Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2017:6523 ECLI:NL:GHARL:2017:6523 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2017:6523 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2017:6523
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

WAHV 200.171.249 28 juli 2017 CJIB 183867704 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 11 mei 2015 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] , voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] , kantoorhoudende te [plaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:22 Awb, artikel 6:22 van de Awb; ECLI:NL:GHARL:2017:6523 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Indien een beroepschrift – in strijd met artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb – geen gronden bevat, dient de indiener daarvan de gelegenheid te worden geboden om deze op een later moment in te dienen, indien uit het beroepschrift blijkt van de wens daartoe. Deze wens moet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn gedaan (vgl. het arrest van het hof van 22 december 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2016:10365).

Keywords

AI generated
artikel 6:22 Awb artikel 6:22 van de Awb

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:22 Awb
Ingevolge artikel 6:22 Awb kan een besluit, ondanks schending van een vormvoorschrift, in stand kan blijven als een betrokkene daardoor niet is benadeeld.
artikel 6:22 van de Awb
Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:22 van de Awb.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

WAHV 200.171.249 28 juli 2017 CJIB 183867704 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zittingsplaats Leeuwarden Arrest op het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 11 mei 2015 betreffende [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats] , voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde] , kantoorhoudende te [plaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing ongegrond verklaard.

Voorts heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene tot vergoeding van kosten afgewezen. Het procesverloop De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten. De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Beoordeling 1. Het hof begrijpt het betoog van de gemachtigde zo, dat in de visie van de gemachtigde de beslissing van de officier van justitie had moeten worden vernietigd, omdat de officier van justitie heeft nagelaten de gemachtigde een termijn te geven om beroepsgronden aan te voeren.

De gemachtigde had wel om die termijn verzocht.

2. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat het bezwaar- of beroepschrift ten minste de gronden van het bezwaar of beroep.

3. Indien een beroepschrift – in strijd met artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Awb – geen gronden bevat, dient de indiener daarvan de gelegenheid te worden geboden om deze op een later moment in te dienen, indien uit het beroepschrift blijkt van de wens daartoe. Deze wens moet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn gedaan (vgl. het arrest van het hof van 22 december 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2016:10365).

4. Het hof stelt vast dat het administratief beroepschrift geen beroepsgronden tegen de inleidende beschikking bevat. In het beroepschrift is (onder meer) verzocht om een termijn voor het indienen van beroepsgronden. De officier van justitie heeft het beroep bij beslissing van 7 oktober 2014 ongegrond verklaard. Niet blijkt dat de gemachtigde daaraan voorafgaand in de gelegenheid is gesteld om beroepsgronden in te dienen.

5. De kantonrechter heeft in lijn met het hiervoor vermelde uitgangspunt geoordeeld dat de officier van justitie ten onrechte de gemachtigde niet de gelegenheid heeft gegeven om beroepsgronden in te dienen. Hij heeft echter overwogen dat de gemachtigde door dit vormverzuim niet in zijn belangen is geschaad, nu de gemachtigde de in de procedure bij de kantonrechter ingediende gronden tegen de inleidende beschikking weer heeft ingetrokken.

6. Ingevolge artikel 6:22 Awb kan een besluit, ondanks schending van een vormvoorschrift, in stand kan blijven als een betrokkene daardoor niet is benadeeld.

7. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat in de onderhavige zaak sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 6:22 van de Awb. De gemachtigde heeft immers bij de kantonrechter zijn inhoudelijke bezwaren tegen de inleidende beschikking niet gehandhaafd. Niet valt daarom in te zien hoe het belang van de betrokkene dan wel diens gemachtigde gediend zou zijn geweest bij een door de officier van justitie gegeven gelegenheid tot het indienen van beroepsgronden.

8. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter terecht geoordeeld dat het geschonden vormvoorschrift in de administratief beroepsprocedure in dit geval niet leidt tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie.

9. Voor het overige heeft de gemachtigde geen bezwaren ingebracht tegen de beslissing van de kantonrechter. Het hof zal deze beslissing daarom bevestigen.

10. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen. Beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.