ECLI:NL:GHDHA:2019:650 · Gerechtshof Den Haag
Legislator summary
AI generatedRolnummer: 22-003412-18 Parketnummer: 09-165880-18 Datum uitspraak: 21 februari 2019 VERSTEK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 23 augustus 2018 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortejaar] 1987, thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, ter terechtzitting in eerste aanleg opgegeven [verblijfplaats]. Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep Ter terechtzitting in hoger beroep van 21 februari 2019 is de verdachte niet verschenen en niet is gebleken dat zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de verdachte moet worden geacht tevoren met deze dag bekend te zijn.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:GHDHA:2019:650 · Gerechtshof Den Haag: Uit de stukken blijkt voorts dat van de verdachte een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, namelijk het door de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg opgegeven adres [adres]. Niet valt uit te sluiten dat dit nog immer de woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland is en voornoemd adres heeft naar het oordeel van het hof te gelden als woon- of verblijfplaats in de zin van artikel 588, eerste lid, onder b, 2°, van het Wetboek van Strafvordering. Nu de dagvaarding om ter terechtzitting in hoger beroep van 21 februari 2019 te verschijnen niet aan dit adres is betekend, dient die dagvaarding, nu de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, nietig te worden verklaard.
Full text
Rolnummer: 22-003412-18 Parketnummer: 09-165880-18 Datum uitspraak: 21 februari 2019 VERSTEK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 23 augustus 2018 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortejaar] 1987, thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, ter terechtzitting in eerste aanleg opgegeven [verblijfplaats]. Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep Ter terechtzitting in hoger beroep van 21 februari 2019 is de verdachte niet verschenen en niet is gebleken dat zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de verdachte moet worden geacht tevoren met deze dag bekend te zijn.
Uit de stukken blijkt voorts dat van de verdachte een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, namelijk het door de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg opgegeven adres [adres]. Niet valt uit te sluiten dat dit nog immer de woon- of verblijfplaats van de verdachte in Nederland is en voornoemd adres heeft naar het oordeel van het hof te gelden als woon- of verblijfplaats in de zin van artikel 588, eerste lid, onder b, 2°, van het Wetboek van Strafvordering. Nu de dagvaarding om ter terechtzitting in hoger beroep van 21 februari 2019 te verschijnen niet aan dit adres is betekend, dient die dagvaarding, nu de verdachte niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, nietig te worden verklaard.
BESLISSING Het hof: Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig. Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. R.J. de Bruijn en mr. W.M. Limborgh, in bijzijn van de griffier mr. M.J.J. van den Broek. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 februari 2019.