Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2019:503 ECLI:NL:GHARL:2019:503 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2019:503 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2019:503
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.246.098/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 155461) arrest van 22 januari 2019 in de zaak van Call2Collect B.V., gevestigd te Amsterdam, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: Call2Collect, advocaat: mr. Chr. Groenewoud, kantoorhoudend te Rotterdam, tegen Arvato Finance International B.V., gevestigd te Heerenveen, hierna: AFI, advocaat: mr. M.S. van der Jagt, kantoorhoudend te Amsterdam. 1 Het procesverloop 1.1 Call2Collect heeft AFI bij exploot van 7 september 2018 gedagvaard tegen de zitting van 25 september 2018 met de aanzegging dat zij in hoger beroep komt van een vonnis van 13 juni 2018 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de rechtbank) in de zaak met rolnummer C/17/155461 / HA ZA 17-140).

Legislator headnote

AI generated

art. 122 lid 1 Rv; ECLI:NL:GHARL:2019:503 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Arrest is bepaald op heden. 2 De beoordeling 2.1 Het hof dient - zo nodig ambtshalve - te beoordelen of Call2Collect in haar hoger beroep dat zij bedoeld heeft in te stellen tegen Afterpay kan worden ontvangen. 2.2 AFI stelt dat Call2Collect niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar hoger beroep, aangezien AFI geen procespartij was in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van de rechtbank van 13 juni 2018. 2.3 Call2Collect heeft aangevoerd dat zij in de appeldagvaarding een fout heeft gemaakt. Ten onrechte is AFI aangeduid als geïntimeerde, waar dit Afterpay had moeten zijn.

Keywords

AI generated
art. 122 lid 1 Rv

Cited Legislation

AI generated
art. 122 lid 1 Rv
art. 122 lid 1 Rv); (iv) Indien de wederpartij niet in de door het rechtsmiddel ingeleide procedure is verschenen, beveelt de rechter dat zij wordt opgeroepen teneinde zich over het verzoek tot wijziging uit te laten.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2004:AP1435
Het geding in feitelijke instanties Verweerster in cassatie - verder te noemen: de bank - heeft bij twee exploten van 9 april 1997 en twee herstelexploten van 23 april 1997 eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: 1. [eiseres] c.s. hoofdelijk, des dat de een betalende de ander in zoverre zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling aan de bank ten behoeve van de Staat der Nederlanden (Ministerie van Economische zaken) van een bedrag van ƒ 61.750,04 en tot betaling aan de bank van een bedrag van ƒ 8.901,22, te vermeerderen met renten en provisie als onder 3 van deze dagvaarding omschreven, en 2. [eiseres] c.s. te veroordelen tot betaling aan de bank van een bedrag van ƒ 5.092,55 (waarvan ƒ 4.358,55 ten behoeve van de Staat en ƒ 734,-- ten behoeve van de bank, welke verdeling is gebaseerd op het belang dat de Staat en de bank bij deze invordering hebben) terzake buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening. [Eiseres] c.s. hebben de vorderingen bestreden en van hun kant in reconventie gevorderd de kredietovereenkomst van 10 juli 1991 tussen de bank en hen te vernietigen en voor zover nodig te ontbinden alsmede de bank, mede handelend namens de Staat der Nederlanden, te veroordelen tot vergoeding van de door hen geleden en nog te lijden schade, een en ander op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, althans tot een door de rechtbank ex aequo et bono te bepalen schadevergoeding.
ECLI:NL:HR:2007:BA4122
Het geding in feitelijke instanties Verweerster in cassatie - verder te noemen: Tycho - heeft bij exploot van 4 juli 2000 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - onder versneld regime gedagvaard voor de rechtbank Maastricht en gevorderd, na diverse eiswijzigingen, zakelijk weergegeven, [eiseres] te veroordelen om aan Tycho te betalen:
ECLI:NL:HR:2007:BB4765
DOELAND LEMELERVELD B.V., 2.
ECLI:NL:HR:2013:1881
13 december 2013 Eerste Kamer nr.
ECLI:NL:HR:2015:1844
10 juli 2015 Eerste Kamer nr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.246.098/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 155461) arrest van 22 januari 2019 in de zaak van Call2Collect B.V., gevestigd te Amsterdam, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: Call2Collect, advocaat: mr. Chr. Groenewoud, kantoorhoudend te Rotterdam, tegen Arvato Finance International B.V., gevestigd te Heerenveen, hierna: AFI, advocaat: mr. M.S. van der Jagt, kantoorhoudend te Amsterdam. 1 Het procesverloop 1.1 Call2Collect heeft AFI bij exploot van 7 september 2018 gedagvaard tegen de zitting van 25 september 2018 met de aanzegging dat zij in hoger beroep komt van een vonnis van 13 juni 2018 van de rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Leeuwarden (hierna: de rechtbank) in de zaak met rolnummer C/17/155461 / HA ZA 17-140).

Dit vonnis is gewezen tussen Call2Collect als eisende partij in conventie en Avato Finance B.V., gevestigd te Heerenveen, h.o.d.n. Afterpay (verder: Afterpay) als gedaagde partij in conventie. 1.2 Het verdere procesverloop in hoger beroep blijkt uit: - de memorie van grieven van 25 september 2018 (met producties 33 t/m 39) gericht tegen Afterpay; - de memorie houdende incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van 6 november 2018 (met producties 1 t/m 3) van AFI; - de memorie van antwoord in incident tevens akte houdende rectificatie partijaanduiding (met productie 40) van Call2Collect. 1.3 Op de rol van 4 december 2018 hebben partijen de stukken overgelegd.

Arrest is bepaald op heden. 2 De beoordeling 2.1 Het hof dient - zo nodig ambtshalve - te beoordelen of Call2Collect in haar hoger beroep dat zij bedoeld heeft in te stellen tegen Afterpay kan worden ontvangen. 2.2 AFI stelt dat Call2Collect niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar hoger beroep, aangezien AFI geen procespartij was in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van de rechtbank van 13 juni 2018. 2.3 Call2Collect heeft aangevoerd dat zij in de appeldagvaarding een fout heeft gemaakt. Ten onrechte is AFI aangeduid als geïntimeerde, waar dit Afterpay had moeten zijn.

Volgens Call2Collect is hier sprake van een kennelijke vergissing en zij verzoekt het hof om de onjuiste partijaanduiding te rectificeren en Afterpay de mogelijkheid te bieden om alsnog te verschijnen in deze procedure. Call2Collect heeft gewezen op rechtspraak van de Hoge Raad die volgens haar inhoudt dat indien sprake is van een vergissing in de partijaanduiding, deze door een rectificatie kan worden hersteld indien (a) de vergissing onder de gegeven omstandigheden voor de processuele wederpartij kenbaar was, (b) de wederpartij door de vergissing en de rectificatie niet is benadeeld, en (c) de rectificatie tijdig heeft plaatsgevonden.

Call2Collect verwijst onder meer naar HR 22 oktober 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AP1435), HR 22 juni 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BA4122) en HR 14 december 2007 (ECLI:NL:HR:2007:BB4765). Call2Collect stelt dat de door haar genoemde uitspraken weliswaar betrekking hebben op een vergissing in de partijaanduiding van de appellerende partij, maar dat die rechtspraak ook dient te gelden bij een vergissing in de partijaanduiding van de (beoogde) geïntimeerde. 2.4 Het hof overweegt dat de ratio van de deformaliseringstendens die ten grondslag ligt aan de rechtspraak van de Hoge Raad is dat fouten en vergissingen niet tot fatale gevolgen behoren te leiden, mits de wederpartij door het herstel hiervan niet onredelijk in haar belangen wordt geschaad.

Voorts dient zoveel mogelijk te worden beslist tussen de werkelijk belanghebbende partijen bij de rechtsbetrekking in geschil. 2.5 In zijn arrest van 13 december 2013 heeft de Hoge Raad overwogen dat met herstel van louter formele fouten in de regel geen materiële belangen van de wederpartij worden geschaad (ECLI:NL:HR:2013:1881). Vervolgens oordeelde de HR dat voortaan bij de beoordeling of de aanduiding van een procespartij kan worden gewijzigd nadat de procedure in een volgende instantie aanhangig is gemaakt, de volgende regels zullen gelden: (i) Een procedure in een volgende instantie dient in beginsel plaats te vinden tussen de partijen uit de vorige instantie; (ii) Indien een procedure in een volgende instantie aanhangig is gemaakt, kan een verschenen partij wijziging verzoeken van haar aanduiding in de procedure op de grond dat een vergissing is begaan in die aanduiding of een partijwisseling heeft plaatsgevonden; (iii) Het verzoek is toewijsbaar, tenzij de wederpartij stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat zij daardoor onredelijk in haar belangen wordt geschaad (vgl. art. 122 lid 1 Rv); (iv) Indien de wederpartij niet in de door het rechtsmiddel ingeleide procedure is verschenen, beveelt de rechter dat zij wordt opgeroepen teneinde zich over het verzoek tot wijziging uit te laten. 2.6 Het hof ziet aanleiding om in dit geval toepassing te geven aan deze regels door te bepalen dat Afterpay door Call2Collect bij exploot wordt opgeroepen, zodat Afterpay zich over het verzoek van Call2Collect tot wijziging van de partijaanduiding van geïntimeerde in de appeldagvaarding kan uitlaten.

Indien een advocaat zich namens Afterpay stelt, zal het hof een termijn van vier weken geven voor een akte uitlating ontvankelijkheid hoger beroep door Afterpay. Indien zich namens Afterpay geen advocaat stelt, zal het hof bij arrest een beslissing nemen over de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de verstekverlening aan Afterpay (vgl. HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1844). 2.7 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. De beslissing Het hof, rechtdoende in hoger beroep: verwijst de zaak naar de rol van 5 februari 2019 voor oproeping door Call2Collect van:

Afterpay B.V., gevestigd te Heerenveen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 22 januari 2019.