ECLI:NL:GHARL:2018:11703 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Legislator summary
AI generatedGERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.226.118 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 325057) beslissing ex artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak van 1de naamloze vennootschap Rabohypotheekbank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna: Rabohypotheekbank, en 2de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A., als rechtsopvolgster van de Coöperatieve Rabobank Vallei en Rijn U.A. gevestigd te Amsterdam, hierna: Rabobank U.A., Rabohypotheekbank en Rabobank U.A. hierna tezamen ook te noemen:
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:GHARL:2018:11703 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: In de akte vestiging erfpacht is onder ‘optionele bepalingen‘ expliciet vermeld dat artikel 8.5 lid 1 van de Erfpacht- en Koopgarantbepalingen niet van toepassing is. [geïntimeerde] dient dan ook alsnog te worden veroordeeld om de woning aan [adres] te ontruimen, aldus Rabobank. 2De beoordeling en beslissing 2.1 Het hof is van oordeel dat het door Rabobank verzochte herstel van het arrest van 6 november 2018 geen betrekking heeft op een kennelijke fout die zich, op de wijze als voorzien in artikel 31 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, voor eenvoudig herstel leent.
Full text
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.226.118 (zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 325057) beslissing ex artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak van 1de naamloze vennootschap Rabohypotheekbank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna: Rabohypotheekbank, en 2de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A., als rechtsopvolgster van de Coöperatieve Rabobank Vallei en Rijn U.A. gevestigd te Amsterdam, hierna: Rabobank U.A., Rabohypotheekbank en Rabobank U.A. hierna tezamen ook te noemen:
Rabobank, appellanten, eiseressen in eerst aanleg, advocaat: mr. T.A. Vermeulen tegen: [geïntimeerde] , wonende te [woonplaats] , hierna: [geïntimeerde] , geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, niet in hoger beroep verschenen 1Het procesverloop 1.1 Het hof heeft in deze zaak op 6 november 2018 arrest gewezen. 1.2 Bij brief van haar raadsman van 7 november 2018 heeft Rabobank het hof verzocht een herstelarrest te wijzen. Rabobank heeft daartoe gesteld dat in rechtsoverweging 4.7 van hert arrest van 6 november 2018 ten onrechte is opgenomen dat sprake is van een huurgarantie.
In de akte vestiging erfpacht is onder ‘optionele bepalingen‘ expliciet vermeld dat artikel 8.5 lid 1 van de Erfpacht- en Koopgarantbepalingen niet van toepassing is. [geïntimeerde] dient dan ook alsnog te worden veroordeeld om de woning aan [adres] te ontruimen, aldus Rabobank. 2De beoordeling en beslissing 2.1 Het hof is van oordeel dat het door Rabobank verzochte herstel van het arrest van 6 november 2018 geen betrekking heeft op een kennelijke fout die zich, op de wijze als voorzien in artikel 31 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, voor eenvoudig herstel leent.
Nu het hof aanstonds van oordeel is dat het verzoek niet voor toewijzing in aanmerking komt, hoeft [geïntimeerde] niet meer over dit verzoek te worden gehoord. 2.2 Gelet hierop wordt het verzoek van Rabobank afgewezen. Dit arrest is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, H.L. Wattel en M.H.F. van Vugt en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 december 2018.