ECLI:NL:GHARN:2011:BU5348 · Gerechtshof Arnhem
Legislator summary
AI generatedGerechtshof Arnhem Nevenzittingsplaats Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-000814-10 Uitspraak d.d.: 18 november 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 maart 2010 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1975], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Legislator headnote
AI generatedartikel 422 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:GHARN:2011:BU5348 · Gerechtshof Arnhem: Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Gerechtshof Arnhem Nevenzittingsplaats Leeuwarden Sector strafrecht Parketnummer: 24-000814-10 Uitspraak d.d.: 18 november 2011 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 maart 2010 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1975], wonende te [woonplaats], [adres]. Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen namens verdachte door haar raadsman, mr. R.P.A. Kint, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist.
Daarom zal het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd. Ter aanvulling op de gronden overweegt het hof omtrent de motivering van de aan verdachte opgelegde straf, dat de persoonlijke omstandigheden zoals deze door de raadsman ter terechtzitting naar voren zijn gebracht, niet nopen tot een ander oordeel omtrent de aard en hoogte van de door de politierechter opgelegde straf. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep. Aldus gewezen door mr. T.M.L. Wolters, voorzitter, mr. B.J.J. Melssen en mr. E. de Witt, raadsheren, in tegenwoordigheid van S. van Krugten, griffier, en op 18 november 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.