Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2017:6306 ECLI:NL:GHARL:2017:6306 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2017:6306 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2017:6306
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.217.346 (zaaknummer rechtbank Gelderland C/05/320823) arrest in kort geding van 20 juni 2017 in de zaak van 1 [appellant 1] , 2. [appellant 2] , beiden wonende te [woonplaats] , appellanten, in eerste aanleg: eisers, advocaat: mr. M.G.W.M. Geurts, tegen: de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, advocaat: mr. H.A.J. Wessel-Krijger. Appellanten zullen hierna gezamenlijk [appellanten] worden genoemd. Geïntimeerde zal hierna Rabobank worden genoemd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHARL:2017:6306 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: [appellant 2] , beiden wonende te [woonplaats] , appellanten, in eerste aanleg: eisers, advocaat: mr. M.G.W.M. Geurts, tegen: de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, advocaat: mr. H.A.J. Wessel-Krijger. Appellanten zullen hierna gezamenlijk [appellanten] worden genoemd. Geïntimeerde zal hierna Rabobank worden genoemd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.217.346 (zaaknummer rechtbank Gelderland C/05/320823) arrest in kort geding van 20 juni 2017 in de zaak van 1 [appellant 1] , 2. [appellant 2] , beiden wonende te [woonplaats] , appellanten, in eerste aanleg: eisers, advocaat: mr. M.G.W.M. Geurts, tegen: de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A., gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, in eerste aanleg: gedaagde, advocaat: mr. H.A.J. Wessel-Krijger. Appellanten zullen hierna gezamenlijk [appellanten] worden genoemd. Geïntimeerde zal hierna Rabobank worden genoemd.

1Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van 6 juni 2017 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland tussen [appellanten] en Rabobank heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding in hoger beroep van 13 juni 2017 (met grieven), - de memorie van antwoord, - de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities op 19 juni 2017, waarbij akte is verleend van de producties 10 en 11 die de advocaat van [appellanten] bij bericht van 16 juni 2017 namens [appellanten] heeft ingebracht en van de stukken die deze bij gelegenheid van de pleidooien namens [appellanten] heeft ingebracht. 2.2 Na afloop van de pleidooien heeft het hof bepaald dat op 20 juni 2017 arrest zal worden gewezen in een verkort arrest en dat de motivering van deze beslissing volgt op 28 juni 2017.

3De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep in kort geding: bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Gelderland van 6 juni 2017; veroordeelt [appellanten] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Rabobank vastgesteld op € 716,-- aan verschotten en op € 2.682,-- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief; verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit arrest is gewezen door mrs. L.J. de Kerpel-van de Poel, C.G. ter Veer en R.A. van der Pol, is bij de afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de oudste raadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2017.