Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2024:111 ECLI:NL:GHDHA:2024:111 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2024:111 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2024:111
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.306.175/01 Zaaknummer rechtbank : 8633878 CV EXPL 20-23271 arrest in het incident ex art. 843a Rv van 6 februari 2024 inzake [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante in de hoofdzaak, tevens eiseres in het incident ex art. 843a Rv, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr. B.J. Bodewes te Assen, tegen 1Unirice B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel, 2. Unirice Group B.V., gevestigd te Rotterdam, geïntimeerden sub 1 en 2 in de hoofdzaak, tevens verweersters in het incident ex art. 843a Rv, hierna te noemen:

Legislator headnote

AI generated

art. 843a Rv, artikel 843a Rv; ECLI:NL:GHDHA:2024:111 · Gerechtshof Den Haag: Unirice en Unirice Group, advocaat: mr. K. Hellinga - Van Dijk te Zwijndrecht, en 3TRC Unirice Nederland B.V.,gevestigd te Rotterdam,geïntimeerde sub 3 in de hoofdzaak, tevens verweerster in het incident ex art. 843a Rv, hierna te noemen: TRC Nederland, advocaat: mr. T.L.C.W. Noordoven te Haarlem. Verdere beoordeling van het incident Bij tussenarrest van 25 april 2023 heeft het hof de incidentele vorderingen ex art. 843a Rv tegen TRC Nederland afgewezen. Unirice en Unirice Group zijn in de gelegenheid gesteld hun verweer dat zij niet meer beschikken over de gevraagde boekhoudkundige stukken, ook niet digitaal en ook niet via hun (toenmalige) accountant of administrateur, nader bij akte te onderbouwen.

Keywords

AI generated
art. 843a Rv artikel 843a Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 843a Rv
GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.306.175/01 Zaaknummer rechtbank : 8633878 CV EXPL 20-23271 arrest in het incident ex art. 843a Rv van 6 februari 2024 inzake [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante in de hoofdzaak, tevens eiseres in het incident ex art.
artikel 843a Rv
Beslissing Het hof: wijst de incidentele vorderingen ex artikel 843a Rv tegen Unirice en Unirice Group af; verwijst de zaak naar de rol over zes weken voor het nemen van een memorie van antwoord aan de zijde van Unirice, Unirice Group en TRC Nederland; houdt iedere verdere beslissing aan.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.306.175/01 Zaaknummer rechtbank : 8633878 CV EXPL 20-23271 arrest in het incident ex art. 843a Rv van 6 februari 2024 inzake [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante in de hoofdzaak, tevens eiseres in het incident ex art. 843a Rv, hierna te noemen: [appellante] , advocaat: mr. B.J. Bodewes te Assen, tegen 1Unirice B.V., gevestigd te Capelle aan den IJssel, 2. Unirice Group B.V., gevestigd te Rotterdam, geïntimeerden sub 1 en 2 in de hoofdzaak, tevens verweersters in het incident ex art. 843a Rv, hierna te noemen:

Unirice en Unirice Group, advocaat: mr. K. Hellinga - Van Dijk te Zwijndrecht, en 3TRC Unirice Nederland B.V.,gevestigd te Rotterdam,geïntimeerde sub 3 in de hoofdzaak, tevens verweerster in het incident ex art. 843a Rv, hierna te noemen: TRC Nederland, advocaat: mr. T.L.C.W. Noordoven te Haarlem. Verdere beoordeling van het incident Bij tussenarrest van 25 april 2023 heeft het hof de incidentele vorderingen ex art. 843a Rv tegen TRC Nederland afgewezen. Unirice en Unirice Group zijn in de gelegenheid gesteld hun verweer dat zij niet meer beschikken over de gevraagde boekhoudkundige stukken, ook niet digitaal en ook niet via hun (toenmalige) accountant of administrateur, nader bij akte te onderbouwen.

Unirice en Unirice Group hebben dit bij akte (met producties) gedaan. [appellante] heeft daar bij akte op gereageerd. Unirice en Unirice Group hebben naar het oordeel van het hof aldus voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op dit moment niet meer over de bedoelde stukken (al dan niet digitaal) beschikken of kunnen beschikken. Dit is door [appellante] in haar reactie ook niet (langer) gemotiveerd weersproken. Bij deze stand van zaken dienen ook de incidentele vorderingen ex art. 843a Rv tegen Unirice en Unirice Group te worden afgewezen. Het hof kan immers niet veroordelen tot het onmogelijke.

5. Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol voor verder procederen in de hoofdzaak, een en ander zoals hierna bepaald.

6. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan, ook die over de proceskosten van dit incident. Beslissing Het hof: wijst de incidentele vorderingen ex artikel 843a Rv tegen Unirice en Unirice Group af; verwijst de zaak naar de rol over zes weken voor het nemen van een memorie van antwoord aan de zijde van Unirice, Unirice Group en TRC Nederland; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, J.M.T. van der Hoeven - Oud en M.J. van der Ven en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2024 in aanwezigheid van de griffier.