Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2024:2869 ECLI:NL:GHDHA:2024:2869 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2024:2869 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2024:2869
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF DEN HAAG Zaaknummer : 200.346.478/01Rolnummer hoofdzaak : 22-002639-23 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 24 oktober 2024 inzake het schriftelijk verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering in de strafzaak van het Openbaar Ministerie tegen: [verzoeker]geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats][woonadres] te [woonplaats] verzoeker, raadsman mr. S. van der Eijk, gericht tegen mrs. B. Vogel, E.F. Lagerwerf-Vergunst en B. Stapert, raadsheren. Het geding en de feiten 1. In de strafzaak tegen verzoeker onder genoemd rolnummer heeft op 9 september 2024 een terechtzitting van de meervoudige strafkamer plaatsgevonden, alwaar mr. B. Vogel, voorzitter, mrs. E.F. Lagerwerf-Vergunst en B. Stapert, leden, zitting hadden. De meervoudige strafkamer heeft vervolgens een tussenarrest gewezen waarin beslissingen op verzoeken van de verdediging zijn genomen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 359a Sv, artikel 512 Sv; ECLI:NL:GHDHA:2024:2869 · Gerechtshof Den Haag: Bij tussenarrest van 23 september 2024 zijn alle door de verdediging gedane onderzoekswensen afgewezen. Door te overwegen dat een beroep op onrechtmatige aanhouding niet zou kunnen slagen, heeft het hof vooruitgelopen op een te nemen eindbeslissing. Aldus heeft verzoeker niet langer aanspraak op een eerlijk proces. Daarnaast moet verzoeker in hoger beroep in voldoende mate gelegenheid krijgen het oordeel van de rechtbank aan te vallen. Verder zijn de gewraakte raadsheren er ten onrechte van uitgegaan dat de verzoeken van de verdediging zijn gegrondvest op artikel 359a Sv.

Keywords

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering artikel 359a Sv artikel 512 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering
artikel 359a Sv
Verder zijn de gewraakte raadsheren er ten onrechte van uitgegaan dat de verzoeken van de verdediging zijn gegrondvest op artikel 359a Sv.
artikel 512 Sv
Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Zaaknummer : 200.346.478/01Rolnummer hoofdzaak : 22-002639-23 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 24 oktober 2024 inzake het schriftelijk verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering in de strafzaak van het Openbaar Ministerie tegen: [verzoeker]geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats][woonadres] te [woonplaats] verzoeker, raadsman mr. S. van der Eijk, gericht tegen mrs. B. Vogel, E.F. Lagerwerf-Vergunst en B. Stapert, raadsheren. Het geding en de feiten 1. In de strafzaak tegen verzoeker onder genoemd rolnummer heeft op 9 september 2024 een terechtzitting van de meervoudige strafkamer plaatsgevonden, alwaar mr. B. Vogel, voorzitter, mrs. E.F. Lagerwerf-Vergunst en B. Stapert, leden, zitting hadden. De meervoudige strafkamer heeft vervolgens een tussenarrest gewezen waarin beslissingen op verzoeken van de verdediging zijn genomen.

2. Bij e-mailbericht van 23 september 2024 heeft de gemachtigde raadsman namens verzoeker een verzoek tot wraking van genoemde raadsheren gedaan en daartoe gronden aangevoerd.

3. Op 2 oktober 2024 hebben de gewraakte raadsheren een schriftelijke reactie gegeven. De raadsheren hebben niet in de wraking berust.

4. De wrakingskamer heeft het wrakingsverzoek op 11 oktober 2024 in raadkamer behandeld, waar verzoeker en zijn raadsman zijn gehoord. Mr. S. van der Eijk heeft op voorhand digitaal een pleitnota overgelegd. Deze heeft hij ook ter zitting voorgedragen. De gewraakte raadsheren hebben in hun schriftelijke reactie te kennen gegeven niet willen worden gehoord. De advocaat-generaal mr. H.H.J. Knol heeft zijn standpunt ter zitting mondeling uiteengezet. Het wrakingsverzoek 5. Blijkens het e-mailbericht van 23 september 2024 en gelet op de behandeling ter zitting rust het wrakingsverzoek naar de kern genomen op de volgende gronden.

Bij tussenarrest van 23 september 2024 zijn alle door de verdediging gedane onderzoekswensen afgewezen. Door te overwegen dat een beroep op onrechtmatige aanhouding niet zou kunnen slagen, heeft het hof vooruitgelopen op een te nemen eindbeslissing. Aldus heeft verzoeker niet langer aanspraak op een eerlijk proces. Daarnaast moet verzoeker in hoger beroep in voldoende mate gelegenheid krijgen het oordeel van de rechtbank aan te vallen. Verder zijn de gewraakte raadsheren er ten onrechte van uitgegaan dat de verzoeken van de verdediging zijn gegrondvest op artikel 359a Sv.

De inhoudelijke beslissingen tot afwijzen van de verzoeken zijn zo onbegrijpelijk dat daarvoor geen andere verklaring te geven is dan dat deze door vooringenomenheid van de rechter is ingegeven. Daarnaast zijn de bewoordingen van de beslissingen te stellig. In elke geval is met de motivering van de afwijzende beslissing van het Hof de schijn van de partijdigheid gewekt. Voorts is er niet beslist op de onderzoekswens tot het verkrijgen van de geluidsopnames van de terechtzitting in eerste aanleg.

6. De gewraakte raadsheren hebben niet berust in de wraking en hebben daartoe aangevoerd dat het gaat om een wraking in reactie op een tussenarrest. De Hoge Raad heeft bij arrest van 25 september 2018 (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413) overwogen dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking, zodat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

7. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het wrakingsverzoek dient te worden afgewezen. Er is geen enkele schijn van partijdigheid. Beoordeling van de ontvankelijkheid 8. Het verzoek tot wraking is tijdig ingesteld. Hoewel onderaan het tussenarrest de datum van 9 september 2024 is genoemd, gaat de wrakingskamer er vanuit dat dit op een kennelijke verschrijving berust en dat het arrest op 23 september 2024 is gewezen, overeenkomstig de datum bovenaan het tussenarrest en overeenkomstig de mededeling op 9 september 2024 dat het arrest na 14 dagen zou worden gewezen. Beoordeling van het verzoek 9. Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

10. Volgens vaste jurisprudentie dient de rechter uit hoofde van zijn aanstelling te worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens de verdachte een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verdachte bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Afwijzing onderzoekswensen 11. Het wrakingsverzoek is gericht tegen een tussenbeslissing. De wrakingskamer stelt voorop dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken meebrengt dat een rechtelijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel.

De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van die (tussen)beslissingen noch over een verzuim om te beslissen. De motivering van de afwijzende beslissingen 12. Wat betreft de motivering van een rechterlijke (tussen)beslissing geldt evenzeer dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich ertegen verzet dat die motivering grond kan vormen voor wraking, ook indien het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten — bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen — niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven (zie HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413).

13. De wrakingskamer stelt vast dat het hof zakelijke bewoordingen gebruikt die niet gericht zijn op de persoon van de verdachte. De wrakingskamer is van oordeel dat de door het hof in zijn tussenarrest gebezigde bewoordingen van de onderbouwing van zijn beslissingen, ook wanneer deze worden bezien tegen de achtergrond van de in eerste aanleg gevoerde verweren, op zichzelf, maar ook in samenhang bezien, geen vermoeden van partijdigheid rechtvaardigen. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de vraag of de motivering van de door het hof genomen beslissingen onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier onderbouwd zijn.

De wrakingskamer is van oordeel dat niet is gebleken van een apert onbegrijpelijke beslissing waarvan de motivering niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid. Nalaten te beslissen 14. De omstandigheid dat er bij tussenarrest niet beslist is op het ter zitting gedane verzoek tot het ontvangen van de geluidsopname van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg, leidt, gelet op de hiervoor onder 12 weergegeven maatstaf, ook niet tot een ander oordeel. Beslissing Het hof: wijst het verzoek om wraking af; bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan verzoeker, genoemde raadsherenheren en de advocaat-generaal.

Deze beslissing is gegeven op 24 oktober 2024 door mrs. Th. W.H.E. Schmitz, J.I. de Vreese-Rood en J. Candido, in aanwezigheid van de griffier mr. H.E.M. Lucas.