Legislator Case Law & Legislation
C07/01173 ECLI:NL:GHSGR:2008:BC2825 AI generated

C07/01173 · Gerechtshof 's-Gravenhage

Case Number C07/01173
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Het geding 1.1. De vrouw is bij exploot van 25 september 2007 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam van 29 augustus 2007, gewezen onder zaak-/rolnummer 288816/KG ZA 07-707, met dagvaarding van de man voor dit hof. 1.2. Bij memorie van grieven heeft de vrouw van twee grieven gediend en geconcludeerd overeenkomstig het exploot voornoemd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de oorspronkelijke vorderingen van de man alsnog zal afwijzen, met diens veroordeling in de kosten in beide instanties. 1.3. Bij incidentele memorie tot voeging heeft de man voeging gevorderd met de bij dit hof aanhangige zaak met rolnummer R07/00588, tussen de man als appellant en de vrouw als geïntimeerde. 1.4. Bij Akte van antwoord op de incidentele memorie tot voeging heeft de vrouw geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering tot voeging zoals hiervoor weergegeven. 1.5. Tenslotte hebben partijen arrest gevraagd in het incident, zulks onder overlegging van de dossiers door ieder van partijen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 222 Rv, artikel 362 Rv, artikel 285 Rv; C07/01173 · Gerechtshof 's-Gravenhage: De vordering betreft de voeging van een geding dat is ingeleid met een dagvaarding (rolnummer C07/1173 kort geding) met een geding dat is ingeleid met een verzoekschrift (requestnummer R07/0588) en is gegrond op artikel 222 Rv. Deze bepaling ziet evenwel slechts op gedingen die zijn ingeleid met een dagvaarding. Op grond van het bepaalde van artikel 362 Rv is de overeenkomstige bepaling met betrekking tot voeging van gedingen die met een verzoekschrift zijn ingeleid – artikel 285 Rv – niet van toepassing in hoger beroep, zodat – veronderstellenderwijs aannemend dat voeging van een dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure anderszins al mogelijk zou zijn – reeds op die grond de vordering tot voeging moet worden afgewezen.

Keywords

AI generated
artikel 222 Rv artikel 362 Rv artikel 285 Rv

Cited Legislation

AI generated
artikel 222 Rv
De vordering betreft de voeging van een geding dat is ingeleid met een dagvaarding (rolnummer C07/1173 kort geding) met een geding dat is ingeleid met een verzoekschrift (requestnummer R07/0588) en is gegrond op artikel 222 Rv.
artikel 362 Rv
artikel 285 Rv

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE Sector familie Rolnummer : C07/01173 kort geding Rolnummer rechtbank: KG ZA 07/707 arrest van de familiekamer van 23 januari 2008 inzake [eiser], wonende te [woonplaats], eiser in het incident, geïntimeerde in de hoofdzaak, hierna te noemen: de man, procureur: mr. W. Heemskerk, tegen [verweerster], wonende te [woonplaats], verweerster in het incident, appellante in de hoofdzaak, hierna te noemen: de vrouw, procureur: mr. W.B. Teunis.

1. Het geding 1.1. De vrouw is bij exploot van 25 september 2007 in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank te Rotterdam van 29 augustus 2007, gewezen onder zaak-/rolnummer 288816/KG ZA 07-707, met dagvaarding van de man voor dit hof. 1.2. Bij memorie van grieven heeft de vrouw van twee grieven gediend en geconcludeerd overeenkomstig het exploot voornoemd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de oorspronkelijke vorderingen van de man alsnog zal afwijzen, met diens veroordeling in de kosten in beide instanties. 1.3. Bij incidentele memorie tot voeging heeft de man voeging gevorderd met de bij dit hof aanhangige zaak met rolnummer R07/00588, tussen de man als appellant en de vrouw als geïntimeerde. 1.4. Bij Akte van antwoord op de incidentele memorie tot voeging heeft de vrouw geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering tot voeging zoals hiervoor weergegeven. 1.5. Tenslotte hebben partijen arrest gevraagd in het incident, zulks onder overlegging van de dossiers door ieder van partijen.

2. Beoordeling van het incidenteel verzoek tot voeging 2.1. De man heeft zijn vordering tot voeging gegrond op het feit dat tussen partijen tegelijk twee zaken aanhangig zijn die over hetzelfde onderwerp gaan, te weten een ‘bijdrage in de kosten van huishoudgeld versus alimentatieverplichting’. Daarbij zijn volgens de man dezelfde feitelijke juridische geschilpunten aan de orde, waardoor beide procedures tevens zodanig verknocht zijn dat consistentie van de uitspraken wenselijk is. Door voeging wordt/worden dubbel werk onderscheidenlijk tegenstrijdige beslissingen voorkomen. 2.2.

De vordering betreft de voeging van een geding dat is ingeleid met een dagvaarding (rolnummer C07/1173 kort geding) met een geding dat is ingeleid met een verzoekschrift (requestnummer R07/0588) en is gegrond op artikel 222 Rv. Deze bepaling ziet evenwel slechts op gedingen die zijn ingeleid met een dagvaarding. Op grond van het bepaalde van artikel 362 Rv is de overeenkomstige bepaling met betrekking tot voeging van gedingen die met een verzoekschrift zijn ingeleid – artikel 285 Rv – niet van toepassing in hoger beroep, zodat – veronderstellenderwijs aannemend dat voeging van een dagvaardingsprocedure met een verzoekschriftprocedure anderszins al mogelijk zou zijn – reeds op die grond de vordering tot voeging moet worden afgewezen.

3. Beslissing Het hof: - wijst de vordering tot voeging af; - houdt de beslissing omtrent de kosten aan tot aan het (eind)arrest in de hoofdzaak. Dit arrest is gewezen door mrs. Stille, Husson en Mink, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2008 in aanwezigheid van de griffier.