ECLI:NL:GHARN:2012:1620 · Gerechtshof Arnhem
Legislator summary
AI generatedSector strafrecht Parketnummer: 21-002917-09 Uitspraak d.d.: 26 maart 2012 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 10 juli 2009 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1954, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 september 2010, 31 maart 2011 en 12 maart 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Legislator headnote
AI generatedartikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:GHARN:2012:1620 · Gerechtshof Arnhem: Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 september 2010, 31 maart 2011 en 12 maart 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Sector strafrecht Parketnummer: 21-002917-09 Uitspraak d.d.: 26 maart 2012 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Almelo van 10 juli 2009 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1954, wonende te [woonplaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 29 september 2010, 31 maart 2011 en 12 maart 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr J. Ruarus, naar voren is gebracht. Schorsing van de vervolging Uit een pro justitia rapportage (psychiatrisch onderzoek) betreffende verdachte, gedateerd 11 november 2011, blijkt dat bij verdachte sprake is van ernstig cognitief verval en forse dementeringsverschijnselen. Voorts blijkt uit dat rapport dat zowel het korte als lange termijn geheugen van verdachte fors is aangetast en hij gedesoriënteerd is in tijd, plaats en persoon.
Op basis van het vorenstaande, stelt het hof vast dat verdachte lijdt aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Het hof zal dan ook de vervolging schorsen. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering. BESLISSING Het hof: Schorst de vervolging van de verdachte. Aldus gewezen door mr A.G. Coumans, voorzitter, mr P.R. Wery en mr P.H.A.J. Cremers, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr L.
Gereke, griffier, en op 26 maart 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.