Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2018:8803 ECLI:NL:GHARL:2018:8803 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2018:8803 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2018:8803
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003416-17 Uitspraak d.d.: 26 september 2018 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de economische kamer gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de economische kamer van de rechtbank Overijssel van 30 mei 2017 met parketnummer 08-997510-15 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen [veroordeelde] , gevestigd te [vestigingsplaats] . Het hoger beroep De veroordeelde heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Legislator headnote

AI generated

artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:GHARL:2018:8803 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door veroordeelde en haar raadsman, mr. J. van Groningen, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij beslissing van 30 mei 2017, waartegen het hoger beroep is gericht, het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 4.066,40. De verplichting tot betaling aan de staat is vastgesteld op datzelfde bedrag. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist.

Keywords

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering

Cited Legislation

AI generated
artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering
Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-003416-17 Uitspraak d.d.: 26 september 2018 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de economische kamer gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de economische kamer van de rechtbank Overijssel van 30 mei 2017 met parketnummer 08-997510-15 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen [veroordeelde] , gevestigd te [vestigingsplaats] . Het hoger beroep De veroordeelde heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 september 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door veroordeelde en haar raadsman, mr. J. van Groningen, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij beslissing van 30 mei 2017, waartegen het hoger beroep is gericht, het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 4.066,40. De verplichting tot betaling aan de staat is vastgesteld op datzelfde bedrag. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist.

Het hof zal de beslissing bevestigen, met dien verstande dat waar in de beslissing wordt verwezen naar het vonnis van de rechtbank in de hoofdzaak (vonnis van 13 juni 2017) dit gelezen dient te worden als verwijzing naar het arrest van het hof in de hoofdzaak (arrest van 26 september 2018 met parketnummer 21-003415-17). BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene. Aldus gewezen door mr. W.M. Weerkamp, voorzitter, mr. J.A.W. Lensing en mr. L.E.M. Hendriks, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr.

T. Faber, griffier, en op 26 september 2018 ter openbare terechtzitting uitgesproken. mr. L.E.M. Hendriks is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 26 september 2018. Tegenwoordig: mr. M. Barels, voorzitter, mr. C.M.J. Krol, advocaat-generaal, mr. F.J. Kaat, griffier. De voorzitter doet de zaak uitroepen. De veroordeelde is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig. De voorzitter spreekt het arrest uit. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.