Legislator Case Law & Legislation
BK 446/02 ECLI:NL:GHLEE:2002:AE8949 AI generated

BK 446/02 · Gerechtshof Leeuwarden

Case Number BK 446/02
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UIT-SPRAAK Nr. 446/02 11 oktober 2002 Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 2 augustus 2002. De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uit-spraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van het hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente Groningen (hierna: het hoofd), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen over het jaar 2001.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht; BK 446/02 · Gerechtshof Leeuwarden: Ingevolge artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 27b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt ten behoeve van de Staat van degene, die beroep instelt, een griffierecht geheven, hetwelk in deze zaak € 29 bedraagt. Ingevolge het tweede lid van dat artikel is het beroep niet-ontvankelijk, indien het verschuldigde griffierecht niet is betaald binnen vier weken nadat de griffier degene, die het beroep heeft ingesteld, schriftelijk op de verschuldigdheid daarvan heeft gewezen. Vaststaat dat de griffier belanghebbende bij brief van 26 april 2002 en daarna bij aangetekende brief van 29 mei 2002 heeft verzocht het verschuldigde griffierecht te betalen.

Keywords

AI generated
artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht
Ingevolge artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 27b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt ten behoeve van de Staat van degene, die beroep instelt, een griffierecht geheven, hetwelk in deze zaak € 29 bedraagt.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UIT-SPRAAK Nr. 446/02 11 oktober 2002 Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 2 augustus 2002. De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uit-spraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van het hoofd van de afdeling belastingen van de gemeente Groningen (hierna: het hoofd), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de hem opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen over het jaar 2001.

Ingevolge artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 27b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt ten behoeve van de Staat van degene, die beroep instelt, een griffierecht geheven, hetwelk in deze zaak € 29 bedraagt. Ingevolge het tweede lid van dat artikel is het beroep niet-ontvankelijk, indien het verschuldigde griffierecht niet is betaald binnen vier weken nadat de griffier degene, die het beroep heeft ingesteld, schriftelijk op de verschuldigdheid daarvan heeft gewezen. Vaststaat dat de griffier belanghebbende bij brief van 26 april 2002 en daarna bij aangetekende brief van 29 mei 2002 heeft verzocht het verschuldigde griffierecht te betalen.

Aan dit verzoek is geen gevolg gegeven. Op grond van het vorenoverwogene heeft de voorzitter bij beschikking van 2 augustus 20902 de belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. Tegen deze beschikking is de belanghebbende in verzet gekomen bij een verzetschrift dat is ingediend op 8 augustus 2002. Het hoofd heeft hierop schriftelijk gereageerd. Belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen. Belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat al zijn betalingen, na een faillissement, lopen via een bank in L en dat hij al zijn rekeningen doorstuurt naar die bank.

Het hof is van oordeel dat het door belanghebbende aangevoerde volledig aan belanghebbende is toe te rekenen en derhalve niet een omstandigheid is op grond waarvan in redelijkheid kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim zou zijn geweest zoals omschreven in artikel 8:41, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van het vorenoverwogene dient als volgt te worden beslist: Het hof verklaart het verzet ongegrond. Gedaan op 11 oktober 2002 door prof. mr. Aardema, vice-president, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoor-digheid van de griffier Lorist en onderte-kend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.

Op 16 oktober 2002 afschrift aangetekend verzonden aan bei-de partijen. De griffier van het Gerechtshof te Leeuwarden.