Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2026:359 ECLI:NL:GHDHA:2026:359 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2026:359 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2026:359
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rolnummer: 22-000629-22 Parketnummer: 10-961591-19 Datum uitspraak: 18 februari 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2022 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in [detentieadres] . Ontvankelijkheid van de verdachte en de officier van justitie in het hoger beroep Na hervatting van de behandeling van het hoger beroep op de terechtzitting van 18 februari 2026 heeft de verdediging kenbaar gemaakt dat de grieven tegen het vonnis niet langer worden gehandhaafd en heeft de raadsvrouw verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.

Legislator headnote

AI generated

artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:GHDHA:2026:359 · Gerechtshof Den Haag: Het hof ziet in de specifieke omstandigheden van dit geval ambtshalve evenmin redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Het hof zal, gelet op het voorgaande en het bepaalde in artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, als voorzitter, en mr. J.W. van den Hurk en mr. B. Stapert, leden, in bijzijn van de griffier mr.

Keywords

AI generated
artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering
Het hof zal, gelet op het voorgaande en het bepaalde in artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rolnummer: 22-000629-22 Parketnummer: 10-961591-19 Datum uitspraak: 18 februari 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2022 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in [detentieadres] . Ontvankelijkheid van de verdachte en de officier van justitie in het hoger beroep Na hervatting van de behandeling van het hoger beroep op de terechtzitting van 18 februari 2026 heeft de verdediging kenbaar gemaakt dat de grieven tegen het vonnis niet langer worden gehandhaafd en heeft de raadsvrouw verzocht de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep.

De verdachte heeft kenbaar gemaakt dat de lange duur van de procedure en het ontbreken van voldoende perspectief op een voor hem minder verstrekkende maatregel daaraan ten grondslag liggen. Daarnaast heeft de advocaat-generaal op de terechtzitting van 18 februari 2026 kenbaar gemaakt dat ook de grieven van de officier van justitie tegen het vonnis niet langer worden gehandhaafd en heeft zij gevorderd zowel de officier van justitie als de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. De advocaat-generaal heeft aangegeven dat zij haar standpunt ten aanzien van het OM-appel inneemt na de slachtoffers/benadeelde partijen dan wel hun advocaat daarover persoonlijk te hebben gesproken.

Het hof ziet in de specifieke omstandigheden van dit geval ambtshalve evenmin redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Het hof zal, gelet op het voorgaande en het bepaalde in artikel 416 van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mr. B.P. de Boer, als voorzitter, en mr. J.W. van den Hurk en mr. B. Stapert, leden, in bijzijn van de griffier mr.

J.H.M. van Dam-Peusken. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 februari 2026. Mr. J.W. van den Hurk is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.