ECLI:NL:GHSHE:2007:542 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Legislator summary
AI generatedtyp. CB rolnr. C0500916/MA ARREST VAN HET GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH, sector civiel recht, vijfde kamer, van 28 augustus 2007, gewezen in de zaak van: [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante bij exploot van dagvaarding van 27 mei 2005, procureur mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann, tegen: [geïntimeerde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde bij gemeld exploot, procureur mr. J.E. Lenglet, als vervolg op het op 23 januari 2007 gewezen tussenarrest. 6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep [appellante] heeft van het bijbrengen van bewijs afgezien.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:GHSHE:2007:542 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch: typ. CB rolnr. C0500916/MA ARREST VAN HET GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH, sector civiel recht, vijfde kamer, van 28 augustus 2007, gewezen in de zaak van: [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante bij exploot van dagvaarding van 27 mei 2005, procureur mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann, tegen: [geïntimeerde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde bij gemeld exploot, procureur mr. J.E. Lenglet, als vervolg op het op 23 januari 2007 gewezen tussenarrest. 6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep [appellante] heeft van het bijbrengen van bewijs afgezien.
Full text
typ. CB rolnr. C0500916/MA ARREST VAN HET GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH, sector civiel recht, vijfde kamer, van 28 augustus 2007, gewezen in de zaak van: [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante bij exploot van dagvaarding van 27 mei 2005, procureur mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann, tegen: [geïntimeerde] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde bij gemeld exploot, procureur mr. J.E. Lenglet, als vervolg op het op 23 januari 2007 gewezen tussenarrest. 6Het verdere verloop van het geding in hoger beroep [appellante] heeft van het bijbrengen van bewijs afgezien.
De stukken zijn andermaal overgelegd voor uitspraak. 7De beoordeling 7.1. Het hof verwijst naar en volhardt bij het tussenarrest. In rov. 4.20 is reeds overwogen, hoe – naar gelang de uitkomst van de bewijslevering – geoordeeld zou worden. Het hof heeft geen reden daar thans van af te wijken. Overeenkomstig het aldaar overwogene zal [geïntimeerde] worden veroordeeld tot betaling van € 5.000,--, met vernietiging van het vonnis waarvan beroep en veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding, waarbij in verband met het feit dat aanmerkelijk minder zal worden toegewezen dan werd gevorderd, het salaris zal worden vastgesteld op basis van het toe te wijzen bedrag.
Voor de goede orde zij erop gewezen dat zij haar in eerste aanleg ingediende vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, blijkens de specificatie van haar vordering in hoger beroep (memorie van grieven sub 19, 20 en 21) niet heeft gehandhaafd. De rente is gevorderd, en toewijsbaar, vanaf 8 december 2003, zijnde daags na het ongeval.
8De uitspraak
Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep, en opnieuw rechtdoende; veroordeelt geïntimeerde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan appellante te betalen een bedrag, groot € 5.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 8 december 2003 tot de dag der algehele voldoening; veroordeelt geïntimeerde in de kosten van het geding, aan de zijde van appellante tot heden begroot, in eerste aanleg op € 1.218,78 aan verschotten en € 768,-- voor sala- ris procureur, en in hoger beroep op € 880,60 aan verschotten en € 632,-- voor salaris procureur; verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit arrest is gewezen door mrs. Brandenburg, Feddes en Hutten en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof op 28 augustus 2007. griffier rolraadsheer