Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHSHE:2014:4527 ECLI:NL:GHSHE:2014:4527 AI generated

ECLI:NL:GHSHE:2014:4527 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Case Number ECLI:NL:GHSHE:2014:4527
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak : 30 oktober 2014 Zaaknummer : HV 200.156.601/01 Zaaknummer eerste aanleg : C/01/13/573 FT RK 14-1109 in de zaak in hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. G.M.C. Plompen te Eindhoven.

Legislator headnote

AI generated

artikel 242 Fw, artikel 15b Fw, artikel 247a FW; ECLI:NL:GHSHE:2014:4527 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch: Nadat het hof [appellant] erop heeft gewezen dat – zo zijn verzoek al op tijd is ontvangen – uit HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6856 blijkt dat een schuldenaar wiens faillietverklaring op de voet van artikel 242 Fw is uitgesproken niet kan worden ontvangen in een op artikel 15b Fw gebaseerd verzoek, zulks mede gezien de in artikel 247a FW vervatte regeling, en voorts niet blijkt van het doorlopen van enig minnelijk traject, heeft het hof [appellant] en mr. Plompen in de gelegenheid gesteld te overleggen. Na hervatting van de mondelinge behandeling hebben [appellant] en mr.

Keywords

AI generated
artikel 242 Fw artikel 15b Fw artikel 247a FW

Cited Legislation

AI generated
artikel 242 Fw
artikel 15b Fw
artikel 247a FW

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht Uitspraak : 30 oktober 2014 Zaaknummer : HV 200.156.601/01 Zaaknummer eerste aanleg : C/01/13/573 FT RK 14-1109 in de zaak in hoger beroep van: [appellant], wonende te [woonplaats], appellant, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. G.M.C. Plompen te Eindhoven.

1Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 11 september 2014. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 september 2014, heeft appellant verzocht voormeld vonnis te vernietigen en het inleidend verzoek alsnog toe te wijzen, inhoudende dat het faillissement wordt opgeheven en [appellant] wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. 2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2014. Bij die gelegenheid is [appellant] gehoord, bijgestaan door mr. Plompen.

Nadat het hof [appellant] erop heeft gewezen dat – zo zijn verzoek al op tijd is ontvangen – uit HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6856 blijkt dat een schuldenaar wiens faillietverklaring op de voet van artikel 242 Fw is uitgesproken niet kan worden ontvangen in een op artikel 15b Fw gebaseerd verzoek, zulks mede gezien de in artikel 247a FW vervatte regeling, en voorts niet blijkt van het doorlopen van enig minnelijk traject, heeft het hof [appellant] en mr. Plompen in de gelegenheid gesteld te overleggen. Na hervatting van de mondelinge behandeling hebben [appellant] en mr.

Plompen verklaard dat het hoger beroep van [appellant] wordt ingetrokken.

3De beoordeling

Het hof begrijpt uit genoemde mededeling ter zitting in hoger beroep dat [appellant] zijn grieven tegen het vonnis waarvan beroep niet langer handhaaft. Dit brengt mee dat het verzoek in hoger beroep dient te worden afgewezen.

4De uitspraak

Het hof: wijst af het verzoek in hoger beroep tegen voormeld vonnis. Dit arrest is gewezen door mrs. R.R.M. de Moor, P.J.M. Bongaarts en Th.A. Pouw en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2014.