Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2026:449 ECLI:NL:GHDHA:2026:449 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2026:449 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2026:449
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rolnummer: 22-000191-23 Parketnummer: 09-305847-20 Datum uitspraak: 13 februari 2026 Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2023 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] , thans gedetineerd in de [verblijfplaats] . Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken. Ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2026:449 · Gerechtshof Den Haag: Aangezien het hof ook ambtshalve geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep, zal het hof de verdachte op de voet van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rolnummer: 22-000191-23 Parketnummer: 09-305847-20 Datum uitspraak: 13 februari 2026 Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2023 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), BRP-adres: [BRP-adres] , [woonplaats] , thans gedetineerd in de [verblijfplaats] . Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken. Ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.

Voorts is er een beslissing genomen op het beslag zoals in het vonnis waarvan beroep is omschreven. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep Het hof heeft kennisgenomen van de email van de raadsvrouw d.d. 8 december 2025, inhoudende dat de verdachte de eerder bij schriftuur opgegeven bezwaren tegen het vonnis niet wenst te handhaven.

Aangezien het hof ook ambtshalve geen redenen ziet voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep, zal het hof de verdachte op de voet van het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr.

K.J. Duyvis. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 februari 2026.