van de [bank 1] Bank, pagina 407.