Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2022:1389 ECLI:NL:GHDHA:2022:1389 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2022:1389 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2022:1389
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

datum beschikking: 21 juli 2022 GERECHTSHOF DEN HAAG meervoudige raadkamer BESCHIKKING Gezien de vordering van de advocaat-generaal van 12 juli 2022 tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding met een termijn van honderdtwintig dagen in de zaak van: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Marokko), thans gedetineerd in PI Rotterdam, locatie De Schie. Procesgang Het bevel tot gevangenhouding is, gelet op het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 juni 2022, ingevolge artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 12 augustus 2022.

Legislator headnote

AI generated

artikel 5 EVRM; ECLI:NL:GHDHA:2022:1389 · Gerechtshof Den Haag: Procesgang Het bevel tot gevangenhouding is, gelet op het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 juni 2022, ingevolge artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 12 augustus 2022.

Keywords

AI generated
artikel 5 EVRM

Cited Legislation

AI generated
artikel 5 EVRM
Het hof merkt daarbij op dat zodra een vonnis door de rechtbank is gewezen, artikel 5 EVRM – anders dan door de verdediging is betoogd – geen grond meer oplevert om het verdere verloop van het strafproces in vrijheid af te wachten.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

datum beschikking: 21 juli 2022 GERECHTSHOF DEN HAAG meervoudige raadkamer BESCHIKKING Gezien de vordering van de advocaat-generaal van 12 juli 2022 tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding met een termijn van honderdtwintig dagen in de zaak van: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Marokko), thans gedetineerd in PI Rotterdam, locatie De Schie. Procesgang Het bevel tot gevangenhouding is, gelet op het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 10 juni 2022, ingevolge artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 12 augustus 2022.

In raadkamer zijn gehoord de verdachte, de waarnemend advocaat mr. G.A.J. van Gestel en de advocaat-generaal mr. F. Posthumus. Beoordeling van de vordering verlenging gevangenhouding Namens de verdachte is verzocht om opheffing van de voorlopige hechtenis omdat de ernstige bezwaren ontbreken en omdat voor de voorlopige hechtenis geen gronden aanwezig zijn en omdat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het hof is van oordeel – anders dan namens de verdachte is gesteld – dat de ernstige bezwaren en gronden aanwezig zijn, mede gelet op het veroordelend vonnis d.d. 10 juni 2022 en ziet derhalve geen reden om de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen.

Voorts is het hof van oordeel dat zich – mede gelet op het veroordelend vonnis - thans niet de situatie voordoet zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en ziet derhalve geen reden om de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen. Namens de verdachte is tevens verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis, gelet op zijn persoonlijke belangen. Daartoe is onder meer aangevoerd dat hij fulltime aan het werk kan en dat hij er wil zijn voor zijn minderjarige kinderen. Ten aanzien van dit verzoek overweegt het hof dat, mede gelet op het veroordelend vonnis, het belang van strafvordering bij het voortduren van de voorlopige hechtenis dient te prevaleren boven het belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis.

Het hof merkt daarbij op dat zodra een vonnis door de rechtbank is gewezen, artikel 5 EVRM – anders dan door de verdediging is betoogd – geen grond meer oplevert om het verdere verloop van het strafproces in vrijheid af te wachten. Daarbij komt dat het enkele feit dat voor de inhoudelijke behandeling bij het hof nog geen datum bekend is, op zichzelf geen gegronde reden voor schorsing kan vormen. De omstandigheid dat verdachte in een periode vóór het veroordelend vonnis geschorst is geweest en zich daarbij aan de voorwaarden heeft gehouden, maakt dat niet anders.

Dit brengt met zich mee dat het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden afgewezen. Beslissing Het hof: Gelet op het bepaalde in de artikelen 66, 66 lid 2, 67, 67a, 75 en 78 van het Wetboek van Strafvordering; Verlengt de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van HONDERDTWINTIG DAGEN en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in PI Rotterdam, locatie De Schie of enig ander huis van bewaring hier te lande. Wijst af het verzoek om opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis.

Deze beschikking is gegeven op 21 juli 2022 door mr. M.P.J.G. Göbbels, voorzitter, mr. J. Eisses en mr. J.W. du Pon, leden, in bijzijn van F. Abassi, griffier. Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier. ………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………… De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte. Den Haag, 21 juli 2022 de advocaat-generaal Gezien door de directeur van PI Rotterdam, locatie De Schie op