Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHSHE:2000:AB0582 ECLI:NL:GHSHE:2000:AB0582 AI generated

ECLI:NL:GHSHE:2000:AB0582 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Case Number ECLI:NL:GHSHE:2000:AB0582
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

BELASTINGKAMER Nr. 98/00576 HET GERECHTSHOF TE ’s-HERTOGENBOSCH PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK Uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Administratie-kantoor X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen Y van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op haar bezwaarschrift tegen het bedrag dat door haar als omzetbelasting op aangifte is voldaan over het tijdvak 1 september 1997 tot en met 30 september 1997.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHSHE:2000:AB0582 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch: BELASTINGKAMER Nr. 98/00576 HET GERECHTSHOF TE ’s-HERTOGENBOSCH PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK Uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Administratie-kantoor X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen Y van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op haar bezwaarschrift tegen het bedrag dat door haar als omzetbelasting op aangifte is voldaan over het tijdvak 1 september 1997 tot en met 30 september 1997.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BELASTINGKAMER Nr. 98/00576 HET GERECHTSHOF TE ’s-HERTOGENBOSCH PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK Uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Administratie-kantoor X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen Y van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op haar bezwaarschrift tegen het bedrag dat door haar als omzetbelasting op aangifte is voldaan over het tijdvak 1 september 1997 tot en met 30 september 1997.

De mondelinge behandeling: De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 8 november 2000 te ’s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur. Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 22 november 2000, de volgende mondelinge uitspraak gedaan. De beslissing: Het Hof bevestigt de bestreden uitspraak. De gronden: (1) Vaststaat dat de arbeidsovereenkomst tussen belanghebbende en de heer A is aangegaan voor de periode 1 oktober 1996 tot en met 30 september 1997 en dat deze overeenkomst vervolgens telkens voor de duur van één jaar is verlengd.

Geen feiten en/of omstandigheden zijn gesteld, laat staan aannemelijk geworden, op grond waarvan zou kunnen worden geoordeeld dat de intentie van zowel belanghebbende als de heer A er op was c.q. is gericht de overeenkomst voor bepaalde tijd om te zetten in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. In verband hiermede is niet voldaan aan de op pagina 21, onderaan, en pagina 22, bovenaan, van de Notitie van 17 december 1990 onder letter b gestelde voorwaarde. Belanghebbendes beroep op deze notitie moet derhalve worden verworpen. Mitsdien kan de rechtskracht van deze notitie in het midden blijven. (2) Belanghebbendes subsidiaire stelling vindt geen steun in het recht nu geen sprake is van kosten voor gemene rekening, noch van een doorlopende post of van een uitschot aan belasting. (3) Gelet op hetgeen onder (1) en (2) is overwogen, is het gelijk aan de zijde van de Inspecteur.

Voor dit geval is niet in geschil dat de bestreden uitspraak moet worden bevestigd. (4) Nu het beroep ongegrond is en bijzondere omstandigheden niet zijn gesteld of gebleken, vindt het Hof geen aanleiding de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard geen aanspraak te maken op vergoeding van proceskosten. (5) Gelet op al het vorenstaande moet worden beslist als eerder vermeld. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal. Aldus vastgesteld op 22 november 2000 door J.A.

Meijer, voorzitter, M.E. van Hilten en P. Fortuin, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van Th.A.J. Kock, waarnemend-griffier. Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 28 november 2000 Het aanwenden van een rechtsmiddel: U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch). Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende fl. 150,=.

Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak eveneens een griffierecht van fl. 150,= verschuldigd. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onder-werpen. Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.