Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2018:10236 ECLI:NL:GHARL:2018:10236 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2018:10236 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2018:10236
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

WAHV 200.224.183 23 november 2018 CJIB 197062783 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 september 2017 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] , kantoorhoudende te [C] . Het tussenarrest Bij tussenarrest van 12 oktober 2018 heeft het hof bepaald dat de onderhavige zaak wordt behandeld op een zitting van het hof. De inhoud van dat arrest wordt als ingelast beschouwd.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7:28 van de Awb; ECLI:NL:GHARL:2018:10236 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Vergoeding van kosten in de fase van het administratief beroep vindt ingevolge het tweede lid van artikel 7:28 van de Awb uitsluitend plaats op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Keywords

AI generated
Artikel 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 7:28 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
Artikel 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt niet de mogelijkheid om het toewijzen van een vergoeding afhankelijk te maken van het al dan niet insturen van een "Verklaring van finale kwijting", zoals in deze zaak het geval was.
artikel 7:28 van de Awb
Vergoeding van kosten in de fase van het administratief beroep vindt ingevolge het tweede lid van artikel 7:28 van de Awb uitsluitend plaats op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

WAHV 200.224.183 23 november 2018 CJIB 197062783 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 september 2017 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [A] , voor wie als gemachtigde optreedt mr. [B] , kantoorhoudende te [C] . Het tussenarrest Bij tussenarrest van 12 oktober 2018 heeft het hof bepaald dat de onderhavige zaak wordt behandeld op een zitting van het hof. De inhoud van dat arrest wordt als ingelast beschouwd.

Het verdere procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft bij brief van 15 oktober 2018 aangegeven dat de zaak niet ter zitting behandeld hoeft te worden. Beoordeling 1. Gelet op de inhoud van het tussenarrest, waarin is overwogen dat niet kan worden vastgesteld dat de gemachtigde behoorlijk is opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter, zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. De overige klachten die daartegen gericht zijn, worden daarom buiten beschouwing gelaten. Ter beoordeling van het hof staat nu het bij de kantonrechter ingestelde beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.

2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het in de fase van het administratief beroep tijdig ingediende verzoek tot vergoeding van de kosten dient te worden toegewezen, nu de inleidende beschikking is herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Artikel 7:28 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt niet de mogelijkheid om het toewijzen van een vergoeding afhankelijk te maken van het al dan niet insturen van een "Verklaring van finale kwijting", zoals in deze zaak het geval was.

3. Vergoeding van kosten in de fase van het administratief beroep vindt ingevolge het tweede lid van artikel 7:28 van de Awb uitsluitend plaats op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

4. Het hof stelt vast dat de officier van justitie de inleidende beschikking heeft vernietigd, omdat de door de verbalisant aan de CVOM verstrekte informatie onvolledig is. Op grond hiervan is de betrokkene een proceskostenvergoeding aangeboden van € 124,- op de voorwaarde dat hij een aanbod tot ‘finale kwijting’ accepteert. Namens de betrokkene is dat aanbod niet aanvaard. Vervolgens is geen proceskostenvergoeding toegekend.

5. Het hof is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat de inleidende beschikking is herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

6. De gemachtigde stelt terecht dat artikel 7:28 van de Awb niet de mogelijkheid biedt om het toewijzen van een proceskostenvergoeding afhankelijk te stellen van het al dan niet aanvaarden van een aanbod tot finale kwijting. Gelet daarop kan de beslissing van de officier van justitie, voor zover daarbij het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen, niet in stand blijven. Het hof zal die beslissing vernietigen en alsnog na te melden proceskostenvergoeding vaststellen voor de fase van het administratief beroep.

7. De gemachtigde van de betrokkene heeft in de fase van het administratief beroep de volgende proceshandeling verricht: het indienen van een beroepschrift. Aan het indienen van een beroepschrift dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 250,50.

8. Namens de betrokkene is ook voor de andere beroepsfases verzocht om vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Naar het oordeel van het hof komen ook deze kosten voor vergoeding in aanmerking. De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende proceshandelingen verricht: het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter en een hoger beroepschrift. Aan het indienen van een beroepschrift dient telkens één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 501,-. Gelet op de aard van de zaak (het geschil betreft enkel de toekenning van een proceskostenvergoeding) past het hof wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = licht) toe.

Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 250,50. Beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie waarbij het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen gegrond en vernietigt die beslissing; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van in totaal € 501,- (€ 250,50 in de procedure bij de officier van justitie en € 250,50 in de procedure bij de kantonrechter en in hoger beroep) over te maken op rekeningnummer [00000] ten name van [B] te [C] .

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.