Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2677 ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2677 AI generated

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2677 · Gerechtshof 's-Gravenhage

Case Number ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2677
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 10 oktober 2012 Zaaknummer : 200.109.551/01 Rekestnummer rechtbank : HA RK 10-75 [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, hierna te noemen: de man, advocaat mr. A.L. Ruiter te Enschede, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Immigratie- en Naturalisatiedienst), zetelende te ’s-Gravenhage, verweerder in hoger beroep. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De man is op 4 juli 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 5 april 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2677 · Gerechtshof 's-Gravenhage: Op 21 september 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep, door mr. Lückers als raadsheer-commissaris, mondeling behandeld. Partijen zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de man, vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit, afgewezen. DE ONTVANKELIJKEID VAN HET HOGER BEROEP 1. De man heeft beroep ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Cited Case Law

AI generated
NJ 1986/242
NJ 2000/674

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE Sector Civiel recht Uitspraak : 10 oktober 2012 Zaaknummer : 200.109.551/01 Rekestnummer rechtbank : HA RK 10-75 [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, hierna te noemen: de man, advocaat mr. A.L. Ruiter te Enschede, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Immigratie- en Naturalisatiedienst), zetelende te ’s-Gravenhage, verweerder in hoger beroep. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De man is op 4 juli 2012 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 5 april 2012 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

Op 21 september 2012 is de ontvankelijkheid van het verzoek in hoger beroep, door mr. Lückers als raadsheer-commissaris, mondeling behandeld. Partijen zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking heeft de rechtbank het verzoek van de man, vast te stellen dat hij de Nederlandse nationaliteit bezit, afgewezen. DE ONTVANKELIJKEID VAN HET HOGER BEROEP 1. De man heeft beroep ingesteld tegen een beschikking als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

Uit dit wetsartikel blijkt dat tegen de beschikking van de rechtbank geen hogere voorziening openstaat behoudens cassatie in het belang der wet.

2. Tegen de op grond van artikel 18, tweede lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap gegeven beschikkingen staan geen hogere voorzieningen open, behoudens cassatie in het belang der wet. Uit vaste jurisprudentie (HR 29 maart 1985, LJN AG4989; NJ 1986/242 (Enka/Dupont) en HR 30 juni 2000, LJN AA6342; NJ 2000/674) blijkt dat een appelverbod kan worden doorbroken indien gesteld wordt dat: - de rechter een artikel ten onrechte heeft toegepast; - de rechter een artikel ten onrechte niet heeft toegepast; - de rechter buiten het toepassingsgebied is getreden; - sprake is van essentieel vormverzuim. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een van deze gronden.

3. Mitsdien wordt als volgt beslist. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mrs. Lückers, Husson en Kamminga, bijgestaan door Verheijen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2012.