Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2024:250 ECLI:NL:GHDHA:2024:250 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2024:250 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2024:250
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF DEN HAAG Zaaknummer wrakingskamer II : AV0001329-23Parketnummer beklagzaak : K22/220155 (FJR), K22/220206, K22/220564 A [A], B [B] en C [C]. Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken (wrakingskamer II) inzake het schriftelijk verzoek d.d. 25 november 2023 tot wraking van de wrakingskamer, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [verzoeker], wonende te [plaats], hierna te noemen: verzoeker, gericht tegen: mrs. A. van Dongen, J.W. Frieling en O.E.M. Leinarts,raadsheren in de wrakingskamer als bedoeld in artikel 512 e.v. van het Wetboek van Strafvordering (hierna: wrakingskamer I) Het geding 1. Verzoeker heeft met klaagster [klaagster] en klager [klager] op 18 maart 2022 (K22/220155), 11 april 2022 (K22/220206) en 8 november 2022 (K22/220564) op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) telkens een klaagschrift met bijlagen bij dit gerechtshof ingediend.

Legislator headnote

AI generated

artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 12 Wetboek van Strafvordering, artikel 512 Sv, artikel 12 Sv; ECLI:NL:GHDHA:2024:250 · Gerechtshof Den Haag: Door dit verzwijgen hebben zij niet slechts de schijn van vooringenomenheid gewekt, maar daadwerkelijk partijdig gehandeld door het fabriceren van een ‘confirmation bias’.“ Voorts heeft de verzoeker aangevoerd dat de raadsheren zich schuldig hebben gemaakt aan het verdraaien en verzwijgen van de gronden voor wraking. Ontvankelijkheid 8. Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

Keywords

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering artikel 12 Wetboek van Strafvordering artikel 512 Sv artikel 12 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering
25 november 2023 tot wraking van de wrakingskamer, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [verzoeker], wonende te [plaats], hierna te noemen: verzoeker, gericht tegen: mrs.
artikel 12 Wetboek van Strafvordering
Verzoeker heeft met klaagster [klaagster] en klager [klager] op 18 maart 2022 (K22/220155), 11 april 2022 (K22/220206) en 8 november 2022 (K22/220564) op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) telkens een klaagschrift met bijlagen bij dit gerechtshof ingediend.
artikel 512 Sv
Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
artikel 12 Sv
Blijkens vaste jurisprudentie geldt deze bevoegdheid ook voor een klager in een artikel 12 Sv-procedure.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:1998:AD297
De wet voorziet echter niet in een mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de (wrakings)zaak is geëindigd door het nemen van een beslissing, wraking te verzoeken van de rechters die deze beslissing hebben genomen (HR 18-12-1998, ECLI:NL:HR:1998:AD297).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Zaaknummer wrakingskamer II : AV0001329-23Parketnummer beklagzaak : K22/220155 (FJR), K22/220206, K22/220564 A [A], B [B] en C [C]. Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken (wrakingskamer II) inzake het schriftelijk verzoek d.d. 25 november 2023 tot wraking van de wrakingskamer, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door: [verzoeker], wonende te [plaats], hierna te noemen: verzoeker, gericht tegen: mrs. A. van Dongen, J.W. Frieling en O.E.M. Leinarts,raadsheren in de wrakingskamer als bedoeld in artikel 512 e.v. van het Wetboek van Strafvordering (hierna: wrakingskamer I) Het geding 1. Verzoeker heeft met klaagster [klaagster] en klager [klager] op 18 maart 2022 (K22/220155), 11 april 2022 (K22/220206) en 8 november 2022 (K22/220564) op grond van artikel 12 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) telkens een klaagschrift met bijlagen bij dit gerechtshof ingediend.

2. Op 18 oktober 2023 heeft de beklagkamer van het gerechtshof, bestaande uit mrs. Th. P.L. Bot, T.E. van der Spoel en P.J. van der Flier (hierna: de beklagkamer), de klaagschriften behandeld in raadkamer. Ter zitting is de verzoeker overgegaan tot wraking van deze raadsheren. Op 18 oktober 2023 heeft de verzoeker zijn wrakingsverzoek schriftelijk nader onderbouwd. De raadsheren hebben niet in de wraking berust, waarna wrakingskamer I de behandeling van het wrakingsverzoek op zich heeft genomen.

3. Op 24 november 2023 heeft wrakingskamer I, bestaande uit mrs. A. van Dongen, J.W. Frieling en O.E.M. Leinarts, het wrakingsverzoek van 18 oktober 2023 zonder behandeling ter zitting afgewezen.

4. Op 25 november 2023 heeft de verzoeker een schriftelijk verzoek tot wraking van wrakingskamer I ingediend, welk verzoek hij op 19 december 2023 schriftelijk heeft aangevuld. De raadsheren van wrakingskamer I hebben niet in de wraking berust, waarna wrakingskamer II de behandeling van dit wrakingsverzoek op zich heeft genomen.

5. Op 20 december 2023 heeft een mondelinge behandeling door wrakingskamer II, bestaande uit mrs. Schaffels, Wiersinga en Verduyn, plaatsgevonden. Verzoeker heeft op deze zitting de raadsheren van wrakingskamer II aanstonds gewraakt. Verzoeker heeft het wrakingsverzoek op dezelfde dag schriftelijk toegelicht en aangevuld. Op 8 januari 2024 heeft de verzoeker het wrakingsverzoek van 20 december 2023 verder toegelicht. Verzoeker heeft toen ook een voorwaardelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de nieuwe wrakingskamer. De raadsheren van wrakingskamer II hebben niet in de wraking berust, waarna wrakingskamer III de behandeling van dit wrakingsverzoek op zich heeft genomen.

6. Op 22 januari 2024 heeft wrakingskamer III, bestaande uit mrs. E.C. van Veen, E.M. Dousma-Valk en M.A.F. Tan-de Sonnaville, het wrakingsverzoek van 20 december 2023 zonder behandeling ter zitting afgewezen en de zaak terugverwezen naar wrakingskamer II.Het wrakingsverzoek van 25 november 2023 7. Het wrakingsverzoek houdt – zakelijk weergegeven – in dat de wrakingskamer I met de motivering van zijn beslissing van 24 november 2023 op, de schijn van partijdigheid heeft gewekt. De verzoeker heeft de volgende gronden voor wraking aangevoerd: “Deze raadsheren (Haagse rechters) maken zich in de beslissing schuldig aan het verzwijgen van (a) de essentiële conclusies van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ) en (b) de pedonetcomplottheorie onder justitieambtenaren met hun werkkamer in het Haagse Paleis en (c) de samenhang tussen de complottheorie over de pedofiele topambtenaar en de pedofiele ouder.

Door dit verzwijgen hebben zij niet slechts de schijn van vooringenomenheid gewekt, maar daadwerkelijk partijdig gehandeld door het fabriceren van een ‘confirmation bias’.“ Voorts heeft de verzoeker aangevoerd dat de raadsheren zich schuldig hebben gemaakt aan het verdraaien en verzwijgen van de gronden voor wraking. Ontvankelijkheid 8. Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

Blijkens vaste jurisprudentie geldt deze bevoegdheid ook voor een klager in een artikel 12 Sv-procedure.

9. De wet voorziet echter niet in een mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de (wrakings)zaak is geëindigd door het nemen van een beslissing, wraking te verzoeken van de rechters die deze beslissing hebben genomen (HR 18-12-1998, ECLI:NL:HR:1998:AD297). Een wrakingsverzoek dat is ingediend nadat in de desbetreffende zaak, hier: wrakingszaak I, uitspraak is gedaan behoeft daarom geen inhoudelijke behandeling. Het doel van een wrakingsverzoek, uitschakeling van de betrokken rechter(s), kan niet immers meer worden bereikt als de beslissing al is genomen.

10. Verzoeker heeft zijn verzoek tot wraking ingediend nadat uitspraak is gedaan in wrakingszaak I (zie onder 3 en 4). Verzoeker zat derhalve in zijn wrakingsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. Omdat in deze zaak al een mondelinge behandeling was bepaald voordat - kort voor de zitting - werd geconstateerd dat verzoeker niet-ontvankelijk was in het wrakingsverzoek, heeft het hof verzoeker niettemin in de gelegenheid willen stellen ter zitting het woord te voeren en zich uit te laten over de ontvankelijkheid van zijn wrakingsverzoek. Beslissing Het hof: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek van 25 november 2023; bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak niet in behandeling wordt genomen; bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan verzoeker, de raadsheren mrs.

A. van Dongen, J.W. Frieling en O.E.M. Leinarts (van wrakingskamer I), de raadsheren van de beklagkamer en de advocaat-generaal. Deze beslissing is gegeven op 19 februari 2024 door mrs. K. Schaffels, H.C. Wiersinga en C.J. Verduyn, in aanwezigheid van de griffier mr. A.M. Grasman. Deze beslissing is door de voorzitter en de griffier ondertekend.