Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:GHARL:2017:5013 ECLI:NL:GHARL:2017:5013 AI generated

ECLI:NL:GHARL:2017:5013 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Case Number ECLI:NL:GHARL:2017:5013
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.211.892/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/144384 / HA ZA 15-297) arrest van 13 juni 2017 in de zaak van 1Salvatori Indústria e Comércio de Cosméticos Ltda. EPP, gevestigd te São Paulo, Brazilië, 2. Pool Service Comercial Importadora e Exportadora Assessoria Internacional Ltda., gevestigd te Itajaï, Brazilië, 3. [appellant 3] , wonende te [woonplaats] , [land] , appellanten, in eerste aanleg: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen:

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:GHARL:2017:5013 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: Belma Haar Kosmetik c.s. hebben hierop bij brief van 1 mei 2017 gereageerd. Hierbij hebben Belma Haar Kosmetik c.s. tevens een akte uitlating 127a lid 2 Rv, tegens houdende akte uitlating over voornemen tot instellen van incidenteel appel, genomen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2005:AU3252
Het geding in feitelijke instantie Bij afzonderlijke vonnissen van 27 juni 2002 heeft de rechtbank te Alkmaar de bezwaren die thans eisers tot cassatie (hierna: [eiser] c.s.) ieder voor zich hebben aangevoerd tegen het plan van toedeling in de ruilverkaveling "De Gouw" ongegrond verklaard. Van deze vonnissen hebben [eiser] c.s. ieder voor zich bij afzonderlijke dagvaardingen op de voet van art. 382 Rv. herroeping gevorderd. Bij afzonderlijke vonnissen van 2 juni 2004, gewezen tussen: (i) [eiser 1] als eiser en de Landinrichtingscommissie en [verweerder 2] als gedaagde (rolnr. 66959/HA ZA 03-540), (ii) [eiser 2] als eiser en de Landinrichtingscommissie als gedaagde (rolnr. 67166/HA ZA 03-570), (iii) [eiser 3] als eiser en de Landinrichtingscommissie als gedaagde (rolnr. 67167/HA ZA 03-571), (iv) [eiser 4a], [eiseres 4b] en [eiser 4c] als eisers en de Landinrichtingscommissie, [verweerder 3], de Rooms Catholieke Kerkparochie van de H.
ECLI:NL:HR:2004:AO0973
Het geding in feitelijke instanties Eisers tot cassatie - verder te noemen: de Tuinders - hebben bij exploot van 1 september 2000 verweerder in cassatie sub 2 - verder te noemen: de Ontvanger - in kort geding gedagvaard voor de president van de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut: primair de Ontvanger te veroordelen om zich te onthouden van het versneld invorderbaar verklaren van de ambtshalve op te leggen aanslag en het te dier zake mogelijk uit te vaardigen dwangbevel, en subsidiair een zodanige voorziening te treffen als de president in goede justitie zal vermenen te behoren, met veroordeling van de Ontvanger in de kosten van dit geding.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.211.892/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/144384 / HA ZA 15-297) arrest van 13 juni 2017 in de zaak van 1Salvatori Indústria e Comércio de Cosméticos Ltda. EPP, gevestigd te São Paulo, Brazilië, 2. Pool Service Comercial Importadora e Exportadora Assessoria Internacional Ltda., gevestigd te Itajaï, Brazilië, 3. [appellant 3] , wonende te [woonplaats] , [land] , appellanten, in eerste aanleg: gedaagden, hierna gezamenlijk te noemen:

Salvatori c.s., advocaat: mr. A.H.J.W. van Schijndel, kantoorhoudend te Amsterdam, die zich heeft onttrokken, tegen 1 [geintimeerde 1] h.o.d.n. Belma Haar Kosmetik wonende te [woonplaats] , 2. Belma Haar Kosmetik B.V., gevestigd te Harlingen, 3. Nekko Holding B.V., gevestigd te Leeuwarden, 4. Mastige GmbH, gevestigd te Vaals, 5. [Holding B.V.] , gevestigd te [vestigingsplaats] , 6. [geintimeerde 6] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, in eerste aanleg: eisers, hierna gezamenlijk te noemen: Belma Haar Kosmetik c.s., advocaat: mr. J.W. de Vries, kantoorhoudend te Leeuwarden.

1Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 27 januari 2016, 26 oktober 2016 en 7 december 2016, die de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden heeft gewezen, alsmede van het vonnis in kort geding van 20 april 2016, dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft gewezen. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Bij exploot van 27 februari 2017 is door Salvatori c.s. hoger beroep ingesteld van voornoemde vonnissen met dagvaarding van Belma Haar Kosmetik c.s. tegen de zitting van 21 maart 2017. 2.2 Bij brief van 31 maart 2017 heeft de rolraadsheer Salvatori c.s. in de gelegenheid gesteld zich uit te laten omtrent de ontvankelijkheid van het hoger beroep. 2.3 Bij brief van 13 april 2017 (abusievelijk gedagtekend op 13 maart 2017) hebben Salvatori c.s. zich uitgelaten omtrent de ontvankelijkheid van het hoger beroep.

Belma Haar Kosmetik c.s. hebben hierop bij brief van 1 mei 2017 gereageerd. Hierbij hebben Belma Haar Kosmetik c.s. tevens een akte uitlating 127a lid 2 Rv, tegens houdende akte uitlating over voornemen tot instellen van incidenteel appel, genomen.

3De beoordeling

De ontvankelijkheid 3.1 Bij voornoemde dagvaarding hebben Salvatori c.s. beroep ingesteld van vonnissen in twee afzonderlijke procedures. De goede procesorde verzet zich in het algemeen tegen het op deze wijze aanhangig maken van een geding (HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3252), tenzij in het bijzonder sprake is van meerdere vonnissen, op één dag door dezelfde rechter tussen dezelfde partijen gewezen in zaken die gewoonlijk verenigd aan de rechter worden voorgelegd (HR 7 maart 1980, ECLI:NL:HR:AB7499) of van zaken die wegens verknochtheid zijn gevoegd (HR 27 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO0973). 3.2 Het (eind)vonnis in de bodemprocedure van 7 december 2016 en het vonnis in de kort gedingprocedure van 20 april 2016 zijn niet op dezelfde dag gewezen.

Evenmin heeft voeging wegens verknochtheid plaatsgevonden. Anders dan Salvatori c.s. klaarblijkelijk voorstaan, kan de kort gedingprocedure niet als geding binnen de bodemprocedure, dan wel als een tussenvonnis, worden beschouwd, maar betreft zij een zelfstandige procedure. Voorts is het niet aan de rechter een keuze te maken tegen welke vonnissen in welke procedure appellant geacht wordt in hoger beroep te zijn gekomen en de rechter is evenmin gehouden appellant in de gelegenheid te stellen een keuze te maken uit de procedures waartegen in een appeldagvaarding is geappelleerd.

Het hof acht dan ook de wijze van dagvaarding die in dit geval heeft plaatsgevonden niet toelaatbaar, zodat ingevolgde de hiervoor aangehaalde jurisprudentie niet-ontvankelijkheid op haar plaats is. De slotsom 3.3 Het hof zal Salvatori c.s. niet-ontvankelijk verklaren in hun hoger beroep en hen in de kosten van de procedure in hoger beroep veroordelen (½ punt, tarief II).

4De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep: verklaart Salvatori c.s. niet-ontvankelijk in hun hoger beroep; veroordeelt Salvatori c.s. in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot heden aan de zijde van Belma Haar Kosmetik c.s. begroot op € 313,- aan verschotten en € 447,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat. Dit arrest is gewezen door mr. J.H. Kuiper, mr. D.H. de Witte en mr. J. Smit en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2017.