Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2018:9090 ECLI:NL:GHARL:2018:9090 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2018:9090 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2018:9090
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.228.324/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/173262) arrest van 16 oktober 2018 in de zaak van [appellant] , h.o.d.n. Bouwbedrijf [appellant], wonende te [A] , appellant, tevens verweerder in het incident, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. J.F. Koenders, kantoorhoudend te Groningen, tegen VM Vastgoed B.V., gevestigd te Groningen, geïntimeerde, tevens eiseres in het incident, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, hierna:

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHARL:2018:9090 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: VM Vastgoed, advocaat: mr. P.P.J.M. Bruens, kantoorhoudend te Groningen. Het arrest van 24 juli 2018 wordt hier overgenomen. 1Het verdere procesverloop in hoger beroep 1.1 In het tussenarrest van 24 juli 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor uitlating incidenteel appel. VM Vastgoed heeft op de rol van 21 augustus 2018 laten weten af te zien van het instellen van incidenteel appel en verzoekt het hof eindarrest te wijzen. 1.2 VM Vastgoed heeft aanvullend gefourneerd. Arrest is bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.1 Conform de overwegingen in genoemd tussenarrest zal het hof [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.228.324/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/18/173262) arrest van 16 oktober 2018 in de zaak van [appellant] , h.o.d.n. Bouwbedrijf [appellant], wonende te [A] , appellant, tevens verweerder in het incident, in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie, hierna te noemen: [appellant], advocaat: mr. J.F. Koenders, kantoorhoudend te Groningen, tegen VM Vastgoed B.V., gevestigd te Groningen, geïntimeerde, tevens eiseres in het incident, in eerste aanleg: eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie, hierna:

VM Vastgoed, advocaat: mr. P.P.J.M. Bruens, kantoorhoudend te Groningen. Het arrest van 24 juli 2018 wordt hier overgenomen. 1Het verdere procesverloop in hoger beroep 1.1 In het tussenarrest van 24 juli 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor uitlating incidenteel appel. VM Vastgoed heeft op de rol van 21 augustus 2018 laten weten af te zien van het instellen van incidenteel appel en verzoekt het hof eindarrest te wijzen. 1.2 VM Vastgoed heeft aanvullend gefourneerd. Arrest is bepaald op heden. 2De verdere beoordeling 2.1 Conform de overwegingen in genoemd tussenarrest zal het hof [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

Gegeven deze uitkomst in de hoofdzaak, heeft VM Vastgoed geen belang meer bij een afzonderlijke beslissing in het incident, zodat die vordering zal worden afgewezen. 2.2 [appellant] zal als de in hoger beroep in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep aan de zijde van VM Vastgoed (salaris advocaat: 1 punt in tarief II). De beslissing Het hof, rechtdoende in hoger beroep: in het incident wijst de vordering af; in de hoofdzaak verklaart het hoger beroep van [appellant] niet-ontvankelijk; veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en stelt die kosten aan de zijde van VM Vastgoed tot aan dit arrest vast op € 726,- aan verschotten en op € 1.074,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat.

Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. M.W. Zandbergen en mr. J. Smit, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 16 oktober 2018.