Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHDHA:2020:2175 ECLI:NL:GHDHA:2020:2175 AI generated

ECLI:NL:GHDHA:2020:2175 · Gerechtshof Den Haag

Case Number ECLI:NL:GHDHA:2020:2175
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rolnummer: 22-004888-18 Parketnummer: 09-767422-17 Datum uitspraak: 12 november 2020 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 december 2018 in de strafzaak tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren te [plaats] op [datum], thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6 van het EVRM, artikel 6 EVRM, artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, artikel 6:106 BW; ECLI:NL:GHDHA:2020:2175 · Gerechtshof Den Haag: Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: mensenhandel, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: Mensenhandel, meermalen gepleegd. Het onder 5 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

Keywords

AI generated
artikel 6 van het EVRM artikel 6 EVRM artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht artikel 6:106 BW

Cited Legislation

AI generated
artikel 6 van het EVRM
Het hof stelt voorop dat het gebruik van een ambtsedig proces-verbaal voor het bewijs inhoudende een niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende, verklaring niet zonder meer ongeoorloofd of onverenigbaar is met artikel 6 van het EVRM.
artikel 6 EVRM
Het hof is dan ook van oordeel dat de tegenover de politie afgelegde verklaring van [getuige 1] zonder schending van artikel 6 EVRM gebezigd kan worden voor het bewijs.
artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht
artikel 6:106 BW
Het hof zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid schatten op € 15.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:GHDHA:2018:1710
Rolnummer: 22-001040-17 Parketnummer: 10-750022-14 Datum uitspraak: 11 juli 2018 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Syrië) op [geboortejaar] 1965, thans gedetineerd in de [PI]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 16 januari 2018, 13 juni 2018 en 11 juli 2018. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij en het inbeslaggenomen voorwerp als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Ook is de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte opgeheven. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd – zoals in eerste aanleg gewijzigd - dat: 1: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 juli 2013 tot en met 5 oktober 2013 te Boleslawiec, althans in Polen en/of te Rotterdam en/of te Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) [slachtoffer 1] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land (te weten Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling; en/of Hij, in of omstreeks de periode van 5 oktober 2013 tot en met 16 september 2014 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland en/of te Boleslawiec althans in Polen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 1], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 1] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 1] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - een reeds in Nederland werkende prostituee haar laten bellen om een goed woordje voor hem te doen en/of - ( telefonisch) contacten onderhouden met mededaders en/of klanten en/of van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten gemaakt, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 1] hebben verricht en/of bepaald dat [slachtoffer 1] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn voor het maken van afspraken en/of - die [slachtoffer 1] onder gebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen in dezelfde kamer als waar zij moest werken en/of - die [slachtoffer 1] onder toezicht/controle (laten houden en/of gehouden en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 1] gemaakt en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 1] en/of advertenties geplaatst op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 1] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of haar verplicht tot het verrichten van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom, dan wel haar verplicht tot het adverteren met de mogelijkheid van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 1] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 1] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 1] als prostituee en/of die [slachtoffer 1] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 1] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of - ( het) door die [slachtoffer 1] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 1] aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 1] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - gedreigd de vrienden en familie van die [slachtoffer 1] op de hoogte te stellen dat zij in de prostitutie werkt en/of - gedreigd de autoriteiten in Polen op de hoogte te stellen dat [slachtoffer 1] als prostituee werkte zodat haar kind afgepakt wordt en/of - deze dreiging waar gemaakt, door contact op te nemen met de autoriteiten in Polen en/of in de omgangszitting van een ander slachtoffer ([slachtoffer 2]) daadwerkelijk te verklaren en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte te verrichten en/of te ondergaan en/of - misbruik gemaakt van de benarde positie waarin zij zich bevond en/of - die [slachtoffer 1] (aldus) in (een) positie/ situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang; 2: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2013 tot en met 5 juli 2013 te Grudziadz, althans in Polen en/of te Rotterdam en/of te Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) [slachtoffer 2] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land (te weten Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling; en/of Hij, in of omstreeks de periode van 5 juli 2013 tot en met 17 december 2013 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland en/of te Grudziadz althans in Polen,tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 2], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 2] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een)andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 2] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 2]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - een reeds in Nederland werkende prostituee haar laten bellen om een goed woordje voor hem te doen en/of - ( telefonisch) contacten onderhouden met mededaders en/of klanten en/of van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten gemaakt, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 2] hebben verricht en/of bepaald dat die [slachtoffer 2] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn voor het maken van afspraken en/of - die [slachtoffer 2] onder gebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen in dezelfde kamer als waar zij moest werken en/of - het (daarbij) onder toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer 2] en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 2] gemaakt en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 2] en/of advertenties plaatsen op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 2] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of verplichten tot anale seks en/ het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom en/of het verplichten te adverteren met de mogelijkheid van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 2] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 2] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 2] als prostituee en/of die [slachtoffer 2] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 2] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of - ( het) door die [slachtoffer 2] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 2] aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 2] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - gedreigd de vrienden en familie van die [slachtoffer 2] op de hoogte te stellen dat zij in de prostitutie werkt en/of - gedreigd de autoriteiten in Polen op de hoogte te stellen dat [slachtoffer 2] als prostituee werkt zodat haar kind afgepakt wordt en/of - deze dreiging waar gemaakt, door contact op te nemen met de autoriteiten in Polen en/of tijdens de behandeling van de omgangsregeling/ gezagszitting in Polen te verklaren over haar werkzaamheden en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte te verrichten en/of te ondergaan en/of - een auto op haar naam laten stellen en haar daarmee nieuwe betalingsverplichtingen laten aangaan en/of - misbruik gemaakt van de financieel benarde positie waarin die [slachtoffer 2] verkeerde en/of - die [slachtoffer 2] (aldus) in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang; 3: hij, in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 16 september 2014 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 3], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 3] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 3] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/is verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - ( telefonisch) contacten onderhouden met mededaders en/of klanten en/of maken van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 3] hebben verricht en/of bepaald dat die [slachtoffer 3] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn - die [slachtoffer 3] ondergebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen en werken in dezelfde kamer - het (daarbij) onder toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer 3] en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 3] gemaakt en/of laten maken en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 3] en/of advertenties laten plaatsen op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 3] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of verplichten tot (aanbieden) van anale seks en het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom en/of te bepalen dat zij moest adverteren met de mogelijkheid tot anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 3] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 3] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 3] als prostituee en/of die die [slachtoffer 3] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die die [slachtoffer 3] (als prostituee) ingeperkt of laten inperken en/of - ( het) door die die [slachtoffer 3] (met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die die [slachtoffer 3] (aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 3] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - misbruik gemaakt van de benarde financiële positie waarin voornoemde [slachtoffer 3] verkeerde en/of - die [slachtoffer 3] aldus in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achtenveertig maanden, met aftrek van de tijd in verzekering, in voorlopige hechtenis en in overleveringsdetentie doorgebracht, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Medeplegen De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde medeplegen. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Op grond van de in het dossier vervatte bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting stelt het hof het volgende vast. [medeverdachte 2], een Nederlandse vriendin van de verdachte, zorgde voor de telefonische contacten met de klanten voor de Poolse vrouwen die geen Engels spraken. Zij nam de telefoon aan en maakte dan voor de vrouwen afspraken met klanten die van de seksuele diensten van de vrouwen gebruik wilden maken. Daarna stuurde zij altijd eerst een sms-bericht met de gemaakte afspraak naar de verdachte en vervolgens een sms-bericht ter bevestiging aan de Poolse vrouw. Zij onderhield ook contact met de verdachte over de stand van zaken van gemaakte afspraken met klanten en de wijze van bejegening van klagende klanten en zij gaf voorts informatie aan (potentiële) klanten. Zij hielp ook met het plaatsen van advertenties en het vertalen van teksten bedoeld voor de website [www]. De verdachte maakte tevens gebruik van de computer van [medeverdachte 2] om rekeningen te kunnen betalen. Tot slot maakte zij een afspraak met een makelaar voor het bezichtigen van gebouwen, teneinde meer huizen te regelen van waaruit prostitutiewerkzaamheden konden plaatsvinden. Gelet op de bovengenoemde vastgestelde feiten en omstandigheden heeft de verdachte ten aanzien van de bewezenverklaarde gedragingen dusdanig bewust en nauw samengewerkt met [medeverdachte 2] dat naar ’s hofs oordeel sprake is van medeplegen als bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof verwerpt het verweer. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 juli 2013 tot en met 5 oktober 2013 te Boleslawiec, althans in Polen en/of te Rotterdam en/of te Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) [slachtoffer 1] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [slachtoffer 1] in een ander land (te weten Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling; en/of H hij, in of omstreeks de periode van 5 oktober 2013 tot en met 16 september 2014 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland en/of te Boleslawiec althans in Polen, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 1], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 1] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 1] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - een reeds in Nederland werkende prostituee haar laten bellen om een goed woordje voor hem te doen en/of - (telefonisch) contacten onderhouden met mededaders en/of klanten en/of van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 1] hebben verricht en/of bepaald dat [slachtoffer 1] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn voor het maken van afspraken en/of - die [slachtoffer 1] ondergebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen in dezelfde kamer als waar zij moest werken en/of - die [slachtoffer 1] onder toezicht/controle (laten) houden en/of gehouden en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 1] laten maken/ gemaakt zijn en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 1] en/of advertenties geplaatst op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 1] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of haar verplicht tot het verrichten van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom, dan wel haar verplicht tot het adverteren met de mogelijkheid van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 1] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 1] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 1] als prostituee en/of die [slachtoffer 1] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 1] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of - (het) door die [slachtoffer 1] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 1] aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 1] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - gedreigd de vrienden en familie van die [slachtoffer 1] op de hoogte te stellen dat zij in de prostitutie werkt en/of - gedreigd de autoriteiten in Polen op de hoogte te stellen dat [slachtoffer 1] als prostituee werkte zodat haar kind afgepakt wordt en/of - deze dreiging waar gemaakt, door contact op te nemen met de autoriteiten in Polen en/of in de omgangszitting van een ander slachtoffer ([slachtoffer 2]) daadwerkelijk te verklaren en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte te verrichten en/of te ondergaan en/of - misbruik gemaakt van de benarde positie waarin zij zich bevond en/of - die [slachtoffer 1] (aldus) in (een) positie/ situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang; 2: hij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2013 tot en met 5 juli 2013 te Grudziadz, althans in Polen en/of te Rotterdam en/of te Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) [slachtoffer 2] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [slachtoffer 2] in een ander land (te weten Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling; en/of H hij, in of omstreeks de periode van 5 juli 2013 tot en met 17 december 2013 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland en/of te Grudziadz althans in Polen,tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 2], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 2] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 2] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 2] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 2]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - een reeds in Nederland werkende prostituee haar laten bellen om een goed woordje voor hem te doen en/of - ( telefonisch) contacten onderhouden met elkaar en/of klanten en/of van één of meer afspra(a)k(en) met personen/klanten gemaakt, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 2] hebben verricht en/of bepaald dat die [slachtoffer 2] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn voor het maken van afspraken en/of - die [slachtoffer 2] onder gebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen in dezelfde kamer als waar zij moest werken en/of - het (daarbij) onder toezicht/controle (laten) houden van die [slachtoffer 2] en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 2] laten maken/gemaakt en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 2] en/of advertenties plaatsen geplaatst op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 2] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of verplichten tot anale seks en/ het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom en/of het verplichten te adverteren met de mogelijkheid van anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 2] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 2] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 2] als prostituee en/of die [slachtoffer 2] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer 2] als prostituee ingeperkt of laten inperken en/of - (het) door die [slachtoffer 2] met/in de prostitutie verdiende geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [slachtoffer 2] aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 2] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - gedreigd de vrienden en familie van die [slachtoffer 2] op de hoogte te stellen dat zij in de prostitutie werkt en/of - gedreigd de autoriteiten in Polen op de hoogte te stellen dat [slachtoffer 2] als prostituee werkt zodat haar kind afgepakt wordt en/of - deze dreiging waar gemaakt, door contact op te nemen met de autoriteiten in Polen en/of tijdens de behandeling van de omgangsregeling/ gezagszitting in Polen te verklaren over haar werkzaamheden en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen tegen haar wil seksuele handelingen met hem, verdachte te verrichten en/of te ondergaan en/of - een auto op haar naam laten stellen en haar daarmee nieuwe betalingsverplichtingen laten aangaan en/of - misbruik gemaakt van de financieel benarde positie waarin die [slachtoffer 2] verkeerde en/of - die [slachtoffer 2] (aldus) in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of uitgaande dwang; 3: hij, in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 16 september 2014 te Rotterdam en/of Spijkenisse althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, - een ander, te weten [slachtoffer 3], door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] en/of (sub 1) - die [slachtoffer 3] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder genoemde omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 3] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) en/of (sub 4) - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer 3] en/of (sub 6) - die [slachtoffer 3] door dwang, geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer 1]'s[slachtoffer 3]'s, seksuele handeling(en) met of voor (een) derde(n) (sub 9) immers heeft/ishebben verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar - ( telefonisch) contacten onderhouden met mededaderselkaar en/of klanten en/of maken van één of meer afspra(a)k(en) gemaakt met personen/klanten, die vervolgens seksuele handelingen met die [slachtoffer 3] hebben verricht en/of bepaald dat die [slachtoffer 3] 7 dagen per week, 24 uur per dag beschikbaar moest zijn - die [slachtoffer 3] ondergebracht in één/of meer woning(en)/plaats(en) voor het verrichten van seksuele handeling(en) en/of haar laten slapen en werken in dezelfde kamer en/of - het (daarbij) die [slachtoffer 3] onder toezicht/controle (laten) gehouden van die [slachtoffer 3] en/of - één of meer foto('s) ten behoeve van seksadvertenties van die [slachtoffer 3] gemaakt en/of laten maken en/of één of meer afbeelding(en) van die [slachtoffer 3] en/of advertenties laten plaatsen op het internet ([www]) en/of - instructies gegeven aan [slachtoffer 3] met betrekking tot de uit te voeren seksuele handelingen en/of verplichten tot (aanbieden) van anale seks en het verrichten van seksuele handelingen zonder condoom en/of te bepalen dat zij moest adverteren met de mogelijkheid tot anale seks en/of seksuele handelingen zonder condoom en/of - bepaald - zonder rekening te houden met haar fysieke gesteldheid - voor die [slachtoffer 3] wanneer en/of waar zij moest werken als prostituee en/of bepaald hoe lang en/of tot hoe laat die [slachtoffer 3] (dagelijks) als prostituee moest werken en/of toegezien of laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) (en daarmede (aan) (de) inkomsten) van die [slachtoffer 3] als prostituee en/of die die [slachtoffer 3] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of gedirigeerd en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die die [slachtoffer 3] (als prostituee) ingeperkt of laten inperken en/of - (het) door die die [slachtoffer 3] (met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die die [slachtoffer 3] (aan hem, verdachte doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [slachtoffer 3] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - misbruik gemaakt van de benarde financiële positie waarin voornoemde [slachtoffer 3] verkeerde en/of - die [slachtoffer 3] aldus in (een) positie/situatie(s) gebracht waarin zij zich niet of (te) weinig kon onttrekken aan de van verdachte uitgaande dwang. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op: Mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met een ander meermalen schuldig gemaakt aan mensenhandel met betrekking tot seksuele uitbuiting van een drietal vrouwen. Bij het bepalen van de straf voor mensenhandel gaat het hof uit van de strafdoeleinden, te weten de vergelding, speciale en generale preventie. In verband met die strafdoeleinden acht het hof voor strafoplegging in mensenhandel met betrekking tot seksuele uitbuiting, in het algemeen de volgende omstandigheden van belang: - de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting; - het aantal slachtoffers dat is uitgebuit; - de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband; - de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutie-werkzaamheden te doen; - de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer; - het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden; - de werkzaamheden die verricht moesten worden; - de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom); - de hoeveelheid geld die werd afgedragen; - het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen; - overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen; - de rol van de verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend); - de houding van de verdachte (of hij inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn gedrag); - relevante recidive. In het onderhavige geval heeft de verdachte samen met een medeverdachte gedurende een periode variërend van een paar maanden tot ruim een jaar drie Poolse vrouwen seksueel uitgebuit. De verdachte maakte daarbij misbruik van de kwetsbare positie van deze drie vrouwen. De slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] werden vanuit Polen, waar zij serieuze schulden hadden, bewogen om naar Nederland te komen om geld in de prostitutie te gaan verdienen en grote delen van hun inkomsten uit die werkzaamheden aan de verdachte af te staan. Het slachtoffer [slachtoffer 3] werd door de verdachte bij een champignonkwekerij in Nederland opgehaald waar geen werk meer voor haar was waardoor zij financieel aan de grond zat. De verdachte heeft haar ook bewogen om prostitutiewerkzaamheden te verrichten en haar verdiensten voor een groot deel, vaak voor meer dan de helft, af te staan aan de verdachte. De slachtoffers spraken de Nederlandse taal niet, ze waren in Nederland niet bekend en hadden daar weinig sociale contacten met anderen. De verdachte oefende toezicht en controle over de vrouwen uit met betrekking tot hun werkzaamheden als prostituee. Zij moesten zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag voor de verdachte beschikbaar zijn om als zodanig te werken. De seksuele contacten met klanten vonden plaats in de kamers waar zij woonden en op het bed waar zij zelf of één van de andere vrouwen ’s nachts sliepen. De verdachte hield weinig rekening met de fysieke en psychische gezondheid van aangeefsters. Hij heeft daarbij gedreigd de vrienden en familieleden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in Polen op de hoogte te stellen van hun werkzaamheden in de prostitutie. Ten aanzien van slachtoffer [slachtoffer 2] heeft de verdachte het niet bij een dreigement gelaten. Hij heeft ter zitting tijdens de inhoudelijke behandeling van de omgangsregeling van de dochter van [slachtoffer 2] voor de rechter in Polen verklaard dat [slachtoffer 2] werkzaam was in de prostitutie in Nederland. Mensenhandel is een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan de (meestal financiële) belangen van de uitbuiter. In dit geval heeft de verdachte daarnaast ook zelf van de seksuele diensten van de slachtoffers gebruik gemaakt. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijk handelen gedurende lange tijd de psychische gevolgen hiervan (kunnen) ondervinden. De impact die het gebeurde op de vrouwen heeft gehad blijkt niet alleen uit hun verklaringen afgelegd bij de politie en/of rechter-commissaris, maar ook uit de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]. In haar verklaring d.d. 14 december 2017 is te lezen dat het optreden van de verdachte stress, angst en onzekerheid in het leven van [slachtoffer 2] heeft gebracht. Haar vertrouwen in de medemens is ernstig geschaad. Zij slaapt slecht en heeft veel last van nachtmerries. Voorts is bij [slachtoffer 2] sprake van stemmingswisselingen en depressies. De verdachte zelf heeft ter terechtzitting in hoger beroep op geen enkele wijze blijk gegeven van inzicht in het kwalijke van zijn gedrag. Het hof heeft kennis genomen van een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 mei 2018, waaruit blijkt dat hij afgezien van deze zaak niet met politie of justitie in aanraking is gekomen. De verdachte heeft verklaard dat dat ook geldt voor België, waar hij woont, en andere landen. Verder heeft het hof in het bijzonder bij de strafmaat betrokken dat de slachtoffers hele lange dagen moesten maken en zeven dagen per week beschikbaar moesten zijn. Zij moesten zelfs bij ziekte en/of ongesteldheid in opdracht van de verdachte in de prostitutie werken. Ook de voortdurende controle op de vrouwen weegt voor het hof zwaar. De vrouwen werden door deze controle ernstig in hun keuze- en bewegingsvrijheid beperkt. Voorts heeft het hof in aanmerking genomen dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu de termijn in eerste aanleg is aangevangen op 16 september 2014 en het vonnis is gewezen op 6 februari 2017, hetgeen niet binnen de daarvoor gestelde termijn van twee jaren is. Het hof is echter van oordeel dat die overschrijding wordt gecompenseerd door een voortvarende behandeling in hoger beroep. De zaak is immers binnen acht maanden na ontvangst van het dossier door het hof op zitting geplaatst. Het hof heeft hierbij mede in aanmerking genomen dat de zaak van de verdachte in appel binnen zeventien maanden na het instellen van het hoger beroep, is afgedaan en dat de hele procedure in twee feitelijke instanties minder dan 4 jaar in beslag heeft genomen. Het hof verbindt derhalve geen consequenties aan de hierboven genoemde overschrijding van de redelijk termijn. Voorts overweegt het hof dat de in eerste aanleg opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de door het hof in ogenschouw genomen omstandigheden, in het bijzonder de ernst van de bewezenverklaarde uitbuiting. Het hof is derhalve - alles afwegende - van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2] In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde tot een bedrag van € 43.600,-. Deze vordering is in hoger beroep door mr. M.M. Volwerk, gemachtigde van de benadeelde partij, aangepast tot een totaalbedrag van € 35.837,35, waarvan € 23.837,35 aan materiële schade en € 12.000,- aan immateriële schade. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij. Zij refereert zich voor wat betreft de hoogte van de materiële schade aan het oordeel van het hof. Ten aanzien van de immateriële schade verzoekt de advocaat-generaal een bedrag van € 5.000,- aan de benadeelde partij toe te wijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist. Materiële schade Voor wat betreft de materiële schade stelt het hof voorop dat het bewezen acht dat de verdachte voordeel heeft getrokken uit uitbuiting van de benadeelde partij [slachtoffer 2]. Ten aanzien van de materiële schade overweegt het hof dat, nu een deugdelijke financiële administratie ontbreekt en de verklaring van [slachtoffer 2] over de hoeveelheid afgedragen geld een ruwe schatting betreft, het hof de omzet zelf moet schatten en derhalve ook een schatting moet maken van het schadebedrag. Het hof komt daardoor uit op een lager bedrag dan gevorderd. Het dossier biedt concrete aanknopingspunten voor het aantal door de benadeelde partij gewerkte dagen tijdens de bewezenverklaarde periode. Uit de verklaring van [slachtoffer 2] d.d. 22 januari 2014 (p. 64 e.v.) leidt het hof af dat de uitbuiting een aanvang heeft genomen op 5 juli 2013 en is geëindigd op 17 december 2013. Het hof zal uitgaan van een periode van 164 dagen, waarin de aangeefster inkomsten aan de verdachte heeft moeten afdragen. Het hof is daarbij uitgegaan van de bewezenverklaarde periode (5 juli 2013 – 17 december 2013) en de verklaring van [slachtoffer 2], inhoudende dat zij vanaf begin juli 2013 tot 17 december 2013, zeven dagen per week heeft gewerkt. Voor de gemiddelde omzet wordt een in de rechtspraak inmiddels gangbaar forfaitair bedrag van € 200,- per dag gerekend. Het dossier biedt geen aanknopingspunten om daarvan af te wijken. Het hof neemt evenals de benadeelde partij een bedrag van gemiddeld € 1.000,- aan huurkosten per maand als uitgangspunt, nu er aanknopingspunten zijn dat deze kosten uit de omzet werden betaald. Het voorgaande leidt tot het volgende: 164 dagen x € 200,- = € 32.800,- 5 maanden x € 1.000,- = € 5.000,- -/- ---------- Totaal bedrag materiële schade = € 27.800,- Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreekse gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 9.000,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 december 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 36.800,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]. Beslag De advocaat-generaal heef gevorderd dat het op de beslaglijst genoemde voorwerp verbeurd zal worden verklaard. Het hof zal de personenauto die onder de verdachte in beslag is genomen (een BMW met het kenteken [kentekennummer]) verbeurd verklaren, nu het een voorwerp is met betrekking tot welke het bewezenverklaarde is begaan. De verdachte heeft immers verklaard dat hij de slachtoffers naar hun afspraken bracht met de inbeslaggenomen personenauto. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24, 24c, 33, 33a, 36f, 47, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 8 (acht) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 36.800,00 (zesendertigduizend achthonderd euro) bestaande uit € 27.800,00 (zevenentwintigduizend achthonderd euro) materiële schade en € 9.000,00 (negenduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 36.800,00 (zesendertigduizend achthonderd euro) bestaande uit € 27.800,00 (zevenentwintigduizend achthonderd euro) materiële schade en € 9.000,00 (negenduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 219 (tweehonderdnegentien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft. Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt dat indien en voor zover de mededader van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 17 december 2013. Verklaart verbeurd de personenauto van het merk BMW met het kenteken [kentekennummer]. Dit arrest is gewezen door mr. M.I. Veldt-Foglia, mr. A.J.M. Kaptein en mr. R.J. de Bruijn, in bijzijn van de griffier mr. C.M.A. Ellens-Veenhof. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juli 2018. Mr. A.J.M. Kaptein is buiten staan dit arrest te ondertekenen.
ECLI:NL:HR:2000:AA8358
Het geding in feitelijke instanties Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 8 september 1995 verweerster in cassatie - verder te noemen: Bouw - gedagvaard voor de Kantonrechter te Wageningen en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Bouw te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 300.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 januari 1992, onder aftrek van de betaalde voorschotten ad ƒ 175.000,-- tot de dag der algehele voldoening alsmede een belastinggarantie voor de hoofdsom van ƒ 300.000,--.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rolnummer: 22-004888-18 Parketnummer: 09-767422-17 Datum uitspraak: 12 november 2020 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 december 2018 in de strafzaak tegen de verdachte: [naam verdachte], geboren te [plaats] op [datum], thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 4 en 5 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren, met aftrek van het voorarrest. Voorts is in eerste aanleg een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder feit 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op één of meer tijdstip(pen) omstreeks de periode tussen 1 januari 2013 tot en met 11 augustus 2017 te 's-Gravenhage en/of Doetichem en/of Utrecht, althans in een gemeente in Nederland, A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1], (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, - heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1°) en/of - heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of - heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van zijn/haar/hun, [slachtoffer 1], seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 1], (sub 6°), Immers heeft verdachte onder andere : - die [slachtoffer 1] gedwongen om te prostitueren en/of - die [slachtoffer 1] ingepalmd en/of verleid en/of emotioneel afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt door die [slachtoffer 1] verliefd op hem te laten worden en/of - die [slachtoffer 1] voor te spiegelen dat het door haar verdiende geld diende om te sparen voor een gezamenlijke toekomst en/of - die [slachtoffer 1] als prostituee en/of SM laten werken en/of - voor die [slachtoffer 1] de werkdagen en/of werktijden bepaald en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen om 24 uur per dag, althans vele uren achter elkaar beschikbaar te zijn voor het werk als prostituee en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen om (een (groot)deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem verdachte af te staan en/of af te dragen en/of - die [slachtoffer 1] toestemming laten vragen als zij haar eigen verdiende geld wilde uitgeven en/of - bij die [slachtoffer 1] een of meerdere tatoeage(s) (met zijn naam) op haar lichaam laten plaatsen en/of - die [slachtoffer 1] gecontroleerd en/of - die [slachtoffer 1] bedreigd met een vuurwapen en/of - die [slachtoffer 1] bedreigd en/of onder druk gezet door te zeggen dat hij, verdachte, haar onder de grond zou laten verdwijnen en /of neer zou schieten en/of zuur in haar gezicht te gooien, als zij weg zou gaan bij verdachte; 2.hij op één of meer tijdstip(pen) omstreeks de periode tussen 1 september 2008 tot en met 11 augustus 2017 te 's-Gravenhage en/of Amsterdam en/of Utrecht, althans in een gemeente in Nederland, A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 2], (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, - heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 1°) en/of - heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of - heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van zijn/haar/hun, [slachtoffer 2], seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 2], (sub 6°), Immers heeft verdachte onder andere: - die [slachtoffer 2] gedwongen om te prostitueren en/of - die [slachtoffer 2] ingepalmd en/of verleid en/of emotioneel afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt door die [slachtoffer 2] verliefd op hem te laten worden en/of - die [slachtoffer 2] voor te spiegelen dat het door haar verdiende geld diende om te sparen voor een gezamenlijke toekomst en/of - die [slachtoffer 2] als prostituee laten werken en/of - voor die [slachtoffer 2] de werkdagen en/of werktijden bepaald en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen om 24 uur per dag, althans vele uren achter elkaar beschikbaar te zijn voor het werk als prostituee en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen om (een (groot)deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem verdachte af te staan en/of af te dragen en/of - die [slachtoffer 2] (telkens) met de auto naar een gelegenheid waar zij zich kunnen prostitueren gebracht en/of - die [slachtoffer 2] toestemming laten vragen als zij haar eigen verdiende geld wilde uitgeven en/of - bij die [slachtoffer 2] een of meerdere tatoeage(s) (met zijn naam) op haar lichaam laten plaatsen en/of - die [slachtoffer 2] gecontroleerd en/of - die [slachtoffer 2] bedreigd met een vuurwapen en/of - die [slachtoffer 2] bedreigd en/of onder druk gezet door te zeggen dat hij, verdachte, haar onder de grond zou laten verdwijnen en/of neer zou schieten en/of zoutzuur in haar gezicht zou gooien, als zij weg zou gaan bij verdachte; 4.hij in of omstreeks 19 januari 2018 te 's-Gravenhage B. [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "zoutzuur in haar gezicht te willen gooien", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; 5.hij in of omstreeks 11 augustus 2017 te 's-Gravenhage een of meer wapens van categorie III, te weten Semi Automatisch Pistool (9 mm Luger), en/of munitie van categorie III, te weten pistoolmunitie Sellier & Bellot, voorhanden heeft gehad.

Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met uitzondering van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij, en dat in plaats daarvan de vordering deels zal worden toegewezen tot een bedrag van € 313.000 (bestaande uit € 25.000 immateriële schade en € 288.600,00 aan materiële schade), met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak [Slachtoffer 2] heeft aangifte gedaan van een bedreiging zoals aan de verdachte tenlastegelegd naar aanleiding van een incident dat op 19 januari 2018 in de woning van haar moeder zou hebben plaatsgevonden. In het eerste (telefonische) contact op 23 januari 2018 met de politie na het incident heeft de moeder van de aangeefster [slachtoffer 2] over het bezoek van de verdachte en zijn optreden aldaar verklaard, maar daarbij met geen woord gerept over de aan de verdachte verweten bedreiging. Dat is pas gebeurd – een week later - op 31 januari 2018, wanneer zij als getuige wordt gehoord over het bezoek van de verdachte aan haar woning.

Door deze gang van zaken – waarbij in het eerste gesprek met de politie niet over deze kennelijk zo ernstige bedreiging is gerept -staat met onvoldoende zekerheid vast hetgeen de getuige heeft gehoord hierover. De enkele aangifte is onvoldoende om de bewezenverklaring te schragen. Naar het oordeel van het hof kan daarom niet wettig en overtuigend worden bewezen hetgeen aan de verdachte onder 4 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Gevoerde verweren Getuige [getuige 1] Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte zich – overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat de verklaring van getuige [getuige 1] niet voor het bewijs kan worden gebezigd, nu de verdediging het ondervragingsrecht ten aanzien van deze getuige niet heeft kunnen uitoefenen, doordat de in hoger beroep toegewezen getuige onvindbaar was en niet kon worden gehoord.

Dit betekent dat sprake is van een schending van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), aldus de raadsman. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Het hof stelt voorop dat het gebruik van een ambtsedig proces-verbaal voor het bewijs inhoudende een niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende, verklaring niet zonder meer ongeoorloofd of onverenigbaar is met artikel 6 van het EVRM. Het is vaste rechtspraak dat van die ongeoorloofdheid onder meer geen sprake is, indien de verdachte weliswaar niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad om een dergelijke verklaring op haar betrouwbaarheid te toetsen en aan te vechten door de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te (doen) ondervragen, maar die verklaring in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen.

Dit steunbewijs zal dan betrekking moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist. Het aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde vindt naar het oordeel van het hof in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen, te weten in de eigen verklaringen van de verdachte, de verklaring van aangeefsters [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en de aangetroffen WhatsApp-berichten. De omstandigheid dat de verdediging [getuige 1] niet heeft kunnen ondervragen staat dus niet in de weg aan het gebruik van de door haar afgelegde verklaring voor het bewijs.

Het hof is dan ook van oordeel dat de tegenover de politie afgelegde verklaring van [getuige 1] zonder schending van artikel 6 EVRM gebezigd kan worden voor het bewijs. Gelet op de andere aanwezige bewijsmiddelen, die in voldoende mate de aangifte van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ondersteunen, is het hof van oordeel dat de door [getuige 1] afgelegde verklaring niet van dien aard is dat deze kan worden aangemerkt als “sole and decisive”. Het hof verwerpt het verweer. Aangeefsters [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] Voorts heeft de raadsman van de verdachte zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnota – op het standpunt gesteld dat de door de aangeefsters [slachtoffer 2] (verder: [slachtoffer 2]) en [slachtoffer 1] (verder: [slachtoffer 1]) afgelegde verklaringen niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd.

Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de door hen afgelegde verklaringen onbetrouwbaar zijn, nu de ondervragingen van de verbalisanten oppervlakkig is geweest, de verslaglegging onjuist en onvolledig is en er de mogelijkheid bestond van onderlinge beïnvloeding tussen de aangeefsters. Bovendien doet volgens de raadsman de intrekking van de aangifte door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en geloofwaardigheid van hun verklaringen. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Het hof beschouwt de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als betrouwbaar.

Het hof ziet geen aanleiding om hun verklaringen als onbetrouwbaar ter zijde te schuiven. Het hof heeft deze verklaringen met de nodige behoedzaamheid beoordeeld. Naar het oordeel van het hof hebben echter beide aangeefsters in de kern consistent, nauwkeurig en gedetailleerd verklaard over hun prostitutiewerkzaamheden en de rol van de verdachte daarin. Voorts vinden de verklaringen van de aangeefsters niet alleen voldoende mate steun in elkaars verklaringen, maar ook in andere bewijsmiddelen, waaronder de eigen verklaringen van de verdachte, de verklaring van getuige [getuige 1] en de aangetroffen WhatsApp-berichten.

In het licht van het voorgaande bevat het dossier overigens geen aanwijzingen dat de aangeefsters elkaar op een ongeoorloofde wijze hebben beïnvloed. De drie (op p. 61 en 62 van de verklaring van [slachtoffer 1]) door de raadsman gesignaleerde verschillen tussen door de verbalisanten opgemaakte verslaglegging van de verhoren en de audioverhoren doen daar niet aan af. In het bijzonder heeft het hof daarbij gelet op het feit dat in de door de verbalisanten opgemaakte verslaglegging op andere plekken in het verhoor door de aangeefster is verklaard dat zij toestemming moest vragen aan de verdachte om over haar eigen geld te beschikken, dat zij geen toestemming had gegeven voor het uitgeven van het door haar verdiende geld door de verdachte dan wel dat de verdachte zonder haar toestemming over haar geld beschikte dan wel dat zij haar geld moest afstaan.

Het hof wijst op bijvoorbeeld: - Verhoor [slachtoffer 1], p. 22: als antwoord op de vraag of zij zelf over haar inkomsten beschikt: “Nee. Ik moet eerst toestemming vragen”, als antwoord op de vraag of zij toestemming moet vragen als zij geld wil opnemen “ja, ik mag niks zonder toestemming doen” en als antwoord op de vraag of zij toestemming geeft aan de verdachte voor het pakken van geld “nee, tuurlijk niet. Hij vraagt het niet”; - Verhoor [slachtoffer 1], p. 36: “Ik moest toestemming vragen over hoeveel geld ik mee mocht nemen. Alles moest ik vragen en ik moest over alles wat ik had uitgegeven een verklaring geven.”; - Verhoor [slachtoffer 1], p. 60: als antwoord op de vraag wat ze met haar verdiende geld heeft gedaan:

Ik heb alles afgedragen aan [verdachte]. Dat ging niet met mijn toestemming”.- Verhoor [slachtoffer 1], p. 61: als antwoord op de vraag wat ze met haar verdiende geld heeft gedaan: Ik heb alles elke dag aan [verdachte] moeten [cursief: hof] afstaan. Intrekking aangifte [Slachtoffer 2] heeft op 11 augustus 2017 aangifte gedaan tegen de verdachte van mensenhandel en in aanvulling daarop in de daarop volgende maanden nog een aantal verklaringen afgelegd met betrekking tot de verdachte. [slachtoffer 2] heeft in haar verklaring van 4 januari 2018 aangegeven haar aangifte te willen intrekken, omdat ze de verdachte een kans wilde geven.

Ze heeft toen nadrukkelijk verklaard dat ze niet heeft gelogen in haar eerdere aangifte en daarop volgende verklaringen en dat wat ze verklaard heeft wel is gebeurd. Op 21 januari 2018 legt [slachtoffer 2] opnieuw een verklaring af bij de politie waarin ze aangeeft haar aangifte van mensenhandel toch te willen doorzetten, omdat ze ziet dat de verdachte haar niet met rust laat. Het hof is van oordeel dat de verklaring van 4 januari 2018 op geen enkele wijze afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van haar eerdere verklaringen. Ze heeft toen immers ook verklaard dat haar eerdere verklaringen op waarheid berustte.

Ze blijft daar ook bij in haar verklaring zoals ze die bij de rechter-commissaris op 23 augustus 2018 heeft afgelegd. [Slachtoffer 2] heeft eveneens aangifte van mensenhandel tegen de verdachte gedaan op 11 augustus 2017 en vervolgens nog een tweetal verklaringen met betrekking tot de verdachte afgelegd. Vervolgens heeft [slachtoffer 2] in haar verklaring van 4 januari 2018 aangegeven haar aangifte tegen de verdachte te willen intrekken. Ze heeft toen nadrukkelijk aangegeven dat alles wat ze heeft verklaard wel is gebeurd en dat ze nergens over heeft gelogen.

Ze heeft toen aangegeven verder met de verdachte te willen als haar partner en dat ze daarom haar aangifte wilde intrekken. Tegenover de politie op 17 mei 2017 beaamt [slachtoffer 2] dit wederom. Tegelijkertijd heeft ze toen verklaard dat bepaalde dingen in de aangifte niet klopten. Ook bij de rechter-commissaris herhaalt zij dat. Het hof is van oordeel dat haar verklaring van 4 januari 2018 op geen enkele wijze af doet aan de betrouwbaarheid van haar eerdere verklaringen. Zij heeft immers bij deze intrekking niet verklaard dat haar aangifte onjuist was, in tegendeel, zij heeft verklaard dat alles wat zij eerder had verklaard werkelijk is gebeurd en dat zij niet heeft gelogen.

Dat zij vervolgens op een later moment deze eerdere verklaringen in twijfel is gaan trekken, acht het hof niet geloofwaardig, in het licht van de hiervoor genoemde eerdere verklaring van 4 januari 2018. Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen. Handhaving verzoek van de verdediging Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte – overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnota – verzocht aangeefsters [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] opnieuw als getuigen te doen horen, indien het hof niet overgaat tot vrijspraak dan wel tot uitsluiting van de door hen afgelegde verklaringen als bewijs.

Het hof overweegt en beslist daaromtrent als volgt. In het licht van de beslissing van het hof tot afwijzing van de reeds bij regiezitting d.d. 20 september 2019 gedane verzoeken en mede gelet op de hiervoor uiteen gezette redenen op grond waarvan het hof tot het oordeel komt dat de verklaringen afgelegd door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] betrouwbaar dienen te worden geacht, ziet het hof geen aanleiding om terug te komen op die bij de regiezitting genomen beslissingen. Het hof wijst de verzoeken van de verdediging om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] nogmaals te horen dan ook af.

Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op één of meer tijdstip(pen) omstreeks in de periode tussen 1 januari 2013 tot en met 11 augustus 2017 te 's-Gravenhage en/of Doetichem en/of Utrecht, althans in een gemeente in Nederland, A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1], (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, - heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1°) en/of - heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of - heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van zijn/haar/hun, [slachtoffer 1], seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 1], (sub 6°), Immers heeft verdachte onder andere : - die [slachtoffer 1] gedwongen om te prostitueren en/of - die [slachtoffer 1] ingepalmd en/of verleid en/of emotioneel afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt door die [slachtoffer 1] verliefd op hem te laten worden en/of - die [slachtoffer 1] voor te spiegelen dat het door haar verdiende geld diende om te sparen voor een gezamenlijke toekomst en/of - die [slachtoffer 1] als prostituee en/of SM laten werken en/ofvoor die [slachtoffer 1] de werkdagen en/of werktijden bepaald en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen om 24 uur per dag, althans vele uren achter elkaar beschikbaar te zijn voor het werk als prostituee en/of - die [slachtoffer 1] gedwongen, althans bewogen om (een (groot)deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem verdachte af te staan en/of af te dragen en/of - die [slachtoffer 1] toestemming laten vragen als zij haar eigen verdiende geld wilde uitgeven en/of - bij die [slachtoffer 1] een of meerdere tatoeage(s) (met zijn naam) op haar lichaam laten plaatsen en/of - die [slachtoffer 1] gecontroleerd en/of - die [slachtoffer 1] bedreigd met een vuurwapen en/of - die [slachtoffer 1] bedreigd en/of onder druk gezet door te zeggen dat hij, verdachte, haar onder de grond zou laten verdwijnen en /of neer zou schieten en/of zuur in haar gezicht te zou gooien, als zij weg zou gaan bij verdachte; 2.hij op één of meer tijdstip(pen) omstreeks in de periode tussen 1 september 2008 januari 2013 tot en met 11 augustus 2017 te 's-Gravenhage en/of Amsterdam en/of Utrecht, althans in een gemeente in Nederland, A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer 2], (telkens) door dwang en , geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, - heeft geworven, vervoerd en overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] (sub 1°) en/of - heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of - heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van zijn/haar/hun, [slachtoffer 2], seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [slachtoffer 2], (sub 6°), Immers heeft verdachte onder andere: - die [slachtoffer 2] gedwongen om te prostitueren en/of - die [slachtoffer 2] ingepalmd en/of verleid en/of emotioneel afhankelijk van hem, verdachte, gemaakt door die [slachtoffer 2] verliefd op hem te laten worden en/of - die [slachtoffer 2] voor te spiegelen dat het door haar verdiende geld diende om te sparen voor een gezamenlijke toekomst en/of - die [slachtoffer 2] als prostituee laten werken en/of - voor die [slachtoffer 2] de werkdagen en/of werktijden bepaald en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen om 24 uur per dag, althans vele uren achter elkaar beschikbaar te zijn voor het werk als prostituee en/of - die [slachtoffer 2] gedwongen, althans bewogen om (een (groot)deel van) haar verdiensten uit de prostitutie aan hem verdachte af te staan en/of af te dragen en/of - die [slachtoffer 2] (telkens) met de auto naar een gelegenheid waar zij zich kunnen kon prostitueren gebracht en/of - die [slachtoffer 2] toestemming laten vragen als zij haar eigen verdiende geld wilde uitgeven en/of - bij die [slachtoffer 2] een of meerdere tatoeage(s) (met zijn naam) op haar lichaam laten plaatsen en/of - die [slachtoffer 2] gecontroleerd en/of - die [slachtoffer 2] bedreigd met een vuurwapen en/of - die [slachtoffer 2] bedreigd en/of onder druk gezet door te zeggen dat hij, verdachte, haar onder de grond zou laten verdwijnen en/of neer zou schieten en/of zoutzuur in haar gezicht zou gooien, als zij weg zou gaan bij verdachte; 5.hij in of omstreeks op 11 augustus 2017 te 's-Gravenhage een of meer wapens van categorie III, te weten een Semi Automatisch Pistool (9 mm Luger), en/of munitie van categorie III, te weten pistoolmunitie Sellier & Bellot, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: mensenhandel, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: Mensenhandel, meermalen gepleegd. Het onder 5 bewezenverklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Bij het bepalen van de straf voor mensenhandel gaat het hof uit van de strafdoeleinden, te weten de vergelding, speciale en generale preventie. In verband met die strafdoeleinden acht het hof voor strafoplegging in mensenhandel met betrekking tot seksuele uitbuiting, in het algemeen de volgende omstandigheden van belang: - de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting; - het aantal slachtoffers dat is uitgebuit; - de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband; - de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutie-werkzaamheden te doen; - de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer; - het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden; - de werkzaamheden die verricht moesten worden; - de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom); - de hoeveelheid geld die werd afgedragen; - het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen; - overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen; - de rol van de verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend); - de houding van de verdachte (of hij inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn gedrag); - relevante recidive.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel van twee vrouwen die in de prostitutie werkzaam waren over een periode van enkele jaren. De verdachte controleerde de slachtoffers tijdens hun werkzaamheden. Hij bepaalde de werkdagen en –tijden van de slachtoffers. Zowel binnen als buiten werktijd dwong de verdachte de slachtoffers om continu en direct verantwoording af te leggen over al hun doen en laten. Daarbij heeft de verdachte de slachtoffers ernstig bedreigd. Bovendien heeft hij bij de slachtoffers meerdere tatoeages op onder meer intieme delen van hun lichaam laten plaatsen met daarin zijn naam en/of initialen, zodat anderen konden zien dat zij van hem waren.

De verdachte liet voorts de slachtoffers een groot deel van hun verdiensten aan hem af staan. De verdachte heeft geen inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag. Door aldus te handelen heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten, waarbij hij louter oog heeft gehad voor zijn eigen financiële belangen. De verdachte heeft met zijn handelen een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffers. Slachtoffers van delicten als de onderhavige ondervinden in de regel nog geruime tijd de (psychische) gevolgen van hetgeen hen is aangedaan.

Daarop is de onderhavige zaak geen uitzondering. Dit blijkt uit sommige van de bij de politie afgelegde verklaringen van beide slachtoffers en ook uit de schriftelijke slachtofferverklaringen van [slachtoffer 2] d.d. 16 november 2018 en 6 oktober 2020 volgt dat zij heel veel moeite heeft om mensen te vertrouwen en een relatie aan te gaan. Ze verklaart dagelijks met angsten te leven. Ze heeft zich indertijd onder behandeling van een psycholoog gesteld die angst, PTSS en afhankelijke persoonlijkheids-problematieken heeft gediagnosticeerd en ze ziet de noodzaak dat wederom te doen.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende munitie. Tegen onbevoegd wapenbezit dient krachtig te worden opgetreden. Immers, vuurwapens veroorzaken ernstige gevoelens van onveiligheid in de samenleving, nu vuurwapens dikwijls worden gebruikt bij het plegen van strafbare feiten, vaak met ernstige gevolgen. Dit blijkt voorts uit het handelen van de verdachte, nu uit het dossier volgt dat hij de slachtoffers met dit wapen heeft bedreigd. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 oktober 2020, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van andersoortige strafbare feiten.

Gelet op de ernst en de aard van de bewezen verklaarde feiten is het hof van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met de oplegging van een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich meebrengt. Het hof overweegt in dit verband dat gelet op de omstandigheid dat het hof tot een andere bewezenverklaring is gekomen van de aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten en de verdachte zal vrijspreken van het onder feit 4 tenlastegelegde, het hof een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan de rechtbank zal opleggen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden – waarvan 6 maanden voor de feiten begaan in strijd met de Wet Wapens en Munitie - met aftrek van het voorarrest, een passende en geboden reactie vormt. Het hof heeft hierbij voor wat betreft de feiten begaan in strijd met de Wet Wapens en Munitie aansluiting gezocht bij de ten tijde van het plegen van de feiten geldende LOVS-richtlijnen ten aanzien van het in het bezit hebben van een vuurwapen en munitie. Daarnaast acht het hof het passend en geboden om aan de verdachte, ter voorkoming van strafbare feiten, een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, op te leggen voor de duur van 5 jaren, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 2] op straffe van vervangende hechtenis zoals geformuleerd in het dictum van dit arrest.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2] In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 1.046.189,27 (bestaande uit € 25.000 immateriële schade en € 1.021.189,27 aan materiële schade). In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 313.000 (bestaande uit € 25.000 immateriële schade en € 288.600,00 aan materiële schade), met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist. Het dossier biedt onvoldoende concrete aanknopingspunten die zien op de hoogte van de verdiensten en/of kosten van de benadeelde partij en/of de hoeveelheid afgedragen geld. Het hof zal derhalve zelf de omzet moeten schatten en derhalve ook een schatting moeten maken van het schadebedrag. Met de rechtbank, gaat het hof voor de gemiddelde omzet daarom uit van een in de rechtspraak inmiddels gangbaar forfaitair bedrag van € 200,00 per dag. Bij de berekening van de materiele schade gaat het hof uit van een gemiddelde werkweek van 6 dagen, over een periode van 1 januari 2013 tot 11 augustus 2017.

Aldus gaat het hof bij de berekening uit van 1.443 werkdagen, maal € 200,00 per dag. Dit levert een totaalbedrag van € 288.600,00 aan materiële schade op. Dagen waarop niet gewerkt of minder verdiend is, de pinbetalingen die het slachtoffer heeft ontvangen en niet (geheel) heeft af moeten dragen, alsmede eventuele kosten van de zijde van de verdachte, zijn in dit bedrag verdisconteerd. Daarmee heeft de benadeelde partij naar het oordeel van het hof aangetoond dat tot een bedrag van € 288.600,00 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Voorts is het hof van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezenverklaarde. De begroting van de omvang van immateriële schade is voorbehouden aan de rechter, die daarbij niet is gebonden aan de gewone regels omtrent stelplicht en bewijslast.

Het hof zal de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid schatten op € 15.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 augustus 2017 tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij is in het bijzonder gelet op:- de aard en ernst van de aantasting in de persoon van de benadeelde partij; - de beangstigende aard van het handelen van de verdachte; - de psychische gevolgen van dat handelen voor de benadeelde partij, bestaande uit een door een psycholoog gediagnostiseerde PTSS en afhankelijke persoonlijkheidsproblematiek en angsten, waarvoor de benadeelde partij in therapie is gegaan en nu wederom dat nodig acht; - de repercussies van de jaren van uitbuiting op het dagelijks leven van de benadeelde partij zoals nachtmerries waarin de verdachte een rol speelt, paniekaanvallen en hartkloppingen, en - de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters is toegekend.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 303.600,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag, aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 5 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 5 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 (vierenvijftig) maanden. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 5 jaren. Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 2 (twee) weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van ten hoogste zes maanden. Toepassing van de vervangende heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op. Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 303.600,00 (driehonderddrieduizend zeshonderd euro) bestaande uit € 288.600,00 (tweehonderdachtentachtigduizend zeshonderd euro) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 303.600,00 (driehonderddrieduizend zeshonderd euro) bestaande uit € 288.600,00 (tweehonderdachtentachtigduizend zeshonderd euro) materiële schade en € 15.000,00 (vijftienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 11 augustus 2017. Dit arrest is gewezen door mr. M.I. Veldt-Foglia, mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst en mr. G. Knobbout, in bijzijn van de griffier mr.

M. Rouw. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 november 2020. Pleitnotities, nr.

37. ECLI:NL:GHDHA:2018:1710. ECLI:NL:HR:2000:AA8358