Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2025:362 ECLI:NL:GHDHA:2025:362 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2025:362 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2025:362
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-24/363 Uitspraak van 23 januari 2025 in het geding tussen: de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, de Heffingsambtenaar, (vertegenwoordiger: A. Remmelzwaal) en Stichting [X] te [Z] , belanghebbende, op het hoger beroep van de Heffingsambtenaar tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 6 maart 2024, nummer SGR 22/7576. Procesverloop 1.1. Voor het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van 19 november 2024 (de tussenuitspraak) verwijst het Hof naar de tussenuitspraak. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2025:362 · Gerechtshof Den Haag: Remmelzwaal) en Stichting [X] te [Z] , belanghebbende, op het hoger beroep van de Heffingsambtenaar tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 6 maart 2024, nummer SGR 22/7576. Procesverloop 1.1. Voor het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van 19 november 2024 (de tussenuitspraak) verwijst het Hof naar de tussenuitspraak. 1.2.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-24/363 Uitspraak van 23 januari 2025 in het geding tussen: de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, de Heffingsambtenaar, (vertegenwoordiger: A. Remmelzwaal) en Stichting [X] te [Z] , belanghebbende, op het hoger beroep van de Heffingsambtenaar tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 6 maart 2024, nummer SGR 22/7576. Procesverloop 1.1. Voor het procesverloop tot aan de tussenuitspraak van 19 november 2024 (de tussenuitspraak) verwijst het Hof naar de tussenuitspraak. 1.2.

In de tussenuitspraak heeft het Hof partijen opgedragen om met inachtneming van de tussenuitspraak, al dan niet na gezamenlijk overleg, aan het Hof bekend te maken welke WOZ-waarde van de onroerende zaak zij voorstaan. 1.3. De Heffingsambtenaar heeft op 5 december 2024 namens beide partijen een stuk ingediend. Het Hof heeft een afschrift van dit stuk aan belanghebbende verstuurd. 1.4. Het Hof heeft op 20 december 2024 het onderzoek gesloten. Verdere beoordeling van het hoger beroep 2.1. Partijen zijn bij wijze van compromis overeengekomen dat de WOZ-waarde voor de onroerende zaak voor het kalenderjaar 2022 gehandhaafd blijft op € 1.867.000.

Het Hof zal partijen hierin volgen. 2.2. In de tussenuitspraak ligt besloten dat de uitspraak van de Rechtbank niet in stand kan blijven en dat moet worden beslist als hierna is vermeld. Proceskosten 3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, omdat geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn gesteld of gebleken. Beslissing Het Gerechtshof: vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing over het griffierecht; vernietigt de uitspraak op bezwaar; vernietigt de aanslag onroerende zaakbelasting gebruiker; vermindert de aanslag onroerende zaakbelasting eigenaar, uitgaande van de WOZ-waarde van € 1.867.000 en het woningtarief geldend voor 2022.

Deze uitspraak is vastgesteld door T.A. de Hek, H.A.J. Kroon en L.D.M.A. Reijs, in tegenwoordigheid van de griffier M.G. Kastelein. De beslissing is op 23 januari 2025 in het openbaar uitgesproken. Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen.

Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen: 1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. - de naam en het adres van de indiener; b. - de dagtekening; c. - de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. - de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.