Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7622 ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7622 AI generated

ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7622 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Case Number ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7622
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

BELASTINGKAMER Nr. 02/00530 HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, eerste enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Y tegen de uitspraak van de Heffingsambtenaar parkeerbelastingen van de gemeente Q (hierna: de verweerder) op het bezwaarschrift betreffende de naheffingsaanslag in de parkeerbelasting de dato 19 november 2001, aanslagnummer 1. Het onderzoek ter zitting Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 10 maart 2004 te 's-Hertogenbosch.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:GHSHE:2004:AO7622 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch: Op grond van artikel 6, vijfde lid, van de Verordening dient, ter zake van parkeren waarbij voor het voldoen van de parkeerbelasting gebruikt wordt gemaakt van een persoonlijke parkeermeter, deze parkeermeter met de tijdsaanduiding duidelijk leesbaar direct achter de voorruit te worden aangebracht.

Keywords

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BELASTINGKAMER Nr. 02/00530 HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, eerste enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Y tegen de uitspraak van de Heffingsambtenaar parkeerbelastingen van de gemeente Q (hierna: de verweerder) op het bezwaarschrift betreffende de naheffingsaanslag in de parkeerbelasting de dato 19 november 2001, aanslagnummer 1. Het onderzoek ter zitting Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 10 maart 2004 te 's-Hertogenbosch.

Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de verweerder. Na de behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 24 maart 2004, de volgende mondelinge uitspraak gedaan. De beslissing Het Hof verklaart het beroep ongegrond. De gronden voor de beslissing 1. Op 19 november 2001 om 18:04 uur stond belanghebbendes personenauto, merk Mercedes Benz, met het kenteken 1, op een parkeerplaats in de Astraat in de gemeente Q geparkeerd. Deze locatie is door het college van burgemeester en wethouders op grond van de Verordening aangewezen als plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd.

Belanghebbende heeft de voor het onderhavige parkeren verschuldigde belasting niet bij de aanvang van het parkeren betaald.

2. Belanghebbende heeft aangevoerd dat hij, na het parkeren van zijn auto om 18:00 uur recht voor zijn kantoor in de Astraat, zijn kantoor is binnengegaan om zijn parkeermeter te halen. In het kantoor ging de telefoon over en heeft hij gedurende twee minuten een klant te woord gestaan. Op het moment van terugkomst bij zijn auto om 18:04 uur was hij reeds bekeurd.

3. Op grond van artikel 6, vijfde lid, van de Verordening dient, ter zake van parkeren waarbij voor het voldoen van de parkeerbelasting gebruikt wordt gemaakt van een persoonlijke parkeermeter, deze parkeermeter met de tijdsaanduiding duidelijk leesbaar direct achter de voorruit te worden aangebracht.

4. Nu belanghebbende na het parkeren van zijn auto eerst zijn kantoor is binnengegaan om de parkeermeter te halen, alwaar hij vervolgens gedurende twee minuten een klant telefonisch te woord heeft gestaan, kan worden geconcludeerd dat belanghebbende niet conform het bepaalde in artikel 6, vijfde lid van de Verordening, de parkeermeter direct achter de voorruit heeft aangebracht. Weliswaar dient belanghebbende een redelijke tijd te worden gelaten om de parkeermeter in werking te stellen echter het telefonisch te woord staan van een klant valt niet onder deze handeling.

5. Gelet op het vorenstaande dient, nu het bedrag van de naheffingsaanslag als zodanig niet in geschil is, het beroep van belanghebbende ongegrond te worden verklaard. De proceskosten. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal. Aldus gedaan door J.Th. Simons, lid van voormelde Kamer, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van A.R. Veldt, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2004. Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 30 maart 2004 Het aanwenden van een rechtsmiddel:

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch). Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende € 51,=. Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van € 204,50 verschuldigd. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen.

Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen. Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.