Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2021:2137 ECLI:NL:GHDHA:2021:2137 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2021:2137 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2021:2137
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF DEN HAAG Zaaknummer : 200.289.026/02 Zaaknummer rechtbank : 8190608 VZ VERZ 19-20629 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 12 juli 2021 inzake het verzoek tot wraking gedaan door [verzoeker], wonende te Zoetermeer, verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker]. Het geding 1. Bij het hof is een procedure aanhangig tussen [verzoeker] als appellant en Pay Point B.V. als geïntimeerde. In deze procedure heeft op 21 mei 2021 een mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van raadsheer-commissaris M.T. Nijhuis, waarbij [verzoeker] niet is verschenen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2021:2137 · Gerechtshof Den Haag: Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek tot wraking. Het hof ziet af van een mondelinge behandeling van het verzoek (§ 4 lid 2 sub c Wrakingsprotocol). Beslissing Het hof: - verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking gedaan op 27 en 28 mei 2021. - bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan [verzoeker], mr. Nijhuis en aan (de advocaat van) Pay Point B.V.. Deze beslissing is gegeven door mrs. I.E. de Vries, J.W. Frieling en J.I. de Vreese-Rood en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Zaaknummer : 200.289.026/02 Zaaknummer rechtbank : 8190608 VZ VERZ 19-20629 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 12 juli 2021 inzake het verzoek tot wraking gedaan door [verzoeker], wonende te Zoetermeer, verzoeker, hierna te noemen: [verzoeker]. Het geding 1. Bij het hof is een procedure aanhangig tussen [verzoeker] als appellant en Pay Point B.V. als geïntimeerde. In deze procedure heeft op 21 mei 2021 een mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van raadsheer-commissaris M.T. Nijhuis, waarbij [verzoeker] niet is verschenen.

2. Op 27 mei 2021 heeft [verzoeker] per e-mail een wrakingsverzoek bij de wrakings- en verschoningskamer van de rechtbank Den Haag ingediend. Op 28 mei 2021 is deze mail doorgestuurd aan de wrakingskamer van het hof (hierna: het hof). Het verzoek heeft klaarblijkelijk betrekking op een beslissing ter zitting en/of andere gedragingen van mr. Nijhuis op voormelde mondelinge behandeling. Eveneens op 28 mei 2021 heeft [verzoeker] per email het wrakingsverzoek bij de wrakingskamer van het hof ingediend. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep 3. Het hof overweegt als volgt. In de onderhavige hoofdzaak geldt verplichte procesvertegenwoordiging. In procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, moet een schriftelijk wrakingsverzoek worden ingediend door een advocaat (zie § 1 lid 2 Wrakingsprotocol).

4. Bij griffiersbrief van 31 mei 2021 is aan [verzoeker] medegedeeld dat het hof heeft geconstateerd dat het verzoek niet door tussenkomst van een advocaat was ingediend. Daarbij heeft het hof [verzoeker] tot 14 juni 2021 de mogelijkheid geboden het verzuim te herstellen, onder de vermelding dat [verzoeker] niet-ontvankelijk is in zijn verzoek als op die datum geen door een advocaat ondertekend verzoek is ontvangen. [verzoeker] heeft echter nagelaten een door een advocaat ondertekend verzoek aan het hof over te leggen.

5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn verzoek tot wraking. Het hof ziet af van een mondelinge behandeling van het verzoek (§ 4 lid 2 sub c Wrakingsprotocol). Beslissing Het hof: - verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking gedaan op 27 en 28 mei 2021. - bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan [verzoeker], mr. Nijhuis en aan (de advocaat van) Pay Point B.V.. Deze beslissing is gegeven door mrs. I.E. de Vries, J.W. Frieling en J.I. de Vreese-Rood en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2021 in aanwezigheid van de griffier.