Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2020:505 ECLI:NL:GHDHA:2020:505 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2020:505 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2020:505
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Belangenvereniging Erfpacht Zaanstad, gevestigd te Zaanstad, 2. [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 2a], wonende te [woonplaats], 3. [geïntimeerde 3], wonende te [woonplaats], 4. [geïntimeerde 4]en [geïntimeerde 4a], wonende te [woonplaats], 5. [geïntimeerde 5]en [geïntimeerde 5a],wonende te Zaandstad, 6. [geïntimeerde 6]en [geïntimeerde 6a], wonende te [woonplaats], geïntimeerden in de hoofdzaak, eisers in het incident, hierna gezamenlijk te noemen: BEZ c.s. (mannelijk enkelvoud), advocaat: mr. L.E. de Geer te Amsterdam, Het geding Bij exploot van 18 februari 2019 is de Gemeente in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 28 november 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:14139) (hierna: het bestreden vonnis).

Legislator headnote

AI generated

artikel 222 Rv, art. 222 Rv; ECLI:NL:GHDHA:2020:505 · Gerechtshof Den Haag: Op 1 oktober 2019 heeft de Gemeente haar memorie van grieven (inclusief producties) genomen. BEZ c.s. heeft hierop een incidentele vordering ex art. 222 Rv tot voeging ingesteld. De Gemeente heeft zich bij conclusie van antwoord in dit incident gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vervolgens is arrest in het incident gevraagd. Beoordeling van de incidentele vordering BEZ c.s. legt aan zijn incidentele vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv ten grondslag dat hij ook hoger beroep heeft ingesteld tegen het bestreden vonnis (geregistreerd onder zaaknummer 200.255.192/01).

Keywords

AI generated
artikel 222 Rv art. 222 Rv

Cited Legislation

AI generated
artikel 222 Rv
legt aan zijn incidentele vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv ten grondslag dat hij ook hoger beroep heeft ingesteld tegen het bestreden vonnis (geregistreerd onder zaaknummer 200.255.192/01).
art. 222 Rv
heeft hierop een incidentele vordering ex art. 222 Rv tot voeging ingesteld.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBDHA:2018:14139
Als zijn zienswijze aan het college mee te delen dat de raad kan instemmen met het intrekken van de uitvoeringsregels die van toepassing zijn op het omzetten van erfpacht in vol eigendom van terreinen die door de gemeente Zaanstad voor gebruik voor woondoeleinden in erfpacht zijn uitgegeven en de handelswijze voor de uitvoering hiervan die door het College als volgt is geformuleerd: a. de aanvragen tot omzetting die voor donderdag 25 januari 19.30 uur per gewone of elektronische post of per fax worden ingediend bij de gemeente Zaanstad nog volgens de “ oude” – ingetrokken uitvoeringsregels in behandeling te nemen; b. aanvragen voor omzetting van erfpacht in vol eigendom die na de onder a genoemde datum en tijdstip zijn ingediend bij de gemeente Zaanstad af te wijzen; c. indien, naar de mening van het college sprake is van bijzondere omstandigheden die tot gevolg hebben dat de gevolgen voor de verzoeker onevenredig zijn in verhouding tot de met de uitvoeringsregels te dienen doelen het college kan afwijken (hardheidsclausule). 2 Akkoord te aan met bekrachtiging als bedoeld in artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet van de Geheimhouding ex artikel 25 lid 2 Gemeentewet die het College aan de Raad heeft opgelegd ten aanzien van de aan de raad toegezonden stukken en omtrent het in de besloten vergadering behandelde ten aanzien van het intrekken van de uitvoeringsregels die van toepassing zijn op het omzetten van erfpacht in vol eigendom van terreinen die door de gemeente Zaanstad voor gebruik voor woondoeleinden in erfpacht zijn uitgegeven en de handelswijze voor de uitvoering hiervan die door het College is geformuleerd, vanwege het verbeteren van het economisch en financieel belang van de gemeente totdat het besluit van het college om de uitvoeringsregels in te trekken is bekend gemaakt. 2.10.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Zaaknummer : 200.259.904/01 Zaaknummer rechtbank : C/09/540873/ HA ZA 17-1049 arrest van 17 maart 2020 in het incident ex artikel 222 Rv inzake Gemeente Zaanstad, zetelend te Zaanstad, appellante in de hoofdzaak,verweerster in het incident, hierna te noemen: de Gemeente, advocaat: mr. M.W. Langhout te Haarlem, tegen:

1. Belangenvereniging Erfpacht Zaanstad, gevestigd te Zaanstad, 2. [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 2a], wonende te [woonplaats], 3. [geïntimeerde 3], wonende te [woonplaats], 4. [geïntimeerde 4]en [geïntimeerde 4a], wonende te [woonplaats], 5. [geïntimeerde 5]en [geïntimeerde 5a],wonende te Zaandstad, 6. [geïntimeerde 6]en [geïntimeerde 6a], wonende te [woonplaats], geïntimeerden in de hoofdzaak, eisers in het incident, hierna gezamenlijk te noemen: BEZ c.s. (mannelijk enkelvoud), advocaat: mr. L.E. de Geer te Amsterdam, Het geding Bij exploot van 18 februari 2019 is de Gemeente in hoger beroep gekomen van het door de rechtbank Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 28 november 2018 (ECLI:NL:RBDHA:2018:14139) (hierna: het bestreden vonnis).

Op 1 oktober 2019 heeft de Gemeente haar memorie van grieven (inclusief producties) genomen. BEZ c.s. heeft hierop een incidentele vordering ex art. 222 Rv tot voeging ingesteld. De Gemeente heeft zich bij conclusie van antwoord in dit incident gerefereerd aan het oordeel van het hof. Vervolgens is arrest in het incident gevraagd. Beoordeling van de incidentele vordering BEZ c.s. legt aan zijn incidentele vordering tot voeging op de voet van artikel 222 Rv ten grondslag dat hij ook hoger beroep heeft ingesteld tegen het bestreden vonnis (geregistreerd onder zaaknummer 200.255.192/01).

Het betreft hetzelfde feitencomplex, waardoor ongevoegde behandeling van beide zaken tot tegenstrijdige uitspraken kan leiden. Het hof is van oordeel dat, nu beide hoger beroepen zich richten tegen hetzelfde bestreden vonnis, sprake is van een zodanige band dat het belang van een goede en doelmatige behandeling meebrengt dat beide zaken zoveel mogelijk gelijktijdig worden behandeld en beslist door dezelfde rechter. Het hof zal daarom de voeging van deze zaak met de zaak met zaaknummer 200.255.192/01 bevelen. Het hof ziet aanleiding om de proceskosten in dit incident te compenseren.

Het hof zal, met instemming van de Gemeente, de hoofdzaak verwijzen naar de rol voor memorie van antwoord aan de zijde van BEZ c.s. Dit leidt tot de volgende beslissingen. Beslissing in het incident Het hof: in het incident: - beveelt de voeging van de onderhavige zaak met de zaak met zaaknummer 200.255.192/01; - compenseert de proceskosten in dit incident in die zin dat partijen hun eigen kosten dragen; in de hoofdzaak: - verwijst de zaak naar de rol van 28 april 2020 voor het nemen van een memorie van antwoord door BEZ c.s.; - houdt verder iedere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, A.A. Muilwijk-Schaaij en R.M. Hermans en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 maart 2020 in aanwezigheid van de griffier.