ECLI:NL:GHARL:2017:9078 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Legislator summary
AI generatedAfdeling strafrecht Parketnummer: 21-005454-16 Uitspraak d.d.: 18 oktober 2017 TEGENSPRAAK Verwijzingsbeslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken genomen in het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 3 oktober 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-900919-10 en 05-740129-16, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, wonende te [woonplaats] . Overwegingen Het hof heeft bij beslissing van heden in de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] de zaak op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie voor de verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof Amsterdam.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:GHARL:2017:9078 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Overwegingen Het hof heeft bij beslissing van heden in de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] de zaak op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie voor de verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof Amsterdam.
Full text
Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005454-16 Uitspraak d.d.: 18 oktober 2017 TEGENSPRAAK Verwijzingsbeslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken genomen in het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 3 oktober 2016 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-900919-10 en 05-740129-16, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990, wonende te [woonplaats] . Overwegingen Het hof heeft bij beslissing van heden in de strafzaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] de zaak op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie voor de verdere behandeling verwezen naar het gerechtshof Amsterdam.
Gelet op de samenhang van deze zaak met de zaak van de medeverdachte, acht het hof het wenselijk dat ook deze zaak naar het gerechtshof Amsterdam wordt verwezen. Het hof zal de zaak daarom op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie voor de verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam verwijzen. BESLISSING Het hof: Verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam. Aldus gewezen door mr. M. Keppels, voorzitter, mr. K.J.C. Geeve en mr. N.C. van Lookeren Campagne, raadsheren, in tegenwoordigheid van B.J.
Berendsen, griffier, en op 18 oktober 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. K.J.C. Geeve is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 18 oktober 2017. Tegenwoordig: mr. C.M.E. Lagarde, voorzitter, M. van Leent, advocaat-generaal, J.R.M. Roetgerink, griffier. De voorzitter doet de zaak uitroepen. De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig. De voorzitter spreekt de beslissing uit. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.