ECLI:NL:GHARL:2026:749 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Legislator summary
AI generatedGERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.357.865 (zaaknummer rechtbank Gelderland 429969) beschikking van 10 februari 2026 inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. B. Willemsen, en [verweerder] , wonende te [woonplaats2] , gemeente [gemeentenaam] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. J.G. Kalk 1 1. Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 16 februari 2024 en 7 april 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 7 april 2025 wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:GHARL:2026:749 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: B. Willemsen, en [verweerder] , wonende te [woonplaats2] , gemeente [gemeentenaam] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. J.G. Kalk 1 1. Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 16 februari 2024 en 7 april 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 7 april 2025 wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.
Full text
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.357.865 (zaaknummer rechtbank Gelderland 429969) beschikking van 10 februari 2026 inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats1] ,verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. B. Willemsen, en [verweerder] , wonende te [woonplaats2] , gemeente [gemeentenaam] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. J.G. Kalk 1 1. Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 16 februari 2024 en 7 april 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 7 april 2025 wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.
2Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit: het beroepschrift met producties, ingekomen op 4 juli 2025; het verweerschrift met een productie; een brief namens de vader van 3 februari 2026; een journaalbericht namens de moeder van 3 februari 2026. 3De motivering van de beslissing 3.1 De moeder heeft het hof op 3 februari 2026 laten weten dat zij het verzoek in hoger beroep wenst in te trekken. Het hof maakt hieruit op dat de moeder haar gronden van het hoger beroep niet handhaaft. Dit brengt mee dat het hof de moeder niet-ontvankelijk zal verklaren in haar verzoek in hoger beroep. 3.2 Het hof zal de proceskosten in hoger beroep compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep: verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek in hoger beroep; compenseert de kosten van het geding in hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, M.L. van der Bel en R. Feunekes, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.