ECLI:NL:GHARL:2017:7412 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Legislator summary
AI generatedAfdeling strafrecht Parketnummer: 21-005318-16 Uitspraak d.d.: 8 augustus 2017 VERSTEK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 25 mei 2016 met parketnummer 18-035679-16 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-720273-14, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [adres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:GHARL:2017:7412 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 augustus 2017. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis en het hof ook zelf geen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken.
Full text
Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-005318-16 Uitspraak d.d.: 8 augustus 2017 VERSTEK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 25 mei 2016 met parketnummer 18-035679-16 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-720273-14, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [adres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 8 augustus 2017. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Ontvankelijkheid van het hoger beroep Het hof ziet in deze zaak aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte geen bezwaren heeft opgegeven tegen het hierboven genoemde vonnis en het hof ook zelf geen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van de zaak noodzakelijk maken.
Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Aldus gewezen door mr. J. Dolfing, voorzitter, mr. A.J. Rietveld en mr. A. Dijkstra, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier, en op 8 augustus 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken.