Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2025:656 ECLI:NL:GHDHA:2025:656 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2025:656 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2025:656
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.315.990/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/595027 / HA ZA 20/610 beschikking ex artikel 199 lid 1 Rv van 16 april 2025 in de zaak van [appellante] wonende te [woonplaats] (Duitsland), appellante, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr. D.C. Bitter, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon Academisch Ziekenhuis Groningen, tevens h.o.d.n. Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), gevestigd te Groningen, en de onderlinge waarborgmaatschappij Onderlinge Waarborgmaatschappij Centramed B.A. gevestigd te Den Haag, geïntimeerden, hierna gezamenlijk te noemen:

Legislator headnote

AI generated

artikel 199 lid 1 Rv; ECLI:NL:GHDHA:2025:656 · Gerechtshof Den Haag: UMCG c.s., advocaat: mr. M.J.J. de Ridder. De door het hof bij arrest van 1 oktober 2024 benoemde deskundige, Prof. dr. C.H.J. van Eijck werkzaam bij het Erasmus MC, heeft zijn rapport en een factuur ingediend voor een bedrag van € 2.685,16. Partijen zijn bij e-mail van 13 maart 2025 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 19 maart 2025 te reageren op de factuur. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt, zodat partijen geacht worden daarmee akkoord te zijn. De kosten van de deskundige worden hierbij - conform zijn factuur – begroot op een bedrag van € 2.685,16 (inclusief btw).

Keywords

AI generated
artikel 199 lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
artikel 199 lid 1 Rv
GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.315.990/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/595027 / HA ZA 20/610 beschikking ex artikel 199 lid 1 Rv van 16 april 2025 in de zaak van [appellante] wonende te [woonplaats] (Duitsland), appellante, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.315.990/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/595027 / HA ZA 20/610 beschikking ex artikel 199 lid 1 Rv van 16 april 2025 in de zaak van [appellante] wonende te [woonplaats] (Duitsland), appellante, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr. D.C. Bitter, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon Academisch Ziekenhuis Groningen, tevens h.o.d.n. Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), gevestigd te Groningen, en de onderlinge waarborgmaatschappij Onderlinge Waarborgmaatschappij Centramed B.A. gevestigd te Den Haag, geïntimeerden, hierna gezamenlijk te noemen:

UMCG c.s., advocaat: mr. M.J.J. de Ridder. De door het hof bij arrest van 1 oktober 2024 benoemde deskundige, Prof. dr. C.H.J. van Eijck werkzaam bij het Erasmus MC, heeft zijn rapport en een factuur ingediend voor een bedrag van € 2.685,16. Partijen zijn bij e-mail van 13 maart 2025 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 19 maart 2025 te reageren op de factuur. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt, zodat partijen geacht worden daarmee akkoord te zijn. De kosten van de deskundige worden hierbij - conform zijn factuur – begroot op een bedrag van € 2.685,16 (inclusief btw).

Het door het hof (van [appellante] ) ontvangen voorschot voor de kosten van de deskundige bedraagt € 1.121,67. Aangezien het gestorte voorschotbedrag niet toereikend is voor betaling van de factuur, zal het hof overgaan tot betaling van het gestorte voorschotbedrag van € 1.121,67 en wordt [appellante] verzocht het verschil – een bedrag van € 1.563,49 rechtstreeks te voldoen aan de deskundige. Voor de betalingsgegevens wordt verwezen naar de factuur van de deskundige die aan deze beschikking brief is gehecht. Bij de te zijner tijd te nemen proceskostenbeslissing zal worden bezien welke partij de kosten van de deskundigenbericht dient te dragen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. E. Loesberg, F.W.J. Meijer en D.E. Valle Robles-Roomer en is ondertekend en op 16 april 2025 in het openbaar uitgesproken door mr. J.E.H.M. Pinckaers in aanwezigheid van de griffier.